En ze mochten zich daaraan vastklampen als tegenwicht
voor wat hen te wachten stond na het sterven van Jezus. Maar die woorden
waren voor hen volslagen onbegrijpelijk. Ze zullen wellicht elkaar hebben
aangekeken in het onzekere over ‘wie’ of ‘wat’ hij sprak. Zal het het
sterven zelf zijn van Jezus die het hen duidelijk zal maken? Als de grond
onder hun voeten wegzinkt, als alles hen uit handen is geslagen, en niets
hen nog overeind houdt?
Maria, de vrouwen en de leerlingen die het hele
gruwelijke traject van Jezus lijden en dood mee hebben afgelegd, wisten
wat het betekende. Wie of wat ben je nog bij het zien van zoveel geweld.
In ontreddering en vertwijfeling, in onmacht en in angst gevangen sloten
ze zich op. Niet elk alleen. Neen, ze verzamelden zich opnieuw. Ze wilden
praten over hem van wie ze allen zoveel hebben gehouden. Ze maakten elkaar
deelgenoot door alles wat in hen leefde aan pijn en onmacht, aan verdriet
en angst met elkaar te delen. In deze beslotenheid waren ze op zoek naar
hoop en naar licht uit het donker. En er werd licht!
Deze ervaring betekende voor hen dat de dood niet het
einde kan zijn. Dat de Geest die Jezus bezielde verder gaat in deze nieuwe
verbondenheid voorbij de dood. Deze levensechte ervaring mochten ze voor
waar aannemen. Een waarheid die heel hun bestaan doorzinderde. Het werd de
moederschoot waarin hun geloof in Jezus als verrezene geboren werd en hen
tot onverschrokken getuigen heeft gemaakt.
Maar hoe doorzindert die geest van waarheid ons
bestaan? Begonnen de leerlingen daar niet waar we eigenlijk allemaal
zouden moeten beginnen? Timoty Radcliffe, voormalig magister van de orde
van de dominicanen, zegt: "De grootste uitdaging voor het vinden van de
waarheid is elkaar helpen terug gemeenschap op te bouwen." Wij hebben het
daar moeilijk mee. Meestal schuwen we wat pijn doet en verdrietig maakt.
En vaak geven we nauwelijks gelegenheid het tot ons te laten doordringen.
En te raken de waarheid die in ons schuilgaat. Niet wat van buitenaf, maar
wat van binnenuit komt lijkt belangrijk voor het vinden van de waarheid.
Maar als wij alleen moeten zwerven dan dolen we rond.
Verdwalen we in het labyrint van ons eigen wezen. Maar samen op weg gaan,
stapsgewijze, geleidelijk en geduldig met elkaar, kunnen we vinden. En als
de mist verdicht, de donkerte valt en we de weg kwijtraken, is er nog het
verlangen. Het verlangen en het vertrouwen op elkaar openhouden. Daar
moeten we op bedacht blijven, dat we de weg samen blijven gaan.
Ononderbroken zoekend naar wegen die nieuw leven mogelijk maken. Als we
die weg gaan, kan er een kwaliteit van leven aan het licht komen die
nieuwe en vrije mensen van ons maakt.
Een levensvernieuwende ervaring ontvouwt altijd de
fundamentele intuïtie over de waarheid van het leven. Het openbaart de
waarheid over God en wie God voor ons kan zijn. Dan pas staan we ‘in de
waarheid’ om te kunnen onderscheiden wat goed is, wat mag en niet kan, wat
aangewezen is en prioritair is in ‘Gods naam’.
Voor ons is dat de God van de bijbel wiens naam we
vandaag vieren. God die is drie in één. Die is zijn eigennaam. ‘Ik die
ben, Ik zal er zijn voor jou’. Scheppende kracht van leven. In Jezus aan
het licht gekomen. Die hartverwarmend aanwezig komt waar het leven
bedreigd en gekwetst wordt. Die één in Geest en adem onophoudelijk nieuw
leven wekt en ons de volle waarheid doet verstaan. De onuitputtelijkheid
ervan wordt bron van kracht en hoop.
Het zou een leugen zijn te denken dat er geen hoop meer
is. Er zijn vandaag genoeg mensen die ‘in de waarheid’ staan.
Maria Wittevrongel
Dominicaanse familie Knokke.