Preek van de week Elke week een nieuwe preek
  Thema: Vrede Preek in M-S Word-formaatRechtstreeks afdrukken

 

Lezingen:

2 Samuel 12,1-7a
Lucas 22,35-51

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

De naam die ons leven draagt
 

Het is een illusie te menen dat de bijbel ons een klaar en duidelijk antwoord zou geven op de vraag naar een morele houding inzake het streven naar vrede en het - al dan niet - gebruik van geweld. Er is in de bijbel zowel sprake van mateloos geweld in naam van God als er in zijn naam pastorale beelden van universele vrede worden geëvoceerd. De bijbel is inderdaad een ingewikkeld boek met een complexe wordingsgeschiedenis. Maar daarin voelen we juist de gepassioneerde zoektocht van mensen naar het waarachtig humane. Dat doen ze doorheen een ingewikkeld netwerk van wisselende maatschappelijke en politieke situaties. In dat proces groeit ook een bepaald godsbesef. Niet als onaantastbare macht hierboven; niet als supermogendheid die de zaken van buitenaf dirigeert. Veeleer als presentie die ervaren wordt als kracht tot recht en vrede. God als naam die onder mensen circuleert: 'Ik ben er en zal er zijn voor u'. Zo immers weten mensen zich aangesproken in hun geweten. Als geroepen om het leven lief te hebben en rechtvaardig te leven in respect voor allen.

"In God is geen geweld" zegt een oudchristelijke brief, geadresseerd aan een zekere Diognetes. Maar wanneer de levenskwaliteit wordt aangetast, omdat liefde en recht met voeten getreden worden, spreekt de bijbel vaak over de toorn van God, over zijn ziedende woede. Dit zijn uiteraard menselijke beelden die duidelijk maken dat God geen lamme goedzak is die alles zomaar over zijn kant laat gaan. God verdraagt geen oorlog en geweld.

In die situaties beluisteren we de fameuze vervloekingsteksten en de passages over de dag van toorn en over angstaanjagende oordeelsscènes. Dat maakt het pacifisme van de bijbel zo ingewikkeld. Het lijkt niet voldoende gewoon af te zien van elke vorm van geweld. Geweldloosheid in naam van God kan en moet, paradoxaal genoeg, soms samengaan met vlammende protesten, en onverbiddelijk harde analyses.

Daarom nemen profeten geen blad voor de mond. Onrecht wordt aangeklaagd, onverkort. Het schenden van het recht van wezen en weduwen wordt niet getolereerd. Tirannie en onderdrukking worden niet toegedekt met de mantel der liefde. Beroep op geduld kan niet in de plaats komen van daadwerkelijke stappen in de richting van recht voor allen.

Zo is het inderdaad. Maar je merkt dat de toon van terechte verontwaardiging kan omslaan in bikkelhard fanatisme dat de brandstapel heeft klaar staan. De toorn van God heeft zijn vaste plaats binnen het streven naar gerechtigheid.

Dat is ook Jezus’ handelwijze. Vertoornd om de commercie die het in de tempel voor het zeggen heeft, haalt hij de zaak overhoop. Een opstootje waarmee hij nogal wat riskeert zo vlak voor het paasfeest. Met zoveel volk en al die politie in de buurt. En toch hoort hij niet bij de club van de zeloten, de gewapende vrijheidsstrijders. Zij geloofden in legitiem geweld in naam van God.

Misschien was Jezus wel even in de verleiding zich bij hen aan te sluiten. Tijdens het laatste avondmaal zegt hij tot zijn leerlingen:
"Toen ik jullie uitzond zonder geldbeugel, reistas en sandalen, kwamen jullie toen iets tekort?’ ‘Niets!’ antwoordden ze. Hij zei: ‘Maar wie nu een geldbeugel heeft, moet die meenemen, evenals zijn reistas, en wie er geen heeft, moet zijn mantel verkopen en zich een zwaard aanschaffen."
Maar even later, vlak voor zijn arrestatie, in de Olijfhof, als zijn leerlingen met het zwaard op Judas en zijn trawanten willen afgaan en één van hen de knecht van de hogepriester een oor afhakt: "Hou daarmee op! Zo is het genoeg." Ambivalentie.

