| Preek van de week |
| Thema: Vrede |
|
|
Lezingen:
2 Samuel 12,1-7a
U kunt
reageren
|
|||
|
De naam die ons leven draagt
Het is een illusie te menen dat de bijbel ons een klaar en
duidelijk antwoord zou geven op de vraag naar een morele houding
inzake het streven naar vrede en het - al dan niet - gebruik van
geweld. Er is in de bijbel zowel sprake van mateloos geweld in
naam van God als er in zijn naam pastorale beelden van universele
vrede worden geëvoceerd. De bijbel is inderdaad een ingewikkeld
boek met een complexe wordingsgeschiedenis. Maar daarin voelen we
juist de gepassioneerde zoektocht van mensen naar het waarachtig
humane. Dat doen ze doorheen een ingewikkeld netwerk van
wisselende maatschappelijke en politieke situaties. In dat proces
groeit ook een bepaald godsbesef. Niet als onaantastbare macht
hierboven; niet als supermogendheid die de zaken van buitenaf
dirigeert. Veeleer als presentie die ervaren wordt als kracht tot
recht en vrede. God als naam die onder mensen circuleert: 'Ik ben
er en zal er zijn voor u'. Zo immers weten mensen zich
aangesproken in hun geweten. Als geroepen om het leven lief te
hebben en rechtvaardig te leven in respect voor allen. "In God is geen geweld" zegt een oudchristelijke brief,
geadresseerd aan een zekere Diognetes. Maar wanneer de levenskwaliteit
wordt aangetast, omdat liefde en recht met voeten getreden worden, spreekt
de bijbel vaak over de toorn van God, over zijn ziedende woede. Dit zijn
uiteraard menselijke beelden die duidelijk maken dat God geen lamme
goedzak is die alles zomaar over zijn kant laat gaan. God verdraagt geen
oorlog en geweld.
In die situaties beluisteren we de fameuze
vervloekingsteksten en de passages over de dag van toorn en over
angstaanjagende oordeelsscènes. Dat maakt het pacifisme van de bijbel zo
ingewikkeld. Het lijkt niet voldoende gewoon af te zien van elke vorm van
geweld. Geweldloosheid in naam van God kan en moet, paradoxaal genoeg,
soms samengaan met vlammende protesten, en onverbiddelijk harde analyses.
Daarom nemen profeten geen blad voor de mond. Onrecht
wordt aangeklaagd, onverkort. Het schenden van het recht van wezen en
weduwen wordt niet getolereerd. Tirannie en onderdrukking worden niet
toegedekt met de mantel der liefde. Beroep op geduld kan niet in de plaats
komen van daadwerkelijke stappen in de richting van recht voor allen.
Zo is het inderdaad. Maar je merkt dat de toon van
terechte verontwaardiging kan omslaan in bikkelhard fanatisme dat de
brandstapel heeft klaar staan. De toorn van God heeft zijn vaste plaats
binnen het streven naar gerechtigheid.
Dat is ook Jezus’ handelwijze. Vertoornd om de
commercie die het in de tempel voor het zeggen heeft, haalt hij de zaak
overhoop. Een opstootje waarmee hij nogal wat riskeert zo vlak voor het
paasfeest. Met zoveel volk en al die politie in de buurt. En toch hoort
hij niet bij de club van de zeloten, de gewapende vrijheidsstrijders. Zij
geloofden in legitiem geweld in naam van God.
Misschien was Jezus wel even in de verleiding zich bij
hen aan te sluiten. Tijdens het laatste avondmaal zegt hij tot zijn
leerlingen: De ambivalentie tekent ook de verdere geschiedenis van
het christendom. Het streven naar een menswaardige samenleving verloopt
soms met merkwaardige kronkels. Bisschop Augustinus (4e-5e eeuw) had het
Romeins militarisme met zijn verheerlijking van het gewapend geweld aan de
kaak gesteld. Hij had zelfs de oorlog aangehaald als illustratie dat
menselijke wezens veel wreder en bloeddorstiger waren dan wilde beesten.
Toch had hij, enigszins schoorvoetend, toegegeven dat er 'rechtvaardige
oorlogen' bestonden. Maar hij voegde er onmiddellijk aan toe dat men zelfs
rechtvaardige oorlogen veeleer diende te betreuren dan erover te
gloriëren. Augustinus zag een rechtvaardige oorlog enkel als extreme
mogelijkheid, een soort onvermijdelijk kwaad dat enkel zin had om vrede
tot stand te brengen.
Thomas van Aquino zal in de 13de eeuw dieper op de
kwestie ingaan en stellen dat een rechtvaardige oorlog met zo beperkt
mogelijke middelen moet gevoerd worden. De thematiek blijft de geesten
beroeren. De kruistochten openden een nieuw hoofdstuk met de fel besproken
theorie van de heilige oorlog. Later kwam de reactie van de radicale
vredesbewegingen bij de wederdopers en Quakers, tot we het thema van de
rechtvaardige oorlog opnieuw zien opduiken naar aanleiding van de oorlog
in Irak. Toen werd de vraag gesteld of een preventieve oorlog
gerechtvaardigd kon zijn als rechtvaardige oorlog.
De christelijke traditie droomt van een vreedzame
wereld, maar ze ontkent niet dat er in het dagelijkse leven heel wat
spanningen zijn die gemakkelijk een gewelddadig karakter krijgen. Koning David heeft zijn oog laten vallen op Batseba, de
vrouw van Uria de militair. David zorgt er voor dat hij sneuvelt in de
oorlog zodat hij zijn vrouw Batseba tot zijn vrouw kan nemen. "Naar het
oordeel van de Heer was het wel degelijk slecht wat David had gedaan…" Lezing 2 Samuel Met zo’n verhaal komt alles plots onverwacht weer heel
dicht bij. Je denkt: bedrog en uitbuiting, manipulatie, zorg voor
eigenbelang, dat speelt zich af op het grote toneel van machthebbers en
politiekers. Maar wij, wij hebben daar nauwelijks mee te maken in ons
eigen leven, dat zich beperkt tot onze onmiddellijke omgeving. Zo’n
parabel houdt je plots een spiegel voor waardoor je jezelf met onverwachte
scherpte waarneemt. En je beseft dat wij niet zoveel anders zijn dan wat
we vaak uitvergroot voor ons zien gebeuren in het grote nieuws. Niemand
ontkomt aan de vraag die de godsnaam ons stelt. Ik zal er zijn. Of ik
daarin geloof betekent of ik daar aan meedoe. Het gaat dan niet meer om de
een of andere ingewikkelde theorie 'over' iets. Niet om het bestaan van
God als iets op zich. Het gaat om de vraag of de naam die spreekt van
liefde voor het leven en respect voor ieder, ook de naam is die ons leven
draagt.
Dat de solidarisering met de godsnaam tot verrassende
initiatieven kan leiden, laat zich illustreren aan de hand van de
commissie voor waarheid en verzoening in Zuid Afrika onder voorzitterschap
van bisschop Desmund Tutu. Maar er zijn wellicht nog meer voorbeelden te
noemen. Ignace D'hert o.p. |
| |