| Preek van de week |
| 6 mei - vijfde paaszondag |
|
|
Lezingen:
Handelingen 14,21-27 U kunt
reageren
|
|||
|
Het gebod van de liefde
Iemand zei eens: de kerken zouden waarschijnlijk wel weer vol geraken als we
aan iedereen die naar de kerk komt 20 euro geven, of 50 desnoods. Maar nu de
mensen alleen maar Jezus Christus ontvangen is het natuurlijk de moeite niet
om er even tijd voor te maken. U hier maakt er wel wekelijks tijd voor.
In het evangelie van deze zondag geeft Jezus in korte zinnen het kenmerk
waaraan men christenen moet kunnen herkennen als zijn volgelingen. ‘Aan
jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen
zijn.’
Dat is het nieuwe gebod dat hij gegeven heeft: het enige gebod dat zijn
volgelingen moeten naleven. Want in dat ene gebod van de liefde zitten al
de andere geboden. De hele leefregel van christenen: ‘Jullie moeten elkaar
liefhebben… zoals ik jullie heb liefgehad.’ Niet meer. Niet minder. God is
liefde. Jezus heeft dat getoond. Als zijn volgelingen hebben christenen de
zending om te doen zoals hij: tonen dat God liefde is.
En wat voor een liefde! Toen Jezus dit nieuwe gebod aan zijn leerlingen
gaf, zaten zij bijeen tijdens het laatste avondmaal. Jezus was net
daarvoor rondgegaan om de voeten van de apostelen te wassen. Zó moeten wij
dus liefhebben. Dat valt zo op het eerste gezicht nog mee: op de knieën
rondkruipen en diensknechtje zijn voor elkaar.
Zo had Jezus lief! En nu wij! Dat is het nieuwe gebod dat Jezus gaf: zoals
ik jullie heb liefgehad, zo moeten ook jullie elkaar liefhebben.
De mensen liefhebben zoals Jezus ze heeft liefgehad. Dat is meer dan zich
inzetten voor liefdadigheid, dat is meer dan vriendelijk zijn voor de
mensen die vriendelijk zijn voor ons. Jezus hield zelfs van zijn vijanden.
Hij beminde op een heel concrete en voelbare manier de mensen die werden
afgewezen, de zondaars. Hij bemint ons zelfs wanneer wij helemaal niet in
hem geďnteresseerd zijn.
Waarom heeft Jezus ons lief? Niet omdat we zo heilig zijn, niet omdat we
veel voor hem gedaan hebben. Wel omdat God zo’n grote dorst heeft naar
liefde. God kan het gewoon niet laten. En de mensen zijn geschapen naar
Gods beeld. Beminnen en bemind worden, dat is heel de zin van ons leven.
Alleen liefde geeft vervulling.
We zijn geroepen om te leven in liefde. Geroepen om Gods liefde door te
laten stromen naar de mensen om ons heen: vriend en vijand. Daaraan zullen
de mensen zien dat Gods Geest in ons woont, want God is liefde en de Geest
van God brengt leven. En de zin en de overvloed van dat leven, dat is de
liefde.
Dit is het enige gebod dat God ons geeft: houd van elkander, zoals ik van
u houd. Maar zó beminnen als Jezus deed, dat is onmogelijk voor ons. Dat
kunnen we nooit zonder dat God zelf ons die liefde geeft die we moeten
doorgeven. Dat kunnen we nooit zonder dat de heilige Geest in ons leeft.
Dat kunnen we nooit zonder de persoonlijke ontmoeting met de verheerlijkte
Christus hier in de eucharistie. Daarom komen we ons wekelijks laven aan
Christus: om elkaar te kunnen beminnen zoals hij ons heeft liefgehad.
|
n |
| |