| Preek van de week |
| 23 september - vijfentwintigste zondag |
|
|
Lezingen: U kunt
reageren
|
|||
|
Geen twee heren Je kunt geen twee heren dienen, zeker niet God en de
eigen portemonnee. Je moet kiezen, zegt Jezus in het evangelie. Als je
kiest voor God, als je kiest voor Jezus en zijn boodschap, dan moet je
niet tegelijk je portemonnee willen vullen op een oneerlijke manier. Ik las pas een bericht over een pastoor in Amerika die
een miljoen euro achterover gedrukt had, geld van de parochie. In Amerika
zijn blijkbaar heel rijke parochies. Als je dan bedenkt dat die pastoor
voorgaat bij de sacramenten, en zo God dient in zijn ambt als priester,
dan maakt hij dat tot een leugen als hij tegelijk zijn eigen portemonnee
onrechtmatig vult. Je zou dat 'God bestelen' kunnen noemen. Maar waar ook mensen in grote groepen samenkomen, ook
om God te dienen, daar stapt de commercie onherroepelijk binnen. God en de
portemonnee gaan heel goed samen, dat is altijd zo geweest en zal altijd
wel zo blijven. Je kunt dit een vorm van twee heren dienen noemen, maar
het is natuurlijk geen misdaad, geen onrechtmatig handelen.
Dat zie je soms wel in met name Latijns-Amerikaanse
landen waar veel grootgrondbezitters zijn, katholieke grootgrondbezitters.
Aan de ene kant buiten ze de arme pachtboertjes uit om hun eigen
portemonnee flink te spekken. Aan de andere kant geven ze soms een donatie
aan de kerk om God te vriend te houden. En ze vinden dat die twee kanten
heel goed samen kunnen gaan.
Tegen dit soort gedrag fulmineerde de profeet Amos in
de eerste lezing. En ook Jezus klaagde deze mensen aan: ze zijn wel slim
als het om hun portemonnee gaat, maar zegt alsjeblieft niet dat ze God
dienen.
Een probleem is dat godsdiensten en godsdienstige
organisaties geld nodig hebben om te kunnen functioneren. Neem gewoon het
onderhoud van kerkgebouwen, dat kost geld. Leiders en voorgangers in de
kerken kosten geld, ze moeten ook leven. En dus wordt er vanuit de kerken
regelmatig een beroep gedaan op ieders portemonnee. Gewoon noodzakelijk.
Maar deze vermenging van godsdienst en de portemonnee brengt wel het
risico met zich mee dat het komt tot een verkeerde vermenging, tot
misbruiken, en die komen in allerlei vormen soms voor. Tegelijk, als
iemand zegt te geloven in God, maar geen cent over heeft voor de
kerkgemeenschap, dan klopt er ook iets niet.
God dienen en je eigen portemonnee dienen, gaat niet
samen, zei Jezus. Dat zijn twee aparte werelden en die moet je gescheiden
houden, maar tegelijk lopen ze vaak door elkaar. God dienen, God te vriend
houden, vraagt op de eerste plaats dat je je dienstbaar maakt aan
medemensen, en dat kan op talloze manieren, maar ook heel concreet, door
je portemonnee te trekken en geld te geven aan een arme medemens, dichtbij
of veraf. Dat is een christelijke levenshouding.
Gelukkig wordt er gemiddeld heel veel gegeven aan goede
doelen. Maar je maakt jezelf tot een leugenaar als je aan de andere kant
je portemonnee spekt door onrechtvaardige praktijken, door medemensen uit
te buiten of te beduvelen. God te vriend houden vraagt om een eerlijke en
oprechte levenswijze en een houding van welwillendheid jegens je
medemensen. Je kunt God niet omkopen met smeergeld, ook al is dat in de
vorm van een aalmoes aan een arme of een gift aan de kerk.
Ik denk dat wij ons geen van allen schuldig maken aan
deze praktijken. En toch is het goed hier even bij stil te staan en
onszelf vragen te stellen: Beleef ik mijn geloof in God voldoende in een
dienstbaarheid aan anderen? Of probeer ik God te vriend te houden door
regelmatig naar de kerk te gaan, maar vergeet ik in het alledaagse leven
aandacht en zorg voor anderen te hebben? Zijn we kinderen van het licht,
mensen die licht uitstralen, of zijn we misschien een beetje kinderen van
de wereld, wel slim maar niet zo lichtgevend?
Henk Tolboom
Bron:
http://home.planet.nl/~henk.tolboom/pr-archief.html - 23 september |
| |