'Ik ga vissen', zei Petrus, en zes mannen gingen met hem
mee. Ze waren met zeven, een symbolisch getal. Schriftkenners zeggen dat het
verwijst naar de zeven kerken van Klein-Azië waaraan de ziener van de
Apocalyps een brief heeft geschreven. De zeven keerden, na alles wat ze met
Jezus hadden meegemaakt, niet terug naar hun vroeger beroep. Ze begonnen met
het werk van hun nieuw beroep, dat van mensenvissers. Mensen ophalen uit de
diepte van hun verlorenheid. Het was zwoegen en ploeteren in het duister, de
hele nacht door. Maar zonder resultaat. De man op de oever die ze niet
herkenden vroeg hen weer het meer op te varen en het net aan stuurboord, aan
de andere, de gevaarlijke kant van de boot uit te gooien. En nu lukte het
wonderwel. Hun net barstensvol, 153 vissen, zo veel als er toen vissoorten
bekend waren, en het net scheurde niet. Toen herkende de leerling van wie
Jezus hield (laten we hem Johannes noemen) de man op de oever. 'Het is de
Heer!' En Petrus wilde de eerste zijn, hij sprong direct in het water om
naar hem toe te zwemmen.
Dit doet denken aan het eerder vertelde verhaal
over het lege graf. Johannes kwam het eerst bij het graf, maar Petrus ging
er het eerst in kijken. Daarna Johannes, en alleen hij 'zag en geloofde'.
De symboliek is duidelijk. Je kunt de verheerlijkte Christus
niet zien als hij aanwezig komt. Je moet kijken met een gelovig hart om zijn
aanwezigheid te ontwaren.
De man die ze nu herkenden had aan land voor de vissers een
ontbijt klaargemaakt. Hij deelde brood rond en gaf hun vis. De vis,
zegt de tekst. De vis, ichtus in het Grieks, is het oudste symbool
van Christus. Jezus die uit het water van de dood is opgestaan, die leven
kan behouden en geven waar anderen sterven. Hij gaf hun zichzelf. Een
eucharistische maaltijd, reëler nog dan met wijn. Zouden we op de zondag
waarop dit evangelie wordt gelezen niet eens eucharistie vieren met brood en
vis?
Mensen uit het donkere water van de dood en de macht van het
kwaad naar boven halen, ze samenbrengen in een net dat bestand is tegen
scheuren, in een gemeenschap die één is en onverdeeld. Het is een ander,
misschien sprekender beeld dan dat van de zorgzame herder dat de Heer
gebruikte in zijn apart gesprek met Petrus. Het was een troostend en
bemoedigend gesprek. Kerkelijke herders kunnen zwak zijn, falen en zelfs
verraad plegen, maar als hun liefde het niet begeeft kunnen ze de opdracht
aan.
De kudde hoeden en behoeden: we zouden het kunnen zien als
een conservatiever symbool van de kerkelijke opdracht dan dat van
mensenvissers. We moeten ze combineren. De tragiek van de herders vandaag is
dat de kudde alsmaar kleiner en grijzer wordt. De vissers raken ontmoedigd
omdat hun zwoegen en ploeteren zonder resultaat blijft. Maar de Heer die hun
opdrachtgever is laat hen niet in de steek. Gooi het net aan de andere kant
van de boot uit! Laat de oude, vertrouwde gewoonten los en waag het risico's
te nemen. Het moet kunnen lukken, je hebt mijn woord!
Petrus staat symbool voor het herdersambt. Voor de leiding
en de organisatie, de zakelijkheid van de kerkorde. Johannes symboliseert
het charisma, de bezieling en de durf. Hij was het die de Heer herkende. Hij
was het die Petrus uit de boot in het water deed springen. Johannes liep
sneller dan Petrus op de weg naar het graf waar Jezus' dode lichaam uit
verdwenen was. Petrus ging het eerst het graf binnen, maar het was Johannes
die zag en geloofde.
Als ze goed wil werken moet de kerk de karaktertrekken van
Petrus en van Johannes dragen. Ook wij hier kunnen daar mee voor helpen
zorgen.