Preek van de week Elke week een nieuwe preek
  24 juni - Geboorte Johannes de Doper Preek in M-S Word-formaatRechtstreeks afdrukken

 

Lezingen:

Jesaja 49,1-6
Lucas 1,57-69/80

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

In het spoor van de Doper

Voor veel kerkgangers zal het vandaag een verrassing zijn dat op een zondag de geboortedag van een heilige wordt gevierd. In de katholieke liturgie wordt Johannes de Doper zo belangrijk geacht dat op 24 juni de zondagsviering moet wijken voor die van zijn geboorte.
Als een heilige in de verf wordt gezet, speelt altijd de vraag mee hoe zijn of haar vereerders zich kunnen spiegelen aan het voorbeeld van zijn of haar wijze van leven. Hoe kunnen we een voorbeeld nemen aan de wijze van leven van Johannes, voor zover we daarover door de evangelies zijn geļnformeerd?

Johannes had eigenlijk een andere naam moeten krijgen. Maar volgens de legende van het kindsheidsevangelie had zijn vader vanwege God het bevel gekregen hem zo te noemen: 'Jahwe is genadig'. Die naam gaf zijn levensprogramma aan. Hij moest Gods genadigheid waarmaken. Zijn vader had het volgens de evangelist goed begrepen. Hij zei het in zijn dankend gebed. "En jij, mijn jongen, zult profeet van de Allerhoogste worden genoemd, want je zult voor de Heer uit gaan om de weg voor hem gereed te maken. Om zijn volk te leren hoe ze gered kunnen worden door de vergeving van hun zonden, dankzij de innige barmhartigheid van onze God" (Lucas 1,76-78).

Men heeft Johannes de bijnaam 'de Doper' gegeven. De joden doopten regelmatig zichzelf, zoals ook christenen nog altijd doen als ze hun vingers in wijwater dompelen en een kruisteken maken. Maar de joden dompelden zich helemaal onder in een bad om zich ritueel te zuiveren. Johannes heeft die praktijk omgevormd. Hij riep de mensen op om zich door hem te ląten dopen als teken van hun bekering en om vergiffenis van zonden te krijgen. Niemand kan zichzelf reinigen van schuld. Om je te kunnen bekeren heb je hulp nodig van anderen die Gods genadigheid bemiddelen.

Toen Jezus zich liet dopen heeft Johannes hem herkend. Hij was het die komen moest, hij voor wie de weg gereed moest worden gemaakt. Hij heeft hem aangewezen: hij is het, de messias, door God gezalfd, die ons volk werd beloofd. Op zijn aanwijzing beslisten twee leerlingen van hem leerling van Jezus te worden (Johannes 1,35-37). In de christelijke kunst wordt Johannes dikwijls afgebeeld als de Wijzende: met een uitgestrekte vinger van zichzelf weg wijzend naar Jezus. Let niet op mij, kijk naar hem! Een van de mooiste voorbeelden staat op de triptiek van Matthias Grünewald in het museum Unterlinden van Colmar.

Toen Johannes in de gevangenis zat is hij door twijfel overvallen. Had hij zich niet vergist? Was het Jezus wel die komen moest? Moeten we toch niet uitkijken naar iemand anders? Vanuit de gevangenis liet hij bij Jezus navraag doen. Jezus antwoordde door te verwijzen naar de tekenen die hij verrichtte (Lucas 7,20-23). Het moet voor Johannes een opluchting geweest zijn. Hij kon met een gerust hart zijn dood tegemoet gaan. Zijn leven was niet vergeefs geweest.

Je moet niet Johannes heten om de betekenis van zijn naam op jezelf toe te passen. Moet niet iedere gelovige het tot zijn of haar taak rekenen van Gods genadigheid te getuigen en ze zelf te helpen bewerken? Je moet helemaal geen doper te zijn om mensen erop te wijzen dat ze bekering nodig hebben en duidelijk te maken wat dit van hen vraagt. Je hoeft helemaal geen profeet te zijn om voor mensen de wegen te effenen waarlangs ze Gods genade kunnen ervaren en zelf aan anderen genade te betonen. Wellicht moet je beginnen met het opruimen van barricades die je zelf opwerpt, van verschansingen rond je ego, opdat God in je leven tot zijn recht kan komen.

Er zijn tegenwoordig mensen die met een zelfde soort vragen zitten als Johannes in de gevangenis. Is het christelijk geloof het enige ware geloof? Herken ik wat ik werkelijk geloof in de leer van de kerk? Vind ik bij haar het antwoord op mijn levensvragen? Er zijn er die uitkijken naar andere profeten, profane profeten ook, met een boodschap over wegen naar levensvervulling en echt geluk.

Een christelijke reactie op vragen en verlangens van die aard moet het evangelie kunnen inroepen en tekenen kunnen aanwijzen waardoor het wordt bevestigd. Mensen die weer kunnen zien en die van hun doofheid genezen worden, mensen die weer tot leven komen, arme mensen, arm in alle betekenissen van het woord, die verheugend nieuws te horen krijgen. Er zijn plaatsen waar zulke tekenen zijn te zien. Maar men moet ze willen zien. Er zijn mensen door wiens toedoen zulke tekenen gebeuren. Mensen aan het werk op plaatsen waar getoond wordt hoe de belofte van het evangelie - Gods koninkrijk dat komt - in vervulling gaat.

B.J. De Clercq o.p.

 
  Prekenlijst