De evangelist Johannes schrijft woorden neer die hij Jezus laat zeggen
bij zijn afscheid, voor hij ging lijden en sterven. Jezus spreekt zoals
meestal vaders of moeders spreken op hun sterfbed tot hun kinderen: Dat ze
goed overeen zouden komen. Dat ze elkaar in het hart zouden dragen. Voor
elkaar zouden zorgen. Dat ze de eenheid en verbondenheid die er was als
kinderen met vader of moeder, zouden doorgeven aan elkaar. Jezus heeft het
ook daarover. Hij wenst dat zijn leerlingen één mogen zijn, zoals hij één
was met God de Vader. Hij wenst dat de liefde waarmee de Vader hem liefheeft
ook in zijn leerlingen moge zijn. Dat is eigenlijk straffe taal! Wie van ons
heeft een besef van de goddelijke liefde van de Vader voor Jezus en van
Jezus’ liefde voor zijn God en Vader? We hebben het soms al moeilijk om de
uitzonderlijk innige liefde te begrijpen tussen twee geliefden. We staan daar
buiten. Dat is de geheel eigen privacy van deze twee unieke mensen. We
kunnen toch niet voelen wat er in hun hart omgaat en hoe één ze zich voelen
met elkaar. We kunnen er alleen blij om zijn als we hun geluk zien. Zeker
als het gaat om eigen kinderen of kleinkinderen. Dat is het waar het in het
leven om draait: eenheid, verbondenheid, onderlinge liefde.
Ik las een verhaal over een gebeurtenis in een Zuid-Amerikaans land.
Tijdens een protestmars voor landhervorming werd een man opgenomen en zonder
enig verhoor of proces opgepakt en in de gevangenis opgesloten. Zijn vrouw
kon na lang vragen en zoeken achterhalen in welke cel hij precies gevangen
zat. Elke avond stak ze daarom een kaars aan en ging zo in het zicht van het
celvenstertje staan zo dat haar man het lichtje kon zien. De man wist dat
zij daar stond. In heel die donkere tijd van opsluiting en onzekerheid
omtrent zijn lot was dit zijn enige houvast. Waar haalde die vrouw de liefde
en kracht vandaan om daar elke nacht te gaan staan? Voor die man bracht dat
lichtje warmte, tederheid, eenheid, verbondenheid, liefde. Dat zijn vrouw zo
was en dat voor hem deed, dat vervulde hem met een intense liefde en gaf hem
kracht en hoop.
Johannes schrijft ook in zijn evangelie over Jezus als ’het Licht van de
wereld’. De wereld, dat zijn wij: mensen van God. Jezus is voor ieder van
ons als een levende waakvlam voor het venster van ons leven. Het Licht van
Zijn Liefde, die de Liefde is van God zelf, kan ons houvast geven, zeker in
donkere dagen van onzekerheid omtrent ons levenslot.
Als ik het verhaal las over die vrouw met haar waakvlammetje in de hand
voor haar man dacht ik aan de brandende godslamp voor het tabernakel. Die
godslamp is ook een teken van aanwezigheid. Het Licht dat Christus is,
brandt voor ons als een teken dat God in liefde aanwezig is. Het is zijn
naam voor altijd: ‘Ik zal er zijn voor u’.
Het evangelie van vandaag kan dan een moeilijke tekst zijn met
ingewikkelde zinnen. Slechts dat ene moeten we horen en onthouden en dat ene
moeten we doen: ’Opdat allen één mogen zijn, zoals de Vader in Jezus en
Jezus in ons.’ Met Christus in ons hart kunnen we een levende en lichtende
waakvlam zijn voor mensen, die zonder perspectief vastzitten in onzekerheid
en onmacht.
Rob Moens, o.p., Genk