| Preek van de week |
| 21 okober - negenentwintigste zondag |
|
|
Lezingen: U kunt
reageren
|
|||
|
Geloven een werkwoord
Op de jongste bijeenkomst van onze gezinsgroep ging het
over ‘de kern van de christelijke boodschap'. Iedereen had het goed
voorbereid. We konden het allemaal goed verwoorden. Tegen het einde
vertelde een oma wat ze ervaren had met haar kleinkind van een jaar of
vijf. Toen het kind op bezoek kwam, was de opa niet thuis. Zijn eerste
vraag was dan ook: ’Waar is opa?’ ‘Die is naar de kerk.’ ‘Wat is dat
de kerk?’ ‘Dat is dat grote gebouw met die hoge toren op het einde van de
straat.’ ‘En wat doet opa in de kerk?’ ‘Hij is daar aan het zingen met het
zangkoor.’ ‘Waarom doet hij dat?’ ‘Om te oefenen voor als de mensen samen
komen in de mis, zoals Jezus gevraagd heeft.’ ‘Jezus, wie is dat?’ ‘Dat is
een heel goeie man die nooit iets kwaads heeft gedaan en gevraagd heeft
dat wij goed zouden zijn voor elkaar, vooral arme en zieke mensen zouden
helpen en elkaar gelukkig zouden maken.’ Na een langere stilte… ’Doe jij
dat oma?’ Nog langere stilte. Einde van het vraaggesprek. De kern van de boodschap! Uit de mond van een
onbevangen kind! Wij hadden het niet moeilijk met het verwoorden van die
‘kern’, maar wel met antwoord te geven op die laatste vraag van het
kleinkind. We beseften allemaal dat het daarom draait. Het is ook de
laatste vraag van het evangelie van vandaag: ‘Zal de Mensenzoon bij zijn
komst het geloof op aarde vinden?’ Geloof is een werkwoord! Doen wij dat?
Doen wij het evangelie? Volgen we Jezus na?
Voor Jezus die laatste vraag stelt, vertelt hij een
verhaal, een gelijkenis, om iets duidelijk te maken over God. Het gaat om
een rechter die zich niet bekommert om God noch gebod. Hij wordt
‘onrechtvaardig’ genoemd, d.w.z. hij is corrupt en laat zich omkopen. Een
weduwe komt herhaaldelijk bij hem, omdat haar onrecht is aangedaan. Ze
weigert er zich bij neer te leggen. Ze was een machteloze vrouw, die geen
steekpenningen kon geven. Ze kon alleen de rechter vervelen met haar
eindeloze bezoeken. Het is blijkbaar een kranige vrouw die je niet zonder
handschoenen kon aanpakken. Want als de rechter uiteindelijk toegeeft en
haar recht verschaft, is het omdat hij bang is van haar. Er staat wel dat
hij het doet om van haar eindeloos gezeur af te zijn, maar eigenlijk staat
er letterlijk: ‘Anders komt ze mij nog een blauw oog slaan!’ Dat kon de
onrechtvaardige rechter zich echt niet permitteren. Hij zou het mikpunt
van spot geworden zijn en door iedereen uitgelachen, omdat hij zich door
een vrouw een blauw oog had laten slaan! Jezus zegt: Als zo’n man uit
schrik die weduwe recht verschaft, hoeveel te meer zal God recht
verschaffen aan zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot hem roepen. Hij
zal niet onbewogen blijven.’
Om goed te begrijpen wat Jezus bedoelt, moeten we weten
dat God in het Oude Testament de rechter van de weduwen wordt genoemd. Een
rechter trad op in naam van God. Hij was alleen aan God verantwoording
schuldig. Het was zijn plicht de door God beloofde gerechtigheid te
brengen. Zeker aan alle machteloze en zwakke mensen, zoals een weduwe. We
zingen het zo mooi in een lied naar psalm 72: ‘Hij zal opkomen voor de
misdeelden, recht doen aan de minsten der zijnen… Hij zal de redder zijn
van de arme, een vriend voor hem die niemand heeft. Voor kleine mensen is
hij bereikbaar, de rechtelozen geeft hij hoop.’
Dat rijk van gerechtigheid heeft Jezus beloofd aan de
talloze kleine mensen die hem volgden. Daarom hebben de leiders van het
volk Jezus beschuldigd als opstandeling die onrust bracht. Als je de
gerechtigheid preekt, kan je niet tegelijk partij trekken voor de
onderdrukkers.
Opkomen voor armen, onderdrukten, kleine mensen, komt
zomaar niet uit de lucht vallen. God blijft niet onbewogen bij het leed
van mensen. Hij bekommert zich om ons, mensen. Hij is een betrouwbare God.
Hij is er altijd om ons, vanuit de kracht van zijn Geest, tot bewogenheid
te brengen. Door te bidden veranderen we God niet. Hij blijft altijd een
God van Liefde. Het gebed verandert ons. Tot mensen die anderen dragen en
bemoedigen. Bidden is nog meer ons hart open stellen voor Gods bewogenheid
en daarom zelf in beweging komen naar mensen toe. Daarom is de vraag van
Jezus dezelfde vraag als van dat kleinkind dat aan haar oma vroeg: ‘Oma,
doet gij dat?’ Jezus vraagt aan ieder van ons: ‘Doe jij wat je gelooft?’
Alleen dan brengen we God nabij en is hij present in deze wereld om haar
te maken tot een rijk van gerechtigheid. Rob Moens, dominicaan, Genk |
| |