| Preek van de week |
| 1 november - Allerheiligen |
|
|
Lezingen:
Apokalyps 7,2-4.9-14 U kunt
reageren
|
|||
|
Leven voor God
Op Allerheiligen gaan er veel meer mensen naar het kerkhof dan
naar de kerk. Ze denken niet aan het kerkelijk feest, ze gedenken
hun overleden geliefden. Ze zetten bloemen bij het graf en
prevelen misschien een gebedje. Allerheiligen wordt overschaduwd
door Allerzielen. Allerzielen is wat we weten: geliefde mensen van
wie we afscheid hebben moeten nemen. Allerheiligen is wat we
hopen: dat de dood een achterkant heeft, dat God alle mensen naar
zich toetrekt. Aan gelovige mensen wordt op het laatst van hun leven
door anderen vaak gevraagd: 'Denk je dat er een hiernamaals zal zijn?'
Bijna iedereen zegt dan dat niet te weten. Sommigen zeggen ook dat ze zich
daar maar niet mee bezighouden. Met ons aardse aanvoelen en denken is daar
niets over aan de weet te komen. Wel hopen ze dat wat voor hen belangrijk
was, en wat ze door alles heen nastreefden, door mag gaan.
Zijn niet allen heilig die in hun leven met pijn en
strijd, met vreugde ook, zochten te doen wat goed was? Wat mensen
opbouwden en samenbracht? Wat mensen in vrede deed leven met elkaar?
Wellicht zijn er zulke mensen bij degenen die u vandaag bijzonder wilt
gedenken. Als we erover nadenken, komen we nogal eens tot de ontdekking
dat juist iemands strijd om een echt mens te zijn, te worden - iemand die
denkt om anderen en niet alleen voor zichzelf leeft - dat dàt hem of haar
ten diepste tekende. Iemand die kwaad werd over onrecht en worstelde met
het feit dat zij of hij daar niets aan kon doen. Of iemand die leed onder
zijn of haar fouten en gebreken en die een leven lang streefde naar anders
en beter. Mag dat alles niet betekenen dat deze mensen leefden voor God en
dat ze in ons de Ene levend houden?
Maar toch vragen we ons soms, misschien dikwijls, in
verdriet en gemis af of onze doden bij God zijn en wat dat dan wel mag
betekenen. We weten het niet. Met ons menselijke verstand, met ons
aanvoelen en onze intuïtie weten we er niets van. We hebben er
geloofsbeelden van, die ons door anderen lang geleden aangereikt zijn.
Zo is er uit Boek der Openbaringen het visioen van de
144.000 getekenden. Ze komen uit alle windstreken, uit alle volkeren,
stammen en talen. Ze komen uit de grote verdrukking. Wil dat niet zeggen:
uit allerlei situaties waarin ze moesten vechten om vast te houden aan hun
God, aan hun geloof in Hem? Ze staan daar en brengen God eer. Dat is
blijkbaar waarvoor ze leefden. Ze leefden door alles heen voor God, en wat
hun ook overkwam, hoe ze er ook aan toe waren, zij hielden aan Hem vast.
'Ze hebben hun kleren wit gewassen in het bloed van het Lam', staat in het
visioen. Ze hebben net als Jezus door lijden en pijn heen, in verlatenheid
en onmacht, in onbegrip en twijfel, aan God vastgehouden. Maar ook in
goede dagen, in rijkdom en vreugde.
In de zaligsprekingen volgens Lucas wordt uitgedrukt
waar het mensen die leven voor God, om gaat. Rijkdom en overvloed maken
hen uiteindelijk niet gelukkig; verdriet en verdrukking krijgen hen niet
klein; hun geloof en hen met dat geloof belachelijk maken doet hen hun
geloof niet verliezen. God is het diepste van hun leven, en door alles
heen houden zij vast aan de Ene van Jezus Christus.
Van hen zeggen wij dat zij ook na hun dood leven met de
Ene. Ze stierven misschien terwijl ze niet wisten wat ze moesten denken
over God en hun geloof, en wat de werkelijkheid was die achter hun woorden
zat. Maar ze probeerden op hun manier hun dood te aanvaarden. Soms zullen
ze er wel een vermoeden van gehad hebben dat ze zich zo ook zouden kunnen
overgeven aan de eeuwigheid bij Hem.
Ida Gerhardt, een bekende Nederlandse dichteres, heeft
zeventien korte gedichten geschreven over plaatsen waar in de Tweede
Oorlog vreselijke dingen gebeurd zijn. Ze beschrijft hoe dat, en nog veel
meer dingen in haar leven, haar heeft doen strijden met God. Maar in het
afsluitend gedicht zegt ze dat ze geen andere vrede vindt dan bij Hem. Nu
de strijd geweken is, nu ze zelf ouder is geworden, ervaart ze de oase van
de avond bij Hem.
Gestreden heb ik levenslang met U. In God geloven wil zeggen: bij alle onbegrijpelijke en
misschien zelfs gruwelijke gebeurtenissen met Hem worstelen, zelfs vol
onbegrip en verwijt. Maar worstelen met Hem. En dan toch door alles heen
vrede bij Hem vinden.
Leven met Hem, leven voor God en uiteindelijk alles
aanvaarden uit zijn hand, daarvan zeggen we dat dat in de eeuwigheid bij
God doorgaat. We begrijpen er niets van, en zeggen toch met Ida Gerhardt: Bron:
|
| |