Preek van de week Elke week een nieuwe preek
  8 april - Paaszondag Preek in M-S Word-formaatRechtstreeks afdrukken

 

Lezingen:

Handelingen 10, 3.34-43
Johannes 20,1-9

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

Zien en geloven
 

Het is toch maar een vreemd verhaal in het evangelie van de paasmorgen. Eigenlijk niet echt geschikt voor een paasviering. Er is geen paasjubel. Geen krachtige boodschap: Hij is verrezen. Veeleer bedenkelijke gezichten. Niet goed wetend wat er van te denken. De zwachtels die er liggen: alsof iemand er uitgestapt is, zoals men zijn kledingstukken achteloos achter zich laat neervallen. Een zweetdoek, zorgvuldig opgevouwen, die apart is neergelegd. Vreemde zaken allemaal.

En dan die merkwaardige reacties van de leerlingen. Er wordt niet eens gezegd of Petrus gelooft in Jezus’ verrijzenis. Alleen over de geliefde leerling valt een positief licht. Hij zag en geloofde, staat er. Maar dat wordt dan weer in twijfel getrokken door de volgende zinsnede dat ze de Schriften nog niet hadden begrepen. Ingewikkeld.

En toch reikt die korte opmerking over de geliefde leerling ons een sleutel aan. Daarin staan twee belangrijke termen. ‘Zien’ en ‘geloven’. Deze termen spelen een cruciale rol. Dat merk je goed aan de beweging in het verhaal. Want beweging is er! Mensen rennen over en weer. Brengen elkaar boodschappen over. Vaak verwarde boodschappen. Soms stoten ze op ongeloof.
Het wil iets zeggen over het ontstaan van het paasgeloof.

Het begint met Maria Magdalena. "Vroeg in de morgen, het was nog donker", staat er. Dat is beeldspraak om te zeggen: Maria tast nog in het duister. Ofschoon ze veel van Jezus houdt, staat ze nog niet in het licht van hem die gezegd heeft het licht der wereld te zijn.
Bij het graf aangekomen ziet ze dat de steen is weggerold. En dan, vreemd genoeg, gaat ze niet naar binnen, ze gaat niet kijken, maar ze snelt naar Petrus en de door Jezus beminde leerling. En ze zegt dat ze Jezus hebben weggenomen. Het geopende graf is voor haar helemaal geen teken van verrijzenis. Ze heeft nog niet gezien. "Wij weten niet waar ze hem hebben neergelegd", zegt ze.

Dan ontstaat er een wedloop onder de leerlingen. Petrus en de door Jezus beminde leerling lopen om het hardst. Het verhaal lijkt te suggereren dat de geliefde leerling dichter bij Jezus staat dan Petrus. Omdat zijn vriendschap hem beter doet zien en begrijpen? Wie weet: Le coeur a ses raisons … Hij kijkt als eerste in het graf maar gaat niet naar binnen. Hij laat Petrus voorgaan. Petrus, binnen getreden in het graf, neemt het initiatief voor een grondig onderzoek. Hij stelt het allemaal vast en realiseert zich het bevreemdende van het lege graf.
De geliefde leerling, die op zijn beurt het graf is binnen gekomen, ziet en gelooft. De vermelding is duidelijk. Het zien met het hart begrijpt meer dan de naakte feiten vertellen. En toch spreekt de evangelist nog van een beginnend geloof. Het hart snelt weliswaar vooruit naar wat nog niet helder kan gezegd worden, maar ook hij begrijpt nog niet het verband met de Schriften.

Het paasgeloof is ontstaan in dat ingewikkeld proces dat die eerste leerlingen na Jezus' dood hebben doorgemaakt. De ontgoocheling, de ontreddering: daar dienden ze doorheen te komen. En daartoe hebben ze elkaar nodig. Zeer zeker. Maar ook hun Schriften, hun traditie. Die moeten hen op weg helpen. Die moeten met nieuwe ogen gelezen worden. Daar zijn alle talenten voor nodig waar mensen over beschikken. Verstand en gevoel, zin voor traditie en openheid voor nieuwe inzichten.

Alle evangelisten geven op hun manier te kennen dat het paasgeloof er niet vanzelf gekomen is. Er is sprake van een breukmoment, van niet zien, niet geloven. Daar moeten ze doorheen: de argwaan dat het toch allemaal niets uithaalt, dat Jezus weliswaar mooie dromen koesterde en prachtig kon vertellen, maar dat je blind of gek moet zijn om te geloven dat zijn droom kans op slagen maakt. Hun ogen dienen geopend om te zien dat de droom van Jezus inderdaad in de lijn ligt van de Schriften. Het is er de bekroning van. Dat inzicht kan hen opnieuw op weg zetten.

Er is van de verrijzenis geen sluitend bewijsmateriaal. Behalve de doorbraak die zich bij de leerlingen heeft doorgezet. En die is er niet gekomen zonder slag of stoot. Want ook die wedloop tussen Petrus en de geliefde leerling staat er niet zomaar. Het kon wel eens gaan om twee types van geloof die het nogal eens moeilijk hebben met elkaar. Het is niet zonder reden dat het juist deze twee leerlingen zijn die door Maria benaderd worden. Zij vertegenwoordigen het gezag in de persoon van Petrus, de liefde in de persoon van de geliefde leerling. Deze hoeven niet tegen elkaar uit gespeeld te worden. Ze moeten integendeel beiden aan hun trekken komen.

Dat geldt niet alleen voor de jonge kerk. Het blijft van kracht vandaag. Gezag is onmisbaar. Het is echter niets waard wanneer het niet door liefde gestuwd wordt. Want uiteraard kan ook liefde niet ontbreken. Christelijke liefde is echter een illusie wanneer ze niet gegrond is in Jezus' levensvoorbeeld.

Het wordt mooi samengevat in die eerste lezing uit de Handelingen. Petrus geeft een geconcentreerd beeld van Jezus' optreden tijdens zijn leven. Dat leven mondt niet uit in de dood, maar in de opdracht die ze van de verrezene hebben gekregen. Mensen zijn op elkaar aangewezen, ieder met zijn/haar eigen talenten. Zonder elkaar komen we er niet door. Zonder geloofsgemeenschap, geen paasgeloof.
Mogen wij op onze beurt hiervan doordrongen geraken.

Ignace D’hert o.p.

 
  Prekenlijst