Preek van de week Elke week een nieuwe preek
  26 augustus - eenentwintigste zondag Preek in M-S Word-formaatRechtstreeks afdrukken

 

Lezingen:

Hebreeën 12,5-7. 11-13
Lucas 13,22-30

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

De vaardigheid om recht te doen

Een goeroe, dat is een spirituele leraar of gids, vroeg eens aan zijn volgelingen: ‘wanneer eindigt de nacht en begint de dag?’ Éen van hen antwoordde: ‘Wanneer je van op zekere afstand een dier kunt zien en kunt onderscheiden of het een koe of een paard is’ Neen, antwoordde de goeroe. Een andere leerling antwoordde: ‘Wanneer je op zeker afstand een boom kunt zien staan en kunt onderscheiden of het een beuk of een eik is’ Neen, antwoordde opnieuw de goeroe. En zo probeerden al de leerlingen een antwoord te geven, en telkens was het antwoord van de goeroe ‘neen’.
Tot slot zei een van de leerlingen: ‘We weten het niet! We vragen het nu aan u: wanneer eindigt de nacht en begint de dag? De goeroe antwoordde: wanneer je in het gezicht van je medemens je broer of zus erkent.

In het evangelie dat we vandaag lezen, vragen enkele mensen aan Jezus: ‘zijn het er veel die gered zullen worden?’ In die vraag zit een meer specifieke vraag verborgen: ‘zal ik gered worden?’

Is dat een vraag die ons nú nog bezighoudt? Velen onder ons hebben vroeger donderpreken beluisterd. Niemand dacht toen dat hij of zij de hemel ging binnen geraken, maar zag zich branden in de hel of het vagevuur. Ondertussen zijn de tijden veranderd en diegenen die nog geloven in het eeuwige leven, denken wel een toegangskaartje tot de hemel op zak te hebben.

‘Zijn het er velen die gered zullen worden?’ Ook voor ons geldt het antwoord van Jezus: ‘Doe alle moeite om door de smalle deur binnen te gaan, want velen zullen proberen naar binnen te gaan en er niet in slagen.’ En misschien denken velen onder ons nu: ja maar, ik ben toch een goed mens, ik heb nog niemand vermoord, ik werk hard voor om mijn gezin te kunnen onderhouden, ik doe met mijn vrienden regelmatig een terrasje, ik ga regelmatig met de ene of de andere eens gezellig shoppen, ik ga tijdens het weekeinde naar de mis, ik ga tijdens mijn vakantie wel eens een kerk binnen, enz.

‘Zijn het er velen die gered zullen worden?’ Jezus verspilde er niet veel woorden aan. Hij somde niet op wie er allemaal wél gered zal worden. Hij vatte in één woord samen wie niet gered wordt. En ook al zijn we niet meer gewoon zo te denken en te spreken, toch staat er in de laatste nieuwe bijbeluitgave in vers 27 van het evangelie van vandaag dat Jezus zei: ‘Weg met jullie: RECHTSVERKRACHTERS’.

Rechtsverkrachters: mensen die geen recht doen aan hun medemens. Mensen die in hun medemens niet een broer of een zus zien, maar het voordeel dat ze er kunnen uit halen. Mensen die voor anderen enkel vriendelijk en lief zijn als ze er zelf profijt bij hebben.

Tegengesteld aan rechtsverkrachters zijn rechtvaardig mensen: mensen die vaardig zijn in het recht doen aan anderen, die het recht van anderen op een menswaardig leven beschermen en bevorderen. Elke mens, waar ook ter wereld, welke ook zijn of haar huidskleur en leeftijd is, heeft basisrechten: voeding, woonst, kleding, onderwijs, werk, gezondheidszorgen, enz. Gerechtigheid doen betekent die basisbehoeften van anderen beschermen en bevorderen. Gerechtigheid betekent: zo leven dat de ander er beter van wordt. De toets daarvoor zijn dan niet de vooraanstaanden in onze wereld of de rijksten, maar de armsten en diegenen die aan de rand van de maatschappij leven. Elke fraude, hoe kleinschalig ook, is altijd ten koste van de armsten, van diegenen die het met het minimum of met minder dan het minimum moeten doen. Wij, christenen, als we ons zo tenminste willen blijven noemen, zouden moeten leren denken vanuit de armsten, vanuit de mensen die leven aan de rand van onze maatschappij, vanuit die mensen die het moeten stellen met de restjes van onze consumptiemaatschappij.

Onlangs las ik een boek over het leven van de heilige Elisabeth van Thuringen. Deze adellijke dame leefde aan een rijk hof. Ik lees in het boek: ‘Elisabeths aandacht werd erop gevestigd, dat het hof grotendeels leefde van afgeperste goederen. Haar geweten ontwaakte en ze maakte daartegen bezwaar. Ze wilde niet in haar levensonderhoud voorzien door het beroven en plunderen van de armen, zoals dat aan vorstenhoven heel gewoon was. Voortaan vroeg ze aan tafel naar de herkomst van de opgediende spijzen en wilde weten of die uit het rechtmatige bezit van de landgraaf kwamen of door afpersing waren verkregen. Was het eerste het geval, dan zei zij: ‘Hoera, vandaag kunnen we eten en drinken!’. Zei men haar echter, dat er onrechtmatig verkregen spijzen op tafel stonden, dan wees zij al het opgediende af en bleef hongerig aan tafel zitten. Deze gedragswijze nam zij nauwgezet in acht en zij liet zich er niet van afbrengen.’

Goede vrienden in het geloof, als ik mijn eigen preek hoor, zinkt me de moed in de schoenen. Is het wel mogelijk gered te worden, door die enge poort te geraken? Ja, goede vrienden, het is mogelijk. De kunst is te ontdekken welke kleine stap we kunnen zetten. De kleine stap die ons geweten wakker houdt. Bijvoorbeeld: wie op ziekenbezoek gaat, of zich inzet voor de derde of vierde wereld, voor mensen zonder papieren, voor invaliden, voor vluchtelingen, voor de arme boeren in het Zuiden, enz., ontdekt de onrechtvaardigheden van onze maatschappijen. Die ontdekking kan hun geweten zó wakker schudden dat ze anders gaan leven, zo gaan leven dat die zieken of die mensen uit de derde of vierde wereld er beter van worden. Ze worden vaardig in het recht doen aan anderen.

Beste vrienden in het geloof, ‘wanneer eindigt voor ons, christenen, de nacht en begint de dag?’ Wanneer wij in het gezicht van de arme en behoeftige medemens een broer of zus erkennen.

M.-Louise Verlinden.

  Prekenlijst