Preek van de week Elke week een nieuwe preek
    
  25 december - Kerstpreek 2008 afdrukken  Word-document
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

 

Lezingen:

Jesaja 9,1-6
Lucas 2,1-14

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 

De kracht van een weerloze liefde
 

In de beroemde roman ‘De gebroeders Karamazov’ staat een aangrijpende passage. Eén van de broers (en niet de braafste) fantaseert hoe Jezus opnieuw op aarde zou verschijnen. Hij vertelt hoe Jezus nog één keer onder het gewone volk komt om zijn vragen en verdriet te delen en het moed in te spreken. Het verhaal speelt zich af ergens in de 16de eeuw aan de stadspoort van Sevilla waar de dag voordien nog een grote groep ketters onder grote belangstelling werd verbrand.

Op het ogenblik dat Jezus verschijnt, wordt in een open kistje een overleden kind de kathedraal binnengedragen. De moeder valt voor Jezus’ voeten en smeekt hem haar kind weer tot leven te brengen. En zoals 1500 jaar terug zegt Jezus opnieuw: talitha kumi – meisje sta op. Iedereen roept en juicht. Maar juist op dat ogenblik komt de hoogbejaarde kardinaal, tevens Groot-Inquisiteur, voorbij. Hij ziet wat er gebeurt en laat Jezus arresteren. Die nacht bezoekt hij hem in de kerker. En dan volgt een hallucinante passage waarin de inquisiteur vol bitterheid uitlegt waarom hij Jezus heeft laten arresteren. ‘Wij hebben jou niet meer nodig’, zegt hij hard. ‘Met je rebelse aard heb je niet het geluk gebracht dat het volk zocht. Je bracht vrijheid, maar het volk kan die vrijheid niet aan. Aan ons heb je de macht gegeven te binden en te ontbinden. Welnu, wij, de organisatoren, wij hebben de kerk opgericht. Wij brengen de vrede, de veiligheid en de zekerheid waarnaar het volk snakt. En jij bent met je mentaliteit een hinder, een vervelende luis in de pels. Daarom moet jij verdwijnen.’ Zo ongeveer sprak de Inquisiteur. Ik vermoed dat velen onder u deze tekst kennen. Maar kent u ook het slot?

Toen de inquisiteur uitgepraat was, wachtte hij enige ogenblikken op het antwoord van de Gevangene. Diens zwijgen viel hem zwaar. Hij had gezien dat de Gevangene aldoor kalm en aandachtig naar hem geluisterd en hem daarbij recht in de ogen gekeken had; klaarblijkelijk had Hij geen in om iets terug te zeggen. De oude man had gewild dat Hij hem een antwoord zou geven, al was dat ook bitter en beangstigend. Maar plotseling komt Hij zwijgend op de oude negentigjarige man toe en kust hem stil op zijn bloedloze lippen. Daaruit bestaat zijn hele antwoord. De oude man huivert. Zijn mondhoeken trillen even: hij gaat naar de deur, maakt ze open en zegt tot Hem: "Ga weg en kom niet meer terug … nooit meer … nooit." En hij geeft Hem de gelegenheid om te verdwijnen in de donkere straten van de stad."

Zo eindigt één van de mooiste bladzijden uit de wereldliteratuur. Op een indrukwekkende manier typeert Dostojewski de persoon van Jezus. Als Iemand die niet roept, die zijn stem niet verheft, die het geknakte niet zal breken, zoals reeds staat in de profetieën van Jesaja. Het enige wat Hij brengt is een onverwoestbare, alles doordringende liefde. Tegenover de Groot-Inquisiteur brengt Hij geen argumenten. Zijn leven wordt niet beheerst door een grote theorie. Er is enkel dat stille gebaar. This is a story beyond belief, schrijft Jeffrey Robbins in het boek After the Death of God (Columbia Univ. Press, 2007, p. 11). Niet toevallig heeft men in de postmoderne theologie aandacht voor het slot van dit verhaal. Want deze nieuwe theologie is vooral getroffen door het einde van de grote theorieën, door het woordeloze, het stille, God voorbij God. Waarom? Hoe kon het zo ver komen? Om dat te begrijpen moeten we even teruggaan in de geschiedenis.

We leven in een periode waarin de kerk haar machtspositie heeft moeten opgeven. We leven in een tijd waarin de geloofsleer als verklaring van alle grote levensvragen is ineengestuikt. We maken mee hoe gelovigen een sociologische minderheid zijn geworden, en religie aandacht krijgt van zoekers en godsdienstige daglozen. Toen het christendom in 312 onder keizer Constantijn staatsgodsdienst werd, kreeg de kerk een nieuwe functie. Tot dan bestond er een veelheid van verhalen en leefden heel verschillende visies op de figuur van Jezus. De bisschop van Rome was een primus inter pares en de Blijde Boodschap was een houvast voor een zoekende minderheid. Maar vanaf dan werd alles anders. De kerk werd de behoedster van een stabiele maatschappij en had geen boodschap aan pluriformiteit. De Blijde Boodschap ging men vertalen in Griekse begrippen. De greep op de samenleving en op de geest van individuele gelovigen werd alsmaar groter. De kerk als instituut en het geloof als systeem beheersten heel het leven, precies zoals de Groot-Inquisiteur beschrijft.

Totdat vanaf de tijd van de Verlichting een tegenbeweging op gang kwam, het individu zijn vrijheid opnieuw ging opeisen, allerlei wetenschappen zich losmaakten van kerkelijke bevoogding en de mens zelf wilde uitmaken wat hij als goed en kwaad beschouwde. Sindsdien staat de kerk in het verlies en maakt ze tot vandaag mee hoe haar invloed afbrokkelt en mensen steeds weer in een gezagsconflict raken.

Al dat verlies is volgens mij een zegen voor de Bijbelse Boodschap. Want wat rest er nog? De onweerstaanbare kracht van een weerloze liefde. Wat eeuwenlang uitgroeide tot een instituut dat zogenaamd veiligheid en geluk moest brengen, verloor het contact met die diepere boodschap van vrijheid en onberekend engagement. De geleidelijke afbrokkeling van de laatste honderd jaar slaat velen met paniek, doet de organisatoren naar het hoofd grijpen, maar bracht een intense zuivering op gang waarvan we het einde nog niet in zicht hebben.

Welke God rest ons nog na de dood van God? Ik denk dat het de God van de zelfontlediging is. De God die zich weerloos en zwak in een mensenkind gegeven heeft, maar die daarbij ook de kant koos van alles en iedereen die in een situatie van zwakte en onzekerheid verkeert. Een God die zich weerloos aan mensen uitlevert en enkel in een zachtmoedige begroeting aan het licht komt. De Jezus van Dostojewski die zijn vijand op de mond kust.

Is dat niet de kern van dit Kerstfeest? In de symbolische gestalte van een kind, in de persoon van de arme drommels van herders en in het feestelijke gezang van de engelen wijst Lucas op de totale geboorte, die moet plaats hebben: in ons en om ons heen. Een nieuw begin op alle niveaus: in ons hart, in onze directe omgeving, in ons land, over heel de wereld. Kerstmis kondigt de geboorte aan van een nieuw menstype en van een nieuwe geboorte van de Godheid in elk van ons. Verschenen is de mildheid en menslievendheid van onze God.

Marcel Braekers o.p..

 
  Prekenlijst