Preek van de week Elke week een nieuwe preek
  1 november - Allerheiligen Preek in M-S Word-formaatRechtstreeks afdrukken

 

Lezingen:

Apokalyps 7,2-4.9-14
Lucas 6,20-26

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

Leven voor God
 

Op Allerheiligen gaan er veel meer mensen naar het kerkhof dan naar de kerk. Ze denken niet aan het kerkelijk feest, ze gedenken hun overleden geliefden. Ze zetten bloemen bij het graf en prevelen misschien een gebedje. Allerheiligen wordt overschaduwd door Allerzielen. Allerzielen is wat we weten: geliefde mensen van wie we afscheid hebben moeten nemen. Allerheiligen is wat we hopen: dat de dood een achterkant heeft, dat God alle mensen naar zich toetrekt.
De scheiding tussen heiligen die door de kerk als zodanig erkend zijn en anderen is een zeer menselijke, kerkgebonden zaak. Het gaat om allen die leven in God. Daar horen ook onze geliefde doden bij, en alle overledenen. Het gaat om de gemeenschap van ons allen, de levenden en de doden, in God.

Aan gelovige mensen wordt op het laatst van hun leven door anderen vaak gevraagd: 'Denk je dat er een hiernamaals zal zijn?' Bijna iedereen zegt dan dat niet te weten. Sommigen zeggen ook dat ze zich daar maar niet mee bezighouden. Met ons aardse aanvoelen en denken is daar niets over aan de weet te komen. Wel hopen ze dat wat voor hen belangrijk was, en wat ze door alles heen nastreefden, door mag gaan.

Zijn niet allen heilig die in hun leven met pijn en strijd, met vreugde ook, zochten te doen wat goed was? Wat mensen opbouwden en samenbracht? Wat mensen in vrede deed leven met elkaar? Wellicht zijn er zulke mensen bij degenen die u vandaag bijzonder wilt gedenken. Als we erover nadenken, komen we nogal eens tot de ontdekking dat juist iemands strijd om een echt mens te zijn, te worden - iemand die denkt om anderen en niet alleen voor zichzelf leeft - dat dàt hem of haar ten diepste tekende. Iemand die kwaad werd over onrecht en worstelde met het feit dat zij of hij daar niets aan kon doen. Of iemand die leed onder zijn of haar fouten en gebreken en die een leven lang streefde naar anders en beter. Mag dat alles niet betekenen dat deze mensen leefden voor God en dat ze in ons de Ene levend houden?

Maar toch vragen we ons soms, misschien dikwijls, in verdriet en gemis af of onze doden bij God zijn en wat dat dan wel mag betekenen. We weten het niet. Met ons menselijke verstand, met ons aanvoelen en onze intuïtie weten we er niets van. We hebben er geloofsbeelden van, die ons door anderen lang geleden aangereikt zijn.

Zo is er uit Boek der Openbaringen het visioen van de 144.000 getekenden. Ze komen uit alle windstreken, uit alle volkeren, stammen en talen. Ze komen uit de grote verdrukking. Wil dat niet zeggen: uit allerlei situaties waarin ze moesten vechten om vast te houden aan hun God, aan hun geloof in Hem? Ze staan daar en brengen God eer. Dat is blijkbaar waarvoor ze leefden. Ze leefden door alles heen voor God, en wat hun ook overkwam, hoe ze er ook aan toe waren, zij hielden aan Hem vast. 'Ze hebben hun kleren wit gewassen in het bloed van het Lam', staat in het visioen. Ze hebben net als Jezus door lijden en pijn heen, in verlatenheid en onmacht, in onbegrip en twijfel, aan God vastgehouden. Maar ook in goede dagen, in rijkdom en vreugde.

In de zaligsprekingen volgens Lucas wordt uitgedrukt waar het mensen die leven voor God, om gaat. Rijkdom en overvloed maken hen uiteindelijk niet gelukkig; verdriet en verdrukking krijgen hen niet klein; hun geloof en hen met dat geloof belachelijk maken doet hen hun geloof niet verliezen. God is het diepste van hun leven, en door alles heen houden zij vast aan de Ene van Jezus Christus.

Van hen zeggen wij dat zij ook na hun dood leven met de Ene. Ze stierven misschien terwijl ze niet wisten wat ze moesten denken over God en hun geloof, en wat de werkelijkheid was die achter hun woorden zat. Maar ze probeerden op hun manier hun dood te aanvaarden. Soms zullen ze er wel een vermoeden van gehad hebben dat ze zich zo ook zouden kunnen overgeven aan de eeuwigheid bij Hem.

Ida Gerhardt, een bekende Nederlandse dichteres, heeft zeventien korte gedichten geschreven over plaatsen waar in de Tweede Oorlog vreselijke dingen gebeurd zijn. Ze beschrijft hoe dat, en nog veel meer dingen in haar leven, haar heeft doen strijden met God. Maar in het afsluitend gedicht zegt ze dat ze geen andere vrede vindt dan bij Hem. Nu de strijd geweken is, nu ze zelf ouder is geworden, ervaart ze de oase van de avond bij Hem.

Gestreden heb ik levenslang met U.
Ik vind geen andere vrede dan bij U.
Hitte des daags, weder zijt gij geweken.
Oase van de avond, thans bij U.

In God geloven wil zeggen: bij alle onbegrijpelijke en misschien zelfs gruwelijke gebeurtenissen met Hem worstelen, zelfs vol onbegrip en verwijt. Maar worstelen met Hem. En dan toch door alles heen vrede bij Hem vinden.

Leven met Hem, leven voor God en uiteindelijk alles aanvaarden uit zijn hand, daarvan zeggen we dat dat in de eeuwigheid bij God doorgaat. We begrijpen er niets van, en zeggen toch met Ida Gerhardt:
'Gestreden heb ik levenslang met U. Ik vind geen andere vrede dan bij U.'

Bron: M-J. Janssen en G. Zuiderberg, Vóór het luiden van de klok, C-jaar. Gooi & Sticht, 2006, p. 299-301

 
  Prekenlijst