Preek van de week Elke week een nieuwe preek
  22 juli - zestiende zondag Preek in M-S Word-formaatRechtstreeks afdrukken

 

Lezingen:

Genesis 18,1-10
Lucas10,38-42

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

Maria en Marta
 

Je hebt van die verhalen uit de Schrift die in ons achterhoofd opgeslagen zitten. Dat kan verschillende redenen hebben. Ofwel is het verhaal zo kleurrijk verteld dat het direct tot de verbeelding spreekt, ofwel is het zo herkenbaar vanuit de eigen ervaringen dat je het als het ware zelf hebt meegemaakt, ofwel heeft het je zo met verstomming geslagen óf geërgerd dat je het niet licht zal vergeten. In elk geval, je hoeft maar een hint te krijgen of je ziet het tafereel al onmiddellijk voor je.
Zo is het gesteld met Marta en Maria. Als je die namen samen hoort, verbindt je ze onmiddellijk met twee verhalen, nl. het evangelie van vandaag - Jezus’ gastvrije ontvangst ten huize van Marta en Maria (Lucas) en de opwekking door Jezus van zijn gestorven vriend Lazarus, die met zijn twee zussen Marta en Maria in het dorp Bethanië woonde (Johannes). Dat zijn nu precies twee verhalen die ons niet onberoerd laten, de wenkbrauwen doen fronsen, of ons op zijn minst achterlaten met veel vragen.

Vandaag gaat het over Jezus’ ontvangst ten huize van Marta en Maria. Je kan het tafereel niet realistischer bedenken. Marta en Maria hebben ‘overkomst’ zoals wij in ons dialect zeggen. Ze hebben een belangrijke gast. Niemand minder dan Jezus zelf, die zijn grote reis naar Jeruzalem maakt, komt op bezoek. Marta is in al haar gedienstigheid zenuwachtig, ze is druk in de weer met bedienen, haar zus Maria houdt zich in alle kalmte bezig met de gast, door naar hem te luisteren. Tot zover niets aan de hand, totdat Marta haar beklag doet bij Jezus: ik haal het niet, zeg aan Maria dat ze mij moet helpen! En dan komt het onthutsende antwoord: wat maak je je zorgen. Maria heeft het beste deel verkozen. Eigenlijk zitten we hier eerder met vragen dan dat we antwoorden krijgen. Heeft Marta dan iets verkeerd gedaan? Is Jezus hier niet uiterst ondankbaar en onrechtvaardig jegens iemand die al het praktische werk op zich neemt? Wat betekent ‘het beste deel’? Die vragen slaan om in wrevel, vooral dan bij vrouwen, maar ook bij mannen die zich godganse dagen voor iedereen uitsloven…

Als mensen niet goed raad weten met iets, proberen ze het voor zichzelf verstaanbaar te maken. Dat is ook gebeurd in de talloze interpretaties van onze korte vertelling in de loop van de geschiedenis. Ik zou echter eerst willen stilstaan bij een hedendaagse visie die ik in de prachtige kinderbijbel van Karel Eykman heb gevonden. Ik lees even het slot.
"Marta kwam weer langs met borden en schotels. Maar voor ze terugging naar de keuken stond ze stil. Ze zei opeens: ‘Ja, ziet u, ik sta er helemaal alleen voor. En mijn zuster zit daar maar. Ze doet net of ze al uw wijze woorden begrijpt. Dat is toch niets voor een meisje. Een meisje hoort haar mond te houden en voor het eten te zorgen. Kunt u niet eens tegen haar zeggen dat ze mij moet helpen. Naar mij luistert ze niet meer, naar u misschien nog wel.’ Maar Jezus zei tegen Marta: ‘Het is fijn als er lekker eten is. Want dan kun je ook prettiger met elkaar praten. Maar als het eten maken zoveel tijd kost dat ik niet eens met jullie kan praten, dan is het niet goed. Kom er toch bij zitten.’ Toen deed Marta haar schort af. Ze kwam erbij zitten en ze praatten tot laat in de avond. Ten slotte hielpen Jezus en Maria nog bij het afwassen. Want daar, in de keuken, konden ze tenminste doorgaan met praten."
Dat is ons op het lijf geschreven, want het sluit naadloos aan bij een behoefte die wij allen hebben, en niet het minst kinderen en jongeren. Dat wij aan tafel lekker eten, maar daarbij ook een fijn gesprek kunnen voeren, echt contact hebben met elkaar. Dat is en zal steeds meer van levensbelang worden in onze gezinnen en andere samenlevingsvormen, in onze kloostergemeenschappen, op onze internaten, in de jeugdbeweging. Overal waar mensen samenzijn. Kwaliteit van leven noemt men dat.

