Op zijn reis naar de hoofdstad horen we verschillende
mensen naar Jezus toekomen en zeggen: we willen u volgen. En het antwoord
dat Jezus geeft luidt: maar ik heb niets, ik heb u niets te bieden. Het is
heel intrigerend te zien hoe Jezus de roepingen ontmoedigt. De mensen die
zichzelf presenteren krijgen harde woorden te slikken. Dat is toch vreemd
wanneer je dat vergelijkt met onze manier van doen. Wanneer iemand zich
presenteert om mee te doen in een kerkelijk instituut, dan leggen we die
in de watten, we besteden er de beste zorgen aan. In het evangelie zegt
Jezus niets in die aard. Integendeel. Hij zegt: het is helemaal niet zo
simpel om me te volgen. Meegaan naar Jeruzalem betekent dat men Gods
koninkrijk op de eerste plaats zet. Dat is de zin van die radicale
uitspraken van Jezus.
Navolging behelst drie aspecten. Jezus navolgen
betekent zich gezonden weten om vrede te brengen, zieken te genezen, doden
te doen opstaan. Dat is de fundamentele boodschap die we bij Jezus
beluisteren; mensen mogen niet doodgaan. Ze moeten kunnen vrij zijn. We
moeten elkaar leven geven. Daarom zal onze aandacht en zorg in eerste
instantie uitgaan naar mensen die niet kunnen meedoen in de gewone gang
van zaken in onze samenleving. Aan de armen moet de blijde boodschap
verkondigd worden. Het is duidelijk dat er heel verschillende vormen van
solidariteit met de armen mogelijk zijn, en dat dit heel zeker op een
persoonlijke manier zal moeten ingevuld worden. Maar het blijft overeind
dat de arme mens, de uitgerangeerde, de lijdende niet uit de aandacht mag
verdwijnen. Meer zelfs, dat hij een centrale plaats zal blijven innemen in
onze geloofsgemeenschap. Dat is niet populair. De navolging van Jezus is
geen kermistent. Maar wie arme ménsen kent , wie verstoten ménsen leert
kennen, wie zieke of eenzame ménsen nabij is zal ook de voldoening van
deze nabijheid leren smaken.
Een tweede aspect van de navolging is dat ieder van ons
een eigen antwoord moet geven op het appèl dat van het evangelie uitgaat.
Navolging is een persoonlijke zaak. Ik moet geen Gandhi of Romero worden.
Ik moet mezelf worden in navolging van Jezus. Ik hoef me niet gefrustreerd
te voelen dat ik me niet kan meten aan die grote voorgangers en
voorgangsters. Maar ik ontloop niet de vraag naar mijn persoonlijke inzet.
Er is een richtvraag die ons hierbij kan helpen. Deze luidt: wat is voor
mij vandaag een brandende kwestie waar ik bij betrokken wil zijn, door
welke nood word ik zo geraakt dat ik me daarnaar wil omkeren, waarvoor ik
veel (alles?) wil over hebben om mijn beste krachten aan te besteden.
Uiteraard is hierbij zelfkennis heel belangrijk: doe ik dat om in de
belangstelling te komen, om er eigen profijt uit te halen? Of gaat het
echt om iets of iemand die me ter harte gaat? Het is een vraag die me
dichter bij mijn verantwoordelijkheid zal brengen.
Een derde aspect van de navolging is de betrokkenheid.
Je komt in het leven van een ander mens terecht. Of je laat iemand in jouw
leven toe. Iemand of iets wordt onderdeel van je agenda. Dat is niet
vrijblijvend. Je wordt er door opgeroepen, ook wanneer het je niet zo
lekker uitkomt. Je levenskring verruimt erdoor. Hij wordt er ook mede door
bepaald. De verrijking die we ervaren betekent tegelijk bijkomende
beperking.
Lucas schreef voor de derde generatie christenen, waar
hij af te rekenen kreeg met de dreiging van enige gezapige
zelfgenoegzaamheid. Hij sprak scherpe taal. Dat maakt het ook voor ons
duidelijk.
Ignace D'hert o.p.