| Preek van de week |
| 5 april - Witte Donderdag |
|
|
Lezingen:
|
|||
|
Die gedachten komen bij mij op wanneer ik het verhaal hoor en lees van Jezus op het einde van zijn leven. Hij komt naar Jeruzalem om er samen met zijn leerlingen het paasfeest te vieren. Hij meldt zich hier, openlijk, in het religieuze centrum. In de heilige stad Jeruzalem waar de priesters het voor het zeggen hebben. En hij veroorzaakt er zelfs een soort opstootje door amok te maken in de tempel. Alsof hij een confrontatie uitlokt. Merkwaardig is dat. Hij wist toch van de tegenkanting. Farizeeën en schriftgeleerden zochten hem uit de weg te ruimen. En toch. Hij zoekt geen schuilplaats wanneer de lucht vol dreigende spanning hangt. Maakt zich niet uit de voeten. Integendeel. Alle tegenspraak ten spijt blijft hij bij zijn overtuiging en houdt hij vast aan zijn standpunt. Dat standpunt brengt hij op plastische wijze tot uiting in de maaltijd die hij met vrienden houdt. Aan tafel deelt hij zijn leven met zijn leerlingen. Dat dit teken, met de dood voor ogen, voor hem volkomen zinvol blijft, is veelzeggend. Het zegt dat Jezus zijn dood niet ervaart als fatale mislukking, als zinloos einde, als absurde mislukking. Juist integendeel. In het zicht van zijn dood moet hij niets terugnemen, geen enkel woord, zich over niets berouwen, geen enkel gebaar corrigeren. Zijn godsvertrouwen blijft ongeschokt. Zoals hij aan tafel ging met zondaars en tollenaars, zoals hij de sabbat praktiseerde ten bate van mensen die genezing zochten, zoals hij de mens boven de wet stelde, zoals hij vertelde over de vader van de verloren zoon, zoals hij de overspelige vrouw geen verwijten toestuurt maar nieuwe kansen geeft, zo kan hij op het einde zijn leven samenvatten in de maaltijd waarin God dank wordt gezegd om zijn menslievendheid. Oog in oog met de dood blijft hij vasthouden aan een God die hij abba, lieve vader, noemt. Al moet hij dan door de knieën gaan, het is geen definitieve nederlaag. Het is door de knieën gaan voor God. Al moet hij, historisch gesproken, zijn mislukking erkennen, hij getuigt van een vertrouwen in God dat sterker is dan deze dood. Van daaruit begrijpen we het gebaar van de voetwassing. Dit is geen machteloze nostalgie van een man die zijn droom te pletter ziet slaan. Het is Jezus’ geloofsbelijdenis in de macht van de liefde, die sterker is dan de dood. Alleen de liefde kan een gemeenschap stichten die de dood aan kan. "Doen jullie evenzo." Zijn leerlingen mogen delen in diezelfde zekerheid, datzelfde vertrouwen: een godsvertrouwen dat stand houdt oog in oog met de dood. In een wereld die zoveel dood en vernietiging genereert stellen we vanavond het teken van een andere macht. Een macht die in deze wereld de vorm aanneemt van machteloosheid. Straks hangt Jezus immers aan het kruis. Het teken van de maaltijd en de voetwassing zegt ons dat de louter menselijke ervaring van schijnbaar falen niet het laatste woord heeft. Dat Jezus zich in zijn mislukking toch kan toevertrouwen aan zijn vader is een daad van vertrouwen sterker dan de louter menselijke ervaring. Jezus komt nergens op terug. Zijn laatste gebaar is bevestiging van zijn levenspraktijk. Ignace D'hert o.p. |
| |