De ambivalentie tekent ook de verdere geschiedenis van het christendom. Het streven naar een menswaardige samenleving verloopt soms met merkwaardige kronkels. Bisschop Augustinus (4e-5e eeuw) had het Romeins militarisme met zijn verheerlijking van het gewapend geweld aan de kaak gesteld. Hij had zelfs de oorlog aangehaald als illustratie dat menselijke wezens veel wreder en bloeddorstiger waren dan wilde beesten. Toch had hij, enigszins schoorvoetend, toegegeven dat er 'rechtvaardige oorlogen' bestonden. Maar hij voegde er onmiddellijk aan toe dat men zelfs rechtvaardige oorlogen veeleer diende te betreuren dan erover te gloriëren. Augustinus zag een rechtvaardige oorlog enkel als extreme mogelijkheid, een soort onvermijdelijk kwaad dat enkel zin had om vrede tot stand te brengen.

Thomas van Aquino zal in de 13de eeuw dieper op de kwestie ingaan en stellen dat een rechtvaardige oorlog met zo beperkt mogelijke middelen moet gevoerd worden. De thematiek blijft de geesten beroeren. De kruistochten openden een nieuw hoofdstuk met de fel besproken theorie van de heilige oorlog. Later kwam de reactie van de radicale vredesbewegingen bij de wederdopers en Quakers, tot we het thema van de rechtvaardige oorlog opnieuw zien opduiken naar aanleiding van de oorlog in Irak. Toen werd de vraag gesteld of een preventieve oorlog gerechtvaardigd kon zijn als rechtvaardige oorlog.

De christelijke traditie droomt van een vreedzame wereld, maar ze ontkent niet dat er in het dagelijkse leven heel wat spanningen zijn die gemakkelijk een gewelddadig karakter krijgen.
Daarmee kunnen we de thematiek niet zomaar buiten onszelf plaatsen. Het zou te gemakkelijk zijn te klagen en te treuren over de onvrede in de wereld zonder oog te hebben voor de kansen die zich in ons eigen leven voordoen. Daar zal het namelijk moeten beginnen. In ons eigen leven. Daarom, eerder dan anderen de les te spellen, kunnen we onszelf oefenen. Om te beginnen bij de ervaring, de oefening, de ascese, van het leren kijken naar onszelf. Misschien kan de volgende parabel ons helpen.

Koning David heeft zijn oog laten vallen op Batseba, de vrouw van Uria de militair. David zorgt er voor dat hij sneuvelt in de oorlog zodat hij zijn vrouw Batseba tot zijn vrouw kan nemen. "Naar het oordeel van de Heer was het wel degelijk slecht wat David had gedaan…"

Lezing 2 Samuel

Met zo’n verhaal komt alles plots onverwacht weer heel dicht bij. Je denkt: bedrog en uitbuiting, manipulatie, zorg voor eigenbelang, dat speelt zich af op het grote toneel van machthebbers en politiekers. Maar wij, wij hebben daar nauwelijks mee te maken in ons eigen leven, dat zich beperkt tot onze onmiddellijke omgeving. Zo’n parabel houdt je plots een spiegel voor waardoor je jezelf met onverwachte scherpte waarneemt. En je beseft dat wij niet zoveel anders zijn dan wat we vaak uitvergroot voor ons zien gebeuren in het grote nieuws. Niemand ontkomt aan de vraag die de godsnaam ons stelt. Ik zal er zijn. Of ik daarin geloof betekent of ik daar aan meedoe. Het gaat dan niet meer om de een of andere ingewikkelde theorie 'over' iets. Niet om het bestaan van God als iets op zich. Het gaat om de vraag of de naam die spreekt van liefde voor het leven en respect voor ieder, ook de naam is die ons leven draagt.

Dat de solidarisering met de godsnaam tot verrassende initiatieven kan leiden, laat zich illustreren aan de hand van de commissie voor waarheid en verzoening in Zuid Afrika onder voorzitterschap van bisschop Desmund Tutu. Maar er zijn wellicht nog meer voorbeelden te noemen.

Ignace D'hert o.p.

 
  Prekenlijst