Preek van de week Elke week een nieuwe preek
  15 april - tweede paaszondag Preek in M-S Word-formaatRechtstreeks afdrukken

 

Lezingen:

Handelingen 5,12-16
Johannes 20,19-31

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

De ommekeer van Thomas
 

Hoe kan je mensen serieus nemen die beweren een dode ontmoet te hebben die terug tot leven kwam? Dat kan je niet, want een dode komt niet terug. Ook Jezus kwam niet terug om ‘gezond en wel’ en ‘in levende lijve’ voor zijn leerlingen te staan. Hij was dood en begraven. Maar de leerlingen geloofden dat diezelfde Jezus door God is opgewekt tot een ander leven, het volle leven als verrezen Messias. Alle christenen geloven dat. Daarover gaat het evangelie van vandaag.
Het is een diepzinnig geloofsverhaal. Diepzinnig omdat het geschreven is door de evangelist Johannes. Hij heeft veel van die geloofsverhalen met een dubbele bodem. Je kan die dus niet zomaar oppervlakkig lezen. Een geloofsverhaal betekent trouwens dat het niet gaat om een verhaal over uiterlijke feiten, maar om een innerlijke geloofservaring. De bijbelse mens was het gewoon om innerlijke geloofservaringen te verhalen met uiterlijke beelden. De diepste innerlijkheid wordt gevisualiseerd. Ik denk bij wijze van voorbeeld aan de heilige Lutgardis, die wordt uitgebeeld naast het kruis van Jezus die haar omhelst. Dat kan natuurlijk niet, maar het gaat om de innerlijke gloedvolle liefde van Lutgardis voor Jezus, die op die manier uiterlijk wordt voorgesteld.
Dit alles als inleiding om dit verschijningsverhaal van Johannes beter te kunnen begrijpen. 

‘Verschijning’ betekent dat iemand zich laat zien. Maar zien en zien is twee! Ik zie de plant op mijn werktafel. Ik kijk met mijn ogen en zie die plant als een voorwerp. Het is een nuchtere vaststelling. Als ik zeg dat ik iemand ‘gaarne zie’ gaat het om een ander zien. Het gaat veel dieper. Dat is een ‘zien’ met het hart. De kleine prins in het bekende verhaal van de Saint-Exupéry zei al dat je maar echt ‘ziet’ met het hart. Het gaat dan niet om de nuchtere vaststelling van een duidelijk voorwerp. Het gaat dan om het gaarne zien van de liefde. Om geborgenheid, warmte, vertrouwen, aan-wezig-heid, om het ‘wezen’ van de persoon, om de ziel van de geliefde medemens.

Als diegene die je graag ziet, overleden is, kan hij of zij je nog heel goed ‘voor ogen staan’. Ook al is hij of zij al vele jaren dood. Als mensen vertellen over hun overleden geliefde, zeggen ze: ’Het is alsof het gisteren was’. De geliefde ‘leeft’ nog in hun hart en hun herinnering. De overleden geliefde is hen nog nabij, zij het op een andere wijze. Het is zelfs zo dat je met de jaren de persoonlijkheid van de overledene beter begrijpt, dat je ten volle de betekenis van woorden en gebaren inziet. Dat de overledene je ‘verschijnt’ in zijn of haar ware gedaante. Door het bekijken van een foto kan je dan weer intens geraakt en ontroerd worden. Je wordt weer beďnvloed door het beste in het leven van de geliefde. Je wordt aangetrokken om ook zo te leven. De overleden geliefde gaat je echt voor.

De leerlingen waren zo totaal ontredderd, de catastrofe van de kruisdood was zo onvoorstelbaar groot voor deze joodse mensen dat ze niet meer konden geloven in hun geliefde meester als de Messias. Ze sloten zich op. Ze kropen bij elkaar. Dan waren ze niet alleen met hun vertwijfeling en ontgoocheling. Ze spraken over Jezus. Alle herinneringen kwamen boven, over zijn leven, zijn woorden en daden. Juist ook in verband met dood en verrijzenis. Ze lazen de Schrift:’ Mozes en de profeten’. Dan is hun een licht opgegaan. Dan is er iets met hen gebeurd. Iets dat zo ingrijpend was, dat ze zich radicaal bekeerden en geloofden dat de gekruisigde Jezus toch de ware Messias was en bij God was opgenomen. Jezus verscheen hen in zijn ware gedaante. Hij doorbrak hun geslotenheid. Hij schudde hen als het ware wakker. Hij wekte hen tot nieuw geloof in hem. Het was onweerstaanbaar!

Hij werd terug het centrum van hun leven. Hij was terug ‘in hun midden’. Anders dan vroeger. Niet meer de aardse Jezus, maar toch dezelfde, de gekwetste en verwonde Jezus. Maar zijn wonden waren tekenen van zijn uiterste liefde, van zijn marteldood. Ze werden opnieuw door hem geraakt. Hij trok hen aan ook zo te leven. Ze voelden zich door hem gezonden. Hij werd hun voorganger. Hij leefde opnieuw in hun hart.

In het verhaal doet Johannes Jezus blazen. Hij blaast hun de heilige Geest in. En wel om zonden te vergeven, want alleen door barmhartige vergeving komt nieuw leven tot stand. De kruisdood was de uiterste consequentie van Jezus liefdesleven als ’barmhartigheid voor zondaars’, want zo is God.
Johannes vertelt dat Thomas bij de verschijning aan de leerlingen er niet bij was. Of moeten we niet eerder zeggen: hij kon er nog niet bij. Hij had de kruisdood nog niet verwerkt. Hij keek nog tegen de kruisdood aan als de executie van een valse profeet, van iemand die door God en mensen was vervloekt. Want zo werd een gekruisigde beschouwd. Jezus moest Thomas nog anders ‘verschijnen’. Hij moest Jezus nog leren gelovig ‘zien’ als de ware Messias die uit liefde de marteldood was gestorven. Vandaar het belang van Jezus’ wonden. Ze zijn de tekenen van zijn uiterste liefde. Daarom: zalig die de wonden niet oppervlakkig zien met de ogen maar met een gelovig hart.

Uiteindelijk kwam Thomas zo ver. Hij roept zijn geloof uit in psalmentaal zoals de Eeuwige werd aangesproken: ’mijn Heer en mijn God!’ Het is de kern van ons geloof, dat onze Heer en God zich te kennen geeft in de verrezen gekruisigde. Met die geloofsbelijdenis breekt een nieuwe tijd en een nieuw leven aan voor de christelijke gemeenschap.

Als ook wij de belijdenis van Thomas aandurven, weten we dat het niet om mooie woorden gaat, maar om moeilijke consequenties. De belijdenis van Thomas is de climax, de apotheose van het Johannesevangelie. Nu is zijn boek af. De zending kan beginnen. De traditie zegt dat Thomas tot in India is geweest om te getuigen van de verrezen Jezus. Wij hoeven niet zo ver te gaan. Maar authentiek geloven, echt ‘zien’ wie Jezus is en Hem ‘gaarne zien’ mčt zijn wonden, …en hem volgen, dat gaat heel ‘ver’.

Rob Moens, dominicaan, Genk 

 
  Prekenlijst