‘Verschijning’ betekent dat iemand zich laat zien. Maar zien en zien is
twee! Ik zie de plant op mijn werktafel. Ik kijk met mijn ogen en zie die
plant als een voorwerp. Het is een nuchtere vaststelling. Als ik zeg dat ik
iemand ‘gaarne zie’ gaat het om een ander zien. Het gaat veel dieper. Dat is
een ‘zien’ met het hart. De kleine prins in het bekende verhaal van de Saint-Exupéry zei al dat je maar echt ‘ziet’ met het hart. Het gaat dan niet
om de nuchtere vaststelling van een duidelijk voorwerp. Het gaat dan om het
gaarne zien van de liefde. Om geborgenheid, warmte, vertrouwen,
aan-wezig-heid, om het ‘wezen’ van de persoon, om de ziel van de geliefde
medemens.
Als diegene die je graag ziet, overleden is, kan hij of zij je nog heel goed
‘voor ogen staan’. Ook al is hij of zij al vele jaren dood. Als mensen
vertellen over hun overleden geliefde, zeggen ze: ’Het is alsof het gisteren
was’. De geliefde ‘leeft’ nog in hun hart en hun herinnering. De overleden
geliefde is hen nog nabij, zij het op een andere wijze. Het is zelfs zo dat
je met de jaren de persoonlijkheid van de overledene beter begrijpt, dat je
ten volle de betekenis van woorden en gebaren inziet. Dat de overledene je
‘verschijnt’ in zijn of haar ware gedaante. Door het bekijken van een foto
kan je dan weer intens geraakt en ontroerd worden. Je wordt weer beďnvloed
door het beste in het leven van de geliefde. Je wordt aangetrokken om ook zo
te leven. De overleden geliefde gaat je echt voor.
De leerlingen waren zo totaal ontredderd, de catastrofe van de kruisdood was
zo onvoorstelbaar groot voor deze joodse mensen dat ze niet meer konden
geloven in hun geliefde meester als de Messias. Ze sloten zich op. Ze kropen
bij elkaar. Dan waren ze niet alleen met hun vertwijfeling en ontgoocheling.
Ze spraken over Jezus. Alle herinneringen kwamen boven, over zijn leven,
zijn woorden en daden. Juist ook in verband met dood en verrijzenis. Ze
lazen de Schrift:’ Mozes en de profeten’. Dan is hun een licht opgegaan. Dan
is er iets met hen gebeurd. Iets dat zo ingrijpend was, dat ze zich radicaal
bekeerden en geloofden dat de gekruisigde Jezus toch de ware Messias was en
bij God was opgenomen. Jezus verscheen hen in zijn ware gedaante. Hij
doorbrak hun geslotenheid. Hij schudde hen als het ware wakker. Hij wekte
hen tot nieuw geloof in hem. Het was onweerstaanbaar!
Hij werd terug het centrum van hun leven. Hij was terug ‘in hun midden’.
Anders dan vroeger. Niet meer de aardse Jezus, maar toch dezelfde, de
gekwetste en verwonde Jezus. Maar zijn wonden waren tekenen van zijn
uiterste liefde, van zijn marteldood. Ze werden opnieuw door hem geraakt.
Hij trok hen aan ook zo te leven. Ze voelden zich door hem gezonden. Hij
werd hun voorganger. Hij leefde opnieuw in hun hart.
In het verhaal doet Johannes Jezus blazen. Hij blaast hun de heilige Geest
in. En wel om zonden te vergeven, want alleen door barmhartige vergeving
komt nieuw leven tot stand. De kruisdood was de uiterste consequentie van
Jezus liefdesleven als ’barmhartigheid voor zondaars’, want zo is God.
Johannes vertelt dat Thomas bij de verschijning aan de leerlingen er niet
bij was. Of moeten we niet eerder zeggen: hij kon er nog niet bij. Hij had
de kruisdood nog niet verwerkt. Hij keek nog tegen de kruisdood aan als de
executie van een valse profeet, van iemand die door God en mensen was
vervloekt. Want zo werd een gekruisigde beschouwd. Jezus moest Thomas nog
anders ‘verschijnen’. Hij moest Jezus nog leren gelovig ‘zien’ als de ware
Messias die uit liefde de marteldood was gestorven. Vandaar het belang van
Jezus’ wonden. Ze zijn de tekenen van zijn uiterste liefde. Daarom: zalig
die de wonden niet oppervlakkig zien met de ogen maar met een gelovig hart.
Uiteindelijk kwam Thomas zo ver. Hij roept zijn geloof uit in psalmentaal
zoals de Eeuwige werd aangesproken: ’mijn Heer en mijn God!’ Het is de kern
van ons geloof, dat onze Heer en God zich te kennen geeft in de verrezen
gekruisigde. Met die geloofsbelijdenis breekt een nieuwe tijd en een nieuw
leven aan voor de christelijke gemeenschap.
Als ook wij de belijdenis van Thomas aandurven, weten we dat het niet om
mooie woorden gaat, maar om moeilijke consequenties. De belijdenis van
Thomas is de climax, de apotheose van het Johannesevangelie. Nu is zijn boek
af. De zending kan beginnen. De traditie zegt dat Thomas tot in India is
geweest om te getuigen van de verrezen Jezus. Wij hoeven niet zo ver te
gaan. Maar authentiek geloven, echt ‘zien’ wie Jezus is en Hem ‘gaarne zien’
mčt zijn wonden, …en hem volgen, dat gaat heel ‘ver’.
Rob Moens, dominicaan, Genk