En dan die merkwaardige reacties van de leerlingen. Er wordt niet eens
gezegd of Petrus gelooft in Jezus’ verrijzenis. Alleen over de geliefde
leerling valt een positief licht. Hij zag en geloofde, staat er. Maar dat
wordt dan weer in twijfel getrokken door de volgende zinsnede dat ze de
Schriften nog niet hadden begrepen. Ingewikkeld.
En toch reikt die korte opmerking over de geliefde leerling ons een
sleutel aan. Daarin staan twee belangrijke termen. ‘Zien’ en ‘geloven’. Deze
termen spelen een cruciale rol. Dat merk je goed aan de beweging in het
verhaal. Want beweging is er! Mensen rennen over en weer. Brengen elkaar
boodschappen over. Vaak verwarde boodschappen. Soms stoten ze op ongeloof.
Het wil iets zeggen over het ontstaan van het paasgeloof.
Het begint met Maria Magdalena. "Vroeg in de morgen, het was nog donker",
staat er. Dat is beeldspraak om te zeggen: Maria tast nog in het duister.
Ofschoon ze veel van Jezus houdt, staat ze nog niet in het licht van hem die
gezegd heeft het licht der wereld te zijn.
Bij het graf aangekomen ziet ze dat de steen is weggerold. En dan, vreemd
genoeg, gaat ze niet naar binnen, ze gaat niet kijken, maar ze snelt naar
Petrus en de door Jezus beminde leerling. En ze zegt dat ze Jezus hebben
weggenomen. Het geopende graf is voor haar helemaal geen teken van
verrijzenis. Ze heeft nog niet gezien. "Wij weten niet waar ze hem hebben
neergelegd", zegt ze.
Dan ontstaat er een wedloop onder de leerlingen. Petrus en de door Jezus
beminde leerling lopen om het hardst. Het verhaal lijkt te suggereren dat de
geliefde leerling dichter bij Jezus staat dan Petrus. Omdat zijn vriendschap
hem beter doet zien en begrijpen? Wie weet: Le coeur a ses raisons …
Hij kijkt als eerste in het graf maar gaat niet naar binnen. Hij laat Petrus
voorgaan. Petrus, binnen getreden in het graf, neemt het initiatief voor een
grondig onderzoek. Hij stelt het allemaal vast en realiseert zich het
bevreemdende van het lege graf.
De geliefde leerling, die op zijn beurt het graf is binnen gekomen, ziet
en gelooft. De vermelding is duidelijk. Het zien met het hart begrijpt meer
dan de naakte feiten vertellen. En toch spreekt de evangelist nog van een
beginnend geloof. Het hart snelt weliswaar vooruit naar wat nog niet helder
kan gezegd worden, maar ook hij begrijpt nog niet het verband met de
Schriften.
Het paasgeloof is ontstaan in dat ingewikkeld proces dat die eerste
leerlingen na Jezus' dood hebben doorgemaakt. De ontgoocheling, de
ontreddering: daar dienden ze doorheen te komen. En daartoe hebben ze elkaar
nodig. Zeer zeker. Maar ook hun Schriften, hun traditie. Die moeten hen op
weg helpen. Die moeten met nieuwe ogen gelezen worden. Daar zijn alle
talenten voor nodig waar mensen over beschikken. Verstand en gevoel, zin
voor traditie en openheid voor nieuwe inzichten.
Alle evangelisten geven op hun manier te kennen dat het paasgeloof er
niet vanzelf gekomen is. Er is sprake van een breukmoment, van niet zien,
niet geloven. Daar moeten ze doorheen: de argwaan dat het toch allemaal
niets uithaalt, dat Jezus weliswaar mooie dromen koesterde en prachtig kon
vertellen, maar dat je blind of gek moet zijn om te geloven dat zijn droom
kans op slagen maakt. Hun ogen dienen geopend om te zien dat de droom van
Jezus inderdaad in de lijn ligt van de Schriften. Het is er de bekroning
van. Dat inzicht kan hen opnieuw op weg zetten.
Er is van de verrijzenis geen sluitend bewijsmateriaal. Behalve de
doorbraak die zich bij de leerlingen heeft doorgezet. En die is er niet
gekomen zonder slag of stoot. Want ook die wedloop tussen Petrus en de
geliefde leerling staat er niet zomaar. Het kon wel eens gaan om twee types
van geloof die het nogal eens moeilijk hebben met elkaar. Het is niet zonder
reden dat het juist deze twee leerlingen zijn die door Maria benaderd
worden. Zij vertegenwoordigen het gezag in de persoon van Petrus, de liefde
in de persoon van de geliefde leerling. Deze hoeven niet tegen elkaar uit
gespeeld te worden. Ze moeten integendeel beiden aan hun trekken komen.
Dat geldt niet alleen voor de jonge kerk. Het blijft van kracht vandaag.
Gezag is onmisbaar. Het is echter niets waard wanneer het niet door liefde
gestuwd wordt. Want uiteraard kan ook liefde niet ontbreken. Christelijke
liefde is echter een illusie wanneer ze niet gegrond is in Jezus'
levensvoorbeeld.
Het wordt mooi samengevat in die eerste lezing uit de Handelingen. Petrus
geeft een geconcentreerd beeld van Jezus' optreden tijdens zijn leven. Dat
leven mondt niet uit in de dood, maar in de opdracht die ze van de verrezene
hebben gekregen. Mensen zijn op elkaar aangewezen, ieder met zijn/haar eigen
talenten. Zonder elkaar komen we er niet door. Zonder geloofsgemeenschap,
geen paasgeloof.
Mogen wij op onze beurt hiervan doordrongen geraken.
Ignace D’hert o.p.