| Preek van de week |
| 23 september - vijfentwintigste zondag |
|
|
Lezingen: U kunt
reageren
|
|||
|
Met geld vrienden maken
Diefstal, omkoperij, valsheid in geschrifte: de parabel van de
corrupte rentmeester heeft de mensen altijd geschandaliseerd. Ook
reeds diegenen die hem door Jezus hoorden vertellen. De tekst zelf
van Lucas laat dit zeer mooi zien. Hij toont hoe het verhaal is
voortverteld en hoe de vertellers op verschillende manieren
geprobeerd hebben aan het verhaal een aanvaardbare uitleg te geven
door er een 'zedenles' aan te breien. Zo lezen we in dit evangelie
vier verschillende toepassingen, toepassingen die altijd minder
met het oorspronkelijke verhaal hebben te maken. De toepassing die helemààl niets meer met de parabel
heeft te maken, zit in de uitspraak dat wie onrechtvaardig en
onbetrouwbaar is het kleine, zeker niet te betrouwen is als het om grote
dingen gaat. Dat is nogal evident. Als je ondervindt dat iemand knoeit met
kleine geldsommen, ga je hem geen grote kapitalen toevertrouwen. Als
iemand niet te vertrouwen is in het beheer van geld, kan je op hem zeker
niet rekenen voor Gods koninkrijk. Twee toepassingen geven aan hoe dat mogelijk is, dat nl.
iemand door de Heer, door Jezus zelf, geprezen wordt omdat hij met geld
heeft geknoeid.
De oorspronkelijke uitleg, in de verrassende omkering
die typisch is voor de meeste parabels, vraagt eigenlijk weinig
commentaar. De onrechtvaardige rentmeester wordt niet veroordeeld, zoals
je spontaan zou verwachten, maar de leerlingen en toehoorders van Jezus
tot voorbeeld gesteld: niet omdat hij bedrog heeft gepleegd maar omdat hij
met overleg heeft gehandeld. Hij heeft zich in een hachelijke situatie
goed uit de slag weten te trekken. Zo doen het de kinderen van deze
wereld. Waren de kinderen van het licht maar even schrander en
vindingrijk!
De tweede toepassing sluit daarbij aan, maar gaat in
een heel andere richting. Ze zegt: geld - de onrechtvaardige mammon -
wordt zo dikwijls onrechtvaardig aangewend, maar christenen mogen daar
niet aan meedoen. Geld dient om goede vrienden mee te verwerven. Dat heeft
de rentmeester gedaan. Maar de vrienden waar het echt op aankomt, zijn
goede vrienden in de hemel. Ze "zullen je ontvangen in de eeuwige tenten"
(16,9b). Het komt er we m.a.w. op aan dat we God tot vriend maken door
onze omgang met geld.
Over de derde 'zedenles' heb ik al gesproken: de
onbetrouwbaarheid in geldzaken. Ze pleegt, zoals gezegd, verraad aan de
parabel.
De vierde toepassing staat volkomen los van de parabel.
Maar ze bevat wel een zeer belangrijke boodschap. Men vindt ze ook, in een
heel andere context, bij Matteüs (6:24). Niemand kan twee heren dienen. We
kunnen niet God dienen en tegelijk dienstbaarheid bewijzen aan de mammon,
de geld-afgod.
Uit deze korte analyse blijkt hoe vruchtbaar de
bezinning en discussie over de aanstoot gevende parabel van de rentmeester
in de christelijke traditie heeft gewerkt. Niet minder dan vier
verschillende toepassingen, die alle vier belangrijk zijn voor het
christelijk leven, zijn uit de evangelietekst afgeleid.
Maar mij treft het meest, en het moet - denk ik -
iedereen treffen, hoe trefzeker het evangelie de vinger op de wonde legt
door het geld te betitelen als mammon. 'Geldduivel', luidt de nieuwste
Nederlandse vertaling. Maar we moeten ze lezen als 'Mammon', met een
hoofdletter: het geld, het slijk der aarde, tot God verheven. Kerken
bouwen wij niet meer; we bouwen ze om tot musea. De indrukwekkende
bouwwerken die nu worden opgetrokken, zijn tempels van het geld. Kijk maar
even rond, waar u ook woont of komt: in de binnensteden, langs de
autowegen. Ze staan er gloednieuw te pronken, de miljardentempels van het
geld.
Versta dit niet verkeerd. Geld hebben we nodig. Het is
een onmisbaar ruilmiddel, het belichaamt onze koopkracht, het is een
noodzakelijk levensmiddel. Maar de afgoderij begint zodra we de
verhoudingen gaan omkeren, als geld niet meer een middel voor iets anders
is maar al het andere tot middel voor geld wordt gemaakt. In het geld zit
de sterkste en verschrikkelijkste bekoring tot afgoderij. Wie het geld
dient als zijn heer, kan God niet meer dienen. Hij heeft God verraden.
Ik keer nog even terug naar de
oorspronkelijke boodschap van de parabel. Die boodschap is een oproep tot
vindingrijkheid en christelijke creativiteit. Christenen zouden moeten
uitmunten door hun scheppende verbeeldingskracht. Hedendaagse christenen
moeten nieuwe wegen en middelen bedenken en proberen om met de boodschap
van het evangelie het hart van hun medemensen te raken. B.J. De Clercq o.p. |
| |