Maar ook om een andere reden is de interpretatie van de kinderbijbel mij dierbaar. Het zogenaamde botte verwijt van Jezus aan het adres van Marta, terwijl hij partij kiest voor Maria, is hier verdwenen. In de plaats daarvan ervaren we een attente Jezus die positief ingaat op Marta’s nerveuze kwade opmerking dat ze alles alleen moet klaren. Jezus heeft door waarom Marta zo nerveus is. En wij ook, want dikwijls hebben wij dezelfde gevoelens als zij. In haar terechte zorgzaamheid is ze kwaad maar vooral angstig, omdat ze zich geïsoleerd voelt. Ze voelt zich door haar zuster in de steek gelaten en door Jezus niet begrepen. Jezus begint dan ook met haar angst weg te nemen door haar te bevestigen in datgene waar ze zo goed in is, haar gedienstigheid. In de oorspronkelijke tekst staat: Marta, Marta. Tweemaal iemands naam noemen is een typische joodse manier om iemand met genegenheid aan te spreken (wij zouden zeggen: Ach lieve Marta). "Het is fijn als er lekker eten is, dank je dat je daar zo goed voor zorgt." Jezus zegt niet dat ze moet stoppen met te zorgen, hij waardeert haar zorg. En na die positieve bevestiging helpt hij Marta de isolatie waarin ze zich had gemanoeuvreerd te overwinnen, door haar te wijzen op iets waar ook zij zelf ten diepste naar verlangt, maar wat ze door haar jachtig geloop dreigt te verliezen. "Het is nog fijner als je bij dat lekker eten een goed gesprek hebt. Zonder eten gaan we fysiek dood. Zonder elkaars aandacht en geborgenheid sterven we geestelijk af. Kom erbij zitten." En tenslotte gaan ze met zijn drieën het praktische werk afmaken door samen af te wassen, waarbij ze op een deugddoende manier hun gesprek kunnen verderzetten. Door positief in te gaan op de negatieve situatie waarin Marta zich voelt, neemt hij haar, zichzelf en Maria mee in een liefdevol samengaan van praktisch werk en diep contact.

Nu zou je kunnen zeggen: is Jezus dan alleen een therapeut? Moeten we ons tevreden stellen met die psychologische uitleg? Evangelieverhalen gaan toch over ons godsdienstig leven! Inderdaad, maar het godsdienstige staat nooit los van onze dagelijkse, menselijke manier van doen. Wat ik daarnet ‘praktisch werk’ en ‘diep contact’ heb genoemd, is in de loop der tijden religieus vertaald door actie en contemplatie. Dat begint al bij Lucas zelf, die het verhaal vertelt om aan de eerste christelijke gemeenschappen duidelijk te maken dat volgens Jezus’ wil de gedienstige naastenliefde moet samengaan met een openheid voor Gods werking in het leven. Niet voor niets plaatst Lucas het verhaal tussen zijn parabel van de barmhartige Samaritaan (de naastenliefde) en de vraag van de leerlingen aan Jezus om hen te leren bidden (openheid voor God). Men heeft echter in het verleden verwoede pogingen gedaan om aan de hand van het Marta en Maria verhaal die twee onlosmakelijke facetten van ons christelijk leven uit elkaar te halen en, wat erger is, Jezus’ zogenaamde voorkeur voor de contemplatie te bewijzen. Dat heeft onnoemelijk veel kwetsuren nagelaten bij vrouwen en mannen – vooral vrouwen – die hun praktisch bezig-zijn, als tweederangs in de ogen van God, dan toch maar moesten volhouden. Het is een schrijnende leugen.

Beide facetten zijn even belangrijk. En als Jezus in het verhaal zegt: "Slechts één ding is nodig. Maria heeft het beste deel gekozen", gaat het er niet om dat contemplatie het beste zou zijn. We kunnen het wel als volgt begrijpen. Marta en Maria zitten in elk van ons. Mijn bezig-zijn, mijn dienst aan de ander, moet ingebed liggen in het diepe besef dat God mij het eerst heeft bemind, dat ik door hem in het leven gewenst ben, dat ik – ook met mijn gepruts – er mag zijn en mag leven in zijn liefde. Je kunt maar beminnen als je zelf de ervaring hebt bemind te zijn, als je de liefde van de andere ook kan ontvangen in plaats van altijd alleen maar te geven. Je kunt maar op een gezonde manier de ander dienen als je het aan jezelf toestaat gediend te worden. Het allerbelangrijkste in mijn leven (één ding slechts), in de betekenis van fundamenteel of begrondend, is dat God mij liefheeft. Ik kan daarover mijn geluk niet op, en ik kan vanuit dat overmatig geluk niet anders dan die liefde te delen met elk mensenkind, dat ook door God in het leven werd gewenst. Dan hoef ik in mijn gedienstigheid niet krampachtig of geïsoleerd te geraken. En dan zitten we hier opnieuw dicht bij de oorspronkelijke betekenis van contemplatie, nl. een beschouwing van ons dagelijkse doen en laten doorstraald door de goddelijke werkelijkheid.
Ik wens u en mezelf die spiritualiteit toe.

Bernard de Cock o.p.

 
  Prekenlijst