| Preek van de week | ||
| Kerstmis 2008 |
|
|
Lezingen:
Jesaja 52,7-10
U kunt
reageren |
|||||||||
|
Het woord dat doet leven
Het zal niemand zijn ontgaan dat de opening van het Johannesevangelie doet
denken aan het begin van de bijbel: het scheppingsverhaal. In het begin schiep
God hemel en aarde. De aarde was woest en leeg. Daarin komt orde door het woord
dat God laat klinken. In het begin was het woord. En het eerste woord dat hij
spreekt, luidt: er weze licht. En er is licht. Als God spreekt, komt er
perspectief, uitzicht, toekomst. In vergelijkbare woorden opent de evangelist zijn
verhaal over Jezus. "In het begin was het woord, en het woord was bij God,
en het woord was God." Het klinkt heel plechtig. Lang niet zo gevoelig als
het verhaal van de hoogzwangere Maria en Jozef, met de overvolle
herbergen, het kribbetje met stro, de os en de ezel en alle andere
attributen die er later zijn bij gekomen. Bij Johannes is geen plaats voor
romantiek. Veeleer: "In het begin was het woord".
Zo hebben mensen Jezus ervaren: iemand met een woord
dat licht en perspectief brengt in hun leven. Het eerste woord dat hij tot
mensen richt, luidt: jij, jij bent belangrijk; je mag er zijn. Niet om wat
je gepresteerd hebt. Heel gewoon, om wie je bent. Jullie, herders
bijvoorbeeld, ergens buiten in het veld. Is dat niet de hoop die ieder
mens stilletjes koestert. Dat iemand mij zegt dat hij/zij mij belangrijk
vindt. Dat ik iets mag betekenen voor een ander. Dat ik die vriend of
vriendin mag zijn, die geliefde. Die vader of moeder. Dat ik die
verantwoordelijkheid mag opnemen. Dat woord schept een nieuw begin. Maar
ik weet ook: iemand moet het me vragen. Ik kan dat zelf niet regelen. Een
ander moet dat woord spreken, die vraag stellen: wil je? Kom je? Wil je me
volgen?
Dit zijn woorden die mijn zelfvertrouwen wekken. Want
ik heb misschien niet zo een groot gedacht van mezelf. Maar op zo’n woord
durf ik het aan. Jonge mensen die de liefde ontdekken voelen zich herboren
worden door de bevestiging die ze van de ander ontvangen. Waarom wil je
mij eigenlijk? Wat vind je toch zo aantrekkelijk in mij? Waarom verlang je
naar mij? Vragen die niet te beantwoorden zijn. Maar telkens weer gebeurt
het: dat mensen gevonden worden, gevraagd worden. Zo’n woord laat me
herboren worden. Het tilt me boven mezelf uit.
En het wonderlijke is dat we daardoor op onze beurt in
staat worden gesteld om een belofte uit te spreken. Dat we het wagen zélf
een woord tot de ander te richten die hem/haar laat herboren worden.
Geliefden spreken elkaar toe met de woorden die in de Bijbel de naam van
God vertolken: Ik zal er zijn. Wat er ook gebeurt. Op die manier maken ze
iets goddelijks zichtbaar en tastbaar onder ons. En wanneer ze een kindje
krijgen, spreken ze zich uit als vader en moeder. Een belofte die geldt
voor de rest van hun leven. Hun hele hebben en houden wordt er voortaan
door bepaald: 'ik wil voor jou een lieve moeder en een goede vader zijn.'
Daar willen ze niet meer van af. Woorden die toekomst scheppen. En die
daardoor ook het heden veranderen.
Wie een belofte ontvangt, kan met meer vertrouwen naar
de toekomst kijken. Daardoor voelt hij ook steviger grond onder de voeten,
hier en nu. Mensen durven meer aan en slaan hun vleugels uit. Het heden
verandert erdoor. Maar ook wie een belofte uitspreekt geeft meer richting
aan zijn leven. Je baant jezelf een weg, je verankert jezelf. Door een
belofte te doen investeer je in het leven, je raakt er dieper bij
betrokken. Woorden veranderen ons leven.
We weten ook dat we daarmee de wereld niet veranderen.
Het meeste wat zich op het grote vlak voordoet ontsnapt aan onze greep.
Maar dat is niet het geval voor wat voor u en mij van vitaal belang is.
Wij leven van woorden. En de woorden die een ander tot mij spreekt zijn
het huis waarin ik woon. Daar hoop ik me veilig en geborgen te voelen.
Gedragen door een liefdevolle aanwezigheid.
De aanwezigheid bij een ziekbed, de stille maar
veelzeggende presentie. Die woordeloze maar sprekende nabijheid: 'ik blijf
bij je als het moeilijk wordt.' Even wordt lijden draaglijk. De lijfelijke
aanwezigheid als een woord van genegenheid. Een beetje licht, wat
opluchting. De evangelist Johannes brengt ons het verhaal over
Jezus. Hij noemt hem het woord van God. Het woord dat licht brengt in de
duisternis. Hij is de belichaming van Gods belofte: Ik zal er zijn.
Daardoor hebben we steviger grond onder onze voeten, hier en nu. Want nu
kunnen we met meer vertrouwen naar de toekomst gaan. Dat hebben zoveel
mensen bij Jezus meegemaakt. Voor hen geldt: in het begin was het woord.
En dat woord was licht in hun duisternis.
Elk woord is kwetsbaar. Elke belofte broos. Wij vieren
Kerstmis in het vertrouwen dat Gods woord licht kan brengen in ons leven.
Dat zijn woord ons mag inspireren tot trouw aan elkaar, trouw aan de
toekomst die met Jezus begonnen is.
Ignace D'hert o.p. |
| |