Preek van de week Elke week een nieuwe preek
  20 mei - zevende paaszondag Preek in M-S Word-formaatRechtstreeks afdrukken

 

Lezingen:

Handelingen 7,55-60
Johannes 17,20-26

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

Dat allen één mogen zijn
 

Mensen zeggen soms: ‘Het gaat mijn petje te boven!’ Als je het evangelie van vandaag hebt horen voorlezen zal je dit wellicht ook zeggen. Het is een tekst die boven onze hoofden verdampt. Of misschien is er toch iets blijven hangen? Iets dat over liefde en eenheid gaat. Misschien moeten we alleen dit onthouden. Meer moeten we eigenlijk niet horen en meer moeten we ook niet doen.


De evangelist Johannes schrijft woorden neer die hij Jezus laat zeggen bij zijn afscheid, voor hij ging lijden en sterven. Jezus spreekt zoals meestal vaders of moeders spreken op hun sterfbed tot hun kinderen: Dat ze goed overeen zouden komen. Dat ze elkaar in het hart zouden dragen. Voor elkaar zouden zorgen. Dat ze de eenheid en verbondenheid die er was als kinderen met vader of moeder, zouden doorgeven aan elkaar. Jezus heeft het ook daarover. Hij wenst dat zijn leerlingen één mogen zijn, zoals hij één was met God de Vader. Hij wenst dat de liefde waarmee de Vader hem liefheeft ook in zijn leerlingen moge zijn. Dat is eigenlijk straffe taal! Wie van ons heeft een besef van de goddelijke liefde van de Vader voor Jezus en van Jezus’ liefde voor zijn God en Vader? We hebben het soms al moeilijk om de uitzonderlijk innige liefde te begrijpen tussen twee geliefden. We staan daar buiten. Dat is de geheel eigen privacy van deze twee unieke mensen. We kunnen toch niet voelen wat er in hun hart omgaat en hoe één ze zich voelen met elkaar. We kunnen er alleen blij om zijn als we hun geluk zien. Zeker als het gaat om eigen kinderen of kleinkinderen. Dat is het waar het in het leven om draait: eenheid, verbondenheid, onderlinge liefde.

Ik las een verhaal over een gebeurtenis in een Zuid-Amerikaans land. Tijdens een protestmars voor landhervorming werd een man opgenomen en zonder enig verhoor of proces opgepakt en in de gevangenis opgesloten. Zijn vrouw kon na lang vragen en zoeken achterhalen in welke cel hij precies gevangen zat. Elke avond stak ze daarom een kaars aan en ging zo in het zicht van het celvenstertje staan zo dat haar man het lichtje kon zien. De man wist dat zij daar stond. In heel die donkere tijd van opsluiting en onzekerheid omtrent zijn lot was dit zijn enige houvast. Waar haalde die vrouw de liefde en kracht vandaan om daar elke nacht te gaan staan? Voor die man bracht dat lichtje warmte, tederheid, eenheid, verbondenheid, liefde. Dat zijn vrouw zo was en dat voor hem deed, dat vervulde hem met een intense liefde en gaf hem kracht en hoop.

Johannes schrijft ook in zijn evangelie over Jezus als ’het Licht van de wereld’. De wereld, dat zijn wij: mensen van God. Jezus is voor ieder van ons als een levende waakvlam voor het venster van ons leven. Het Licht van Zijn Liefde, die de Liefde is van God zelf, kan ons houvast geven, zeker in donkere dagen van onzekerheid omtrent ons levenslot.

Als ik het verhaal las over die vrouw met haar waakvlammetje in de hand voor haar man dacht ik aan de brandende godslamp voor het tabernakel. Die godslamp is ook een teken van aanwezigheid. Het Licht dat Christus is, brandt voor ons als een teken dat God in liefde aanwezig is. Het is zijn naam voor altijd: ‘Ik zal er zijn voor u’.

Het evangelie van vandaag kan dan een moeilijke tekst zijn met ingewikkelde zinnen. Slechts dat ene moeten we horen en onthouden en dat ene moeten we doen: ’Opdat allen één mogen zijn, zoals de Vader in Jezus en Jezus in ons.’ Met Christus in ons hart kunnen we een levende en lichtende waakvlam zijn voor mensen, die zonder perspectief vastzitten in onzekerheid en onmacht.

Rob Moens, o.p., Genk

 
  Prekenlijst