| Preek van de week |
| 22 juli - zestiende zondag |
|
|
Lezingen: U kunt
reageren
|
|||
|
Maria en Marta
Je hebt van die verhalen uit de
Schrift die in ons achterhoofd opgeslagen zitten. Dat kan
verschillende redenen hebben. Ofwel is het verhaal zo kleurrijk
verteld dat het direct tot de verbeelding spreekt, ofwel is het zo
herkenbaar vanuit de eigen ervaringen dat je het als het ware zelf hebt meegemaakt, ofwel heeft het je zo met verstomming
geslagen óf geërgerd dat je het niet licht zal vergeten. In elk geval, je
hoeft maar een hint te krijgen of je ziet het tafereel al onmiddellijk
voor je. Vandaag gaat het over Jezus’ ontvangst ten huize van Marta en Maria. Je kan het tafereel niet realistischer bedenken. Marta en
Maria hebben ‘overkomst’ zoals wij in ons dialect zeggen. Ze hebben een
belangrijke gast. Niemand minder dan Jezus zelf, die zijn grote reis naar
Jeruzalem maakt, komt op bezoek. Marta is in al haar gedienstigheid
zenuwachtig, ze is druk in de weer met bedienen, haar zus Maria houdt zich
in alle kalmte bezig met de gast, door naar hem te luisteren. Tot zover
niets aan de hand, totdat Marta haar beklag doet bij Jezus: ik haal het
niet, zeg aan Maria dat ze mij moet helpen! En dan komt het onthutsende
antwoord: wat maak je je zorgen. Maria heeft het beste deel verkozen.
Eigenlijk zitten we hier eerder met vragen dan dat we antwoorden krijgen.
Heeft Marta dan iets verkeerd gedaan? Is Jezus hier niet uiterst
ondankbaar en onrechtvaardig jegens iemand die al het praktische werk op
zich neemt? Wat betekent ‘het beste deel’? Die vragen slaan om in wrevel,
vooral dan bij vrouwen, maar ook bij mannen die zich godganse dagen voor
iedereen uitsloven…
Als mensen niet goed raad weten met iets, proberen ze
het voor zichzelf verstaanbaar te maken. Dat is ook gebeurd in de talloze
interpretaties van onze korte vertelling in de loop van de geschiedenis.
Ik zou echter eerst willen stilstaan bij een hedendaagse visie die ik in
de prachtige kinderbijbel van Karel Eykman heb gevonden. Ik lees even het
slot. Maar ook om een andere reden is de interpretatie van de
kinderbijbel mij dierbaar. Het zogenaamde botte verwijt van Jezus aan het
adres van Marta, terwijl hij partij kiest voor Maria, is hier verdwenen.
In de plaats daarvan ervaren we een attente Jezus die positief ingaat op
Marta’s nerveuze kwade opmerking dat ze alles alleen moet klaren. Jezus
heeft door waarom Marta zo nerveus is. En wij ook, want dikwijls hebben
wij dezelfde gevoelens als zij. In haar terechte zorgzaamheid is ze kwaad
maar vooral angstig, omdat ze zich geïsoleerd voelt. Ze voelt zich door
haar zuster in de steek gelaten en door Jezus niet begrepen. Jezus begint
dan ook met haar angst weg te nemen door haar te bevestigen in datgene
waar ze zo goed in is, haar gedienstigheid. In de oorspronkelijke tekst
staat: Marta, Marta. Tweemaal iemands naam noemen is een typische joodse
manier om iemand met genegenheid aan te spreken (wij zouden zeggen: Ach
lieve Marta). "Het is fijn als er lekker eten is, dank je dat je daar zo
goed voor zorgt." Jezus zegt niet dat ze moet stoppen met te zorgen, hij
waardeert haar zorg. En na die positieve bevestiging helpt hij Marta de
isolatie waarin ze zich had gemanoeuvreerd te overwinnen, door haar te
wijzen op iets waar ook zij zelf ten diepste naar verlangt, maar wat ze
door haar jachtig geloop dreigt te verliezen. "Het is nog fijner als je
bij dat lekker eten een goed gesprek hebt. Zonder eten gaan we fysiek
dood. Zonder elkaars aandacht en geborgenheid sterven we geestelijk af.
Kom erbij zitten." En tenslotte gaan ze met zijn drieën het praktische
werk afmaken door samen af te wassen, waarbij ze op een deugddoende manier
hun gesprek kunnen verderzetten. Door positief in te gaan op de negatieve
situatie waarin Marta zich voelt, neemt hij haar, zichzelf en Maria mee in
een liefdevol samengaan van praktisch werk en diep contact.
Nu zou je kunnen zeggen: is Jezus dan alleen een
therapeut? Moeten we ons tevreden stellen met die psychologische uitleg?
Evangelieverhalen gaan toch over ons godsdienstig leven! Inderdaad, maar
het godsdienstige staat nooit los van onze dagelijkse, menselijke manier
van doen. Wat ik daarnet ‘praktisch werk’ en ‘diep contact’ heb genoemd,
is in de loop der tijden religieus vertaald door actie en contemplatie.
Dat begint al bij Lucas zelf, die het verhaal vertelt om aan de eerste
christelijke gemeenschappen duidelijk te maken dat volgens Jezus’ wil de
gedienstige naastenliefde moet samengaan met een openheid voor Gods
werking in het leven. Niet voor niets plaatst Lucas het verhaal tussen
zijn parabel van de barmhartige Samaritaan (de naastenliefde) en de vraag
van de leerlingen aan Jezus om hen te leren bidden (openheid voor God).
Men heeft echter in het verleden verwoede pogingen gedaan om aan de hand
van het Marta en Maria verhaal die twee onlosmakelijke facetten van ons
christelijk leven uit elkaar te halen en, wat erger is, Jezus’ zogenaamde
voorkeur voor de contemplatie te bewijzen. Dat heeft onnoemelijk veel
kwetsuren nagelaten bij vrouwen en mannen – vooral vrouwen – die hun
praktisch bezig-zijn, als tweederangs in de ogen van God, dan toch maar
moesten volhouden. Het is een schrijnende leugen.
Beide facetten zijn even belangrijk. En als Jezus in
het verhaal zegt: "Slechts één ding is nodig. Maria heeft het beste deel
gekozen", gaat het er niet om dat contemplatie het beste zou zijn. We
kunnen het wel als volgt begrijpen. Marta en Maria zitten in elk van ons.
Mijn bezig-zijn, mijn dienst aan de ander, moet ingebed liggen in het
diepe besef dat God mij het eerst heeft bemind, dat ik door hem in het
leven gewenst ben, dat ik – ook met mijn gepruts – er mag zijn en mag
leven in zijn liefde. Je kunt maar beminnen als je zelf de ervaring hebt
bemind te zijn, als je de liefde van de andere ook kan ontvangen in plaats
van
altijd alleen maar te geven. Je kunt maar op een gezonde manier de ander
dienen als je het aan jezelf toestaat gediend te worden. Het
allerbelangrijkste in mijn leven (één ding slechts), in de betekenis van
fundamenteel of begrondend, is dat God mij liefheeft. Ik kan daarover mijn
geluk niet op, en ik kan vanuit dat overmatig geluk niet anders dan die
liefde te delen met elk mensenkind, dat ook door God in het leven werd
gewenst. Dan hoef ik in mijn gedienstigheid niet krampachtig of geïsoleerd
te geraken. En dan zitten we hier opnieuw dicht bij de oorspronkelijke
betekenis van contemplatie, nl. een beschouwing van ons dagelijkse doen en
laten doorstraald door de goddelijke werkelijkheid. Bernard de Cock o.p. |
| |