Preek van de week Elke week een nieuwe preek
  1 juli - dertiende zondag Preek in M-S Word-formaatRechtstreeks afdrukken

 

Lezingen:

Galaten 5,1.13-18
Lucas 9,51-62

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar


Geroepen tot vrijheid
 

Christelijk manifest van de vrijheid, zo heeft men de brief van Paulus aan de Galaten genoemd. Zes zondagen na elkaar staat een lezing uit deze brief op de liturgische agenda. Vandaag is het de voorlaatste keer. Meestal vallen die lezingen tussen de plooien omdat men het evangelie rechtstreeks laat aansluiten op de lezing uit een boek van het Oude Testament. Er wordt zelden over gepreekt. Eigenlijk is dat jammer, want uit die brief valt veel te leren over levensbelangrijke vragen. Waarvan en waarvoor leeft een mens? Wat mag hij verwachten en hopen? Hoe kan het evangelie hem vrij en gelukkig maken? De essentie van wat Paulus zijn lezers op het hart wil drukken staat in het stuk van de brief dat we vandaag lezen.

Over vrijheid moeten we met twee woorden spreken. Eerst en vooral is ze vrijheid van: bevrijding van het juk van verknechtende en onderdrukkende machten. Voor die bevrijding hebben onze voorouders lang en hard moeten vechten. Wij genieten de vruchten van hun strijd en voor geen geld ter wereld willen we ze prijsgeven: vrijheid van meningsuiting, van geweten en godsdienst, vrijheid in onze handel en wandel. Die bevrijding van de machten boven en buiten ons schept de ruimte waarbinnen de vrijheid voor zich moet ontplooien: de vrijheid voor alles wat het leven zin en inhoud geeft. Die vrijheid is een roeping, zegt Paulus. "U bent geroepen om vrij te zijn." Aan christenen zegt hij dat het Christus is die hen bevrijd heeft om hun roeping te kunnen volgen en in vrijheid te leven.

Maar die vrijheid wordt van binnen uit door een tegenmacht belemmerd. Paulus waarschuwt ervoor: geef niet toe aan de zelfzucht! Zelfzucht is de meest gebruikte vertaling van het bijbelse woord 'vlees'*. Dat is niet het lichaam maar de hele mens, met al zijn beperkingen, zijn fouten en hebbelijkheden. Als wij spreken over 'vleselijke begeerten', denken we aan de seksualiteit. In de bijbelse taal zijn het al de kleinmenselijke, zelfzuchtige verlangens waardoor mensen worden gedreven. Je hoeft niet diep in je binnenste te kijken om ze te vinden. Wie kent niet het verlangen om van alles waar hij genoegen in vindt ongeremd te genieten? Wie voelt in zich niet de macht van de mateloze hebzucht? Niemand ontsnapt aan de verleiding van de heerszucht. Genieten van macht over mensen, ze naar je hand zetten in dienst van je eigen belang. Iedereen is gevoelig de macht van de eerzucht. Groot gaan op wat je op eigen kracht verwezenlijkt, je prestaties en verdiensten in de verf zetten en er beloning voor opeisen.

Van die macht van het 'vlees' en haar verleidingen heeft Christus bevrijding gebracht. Dat wil Paulus zijn lezers inscherpen. Het sleutelwoord dat hij hiervoor gebruikt is 'geest': alles wat te maken heeft met de werking van Gods genade. Waar de geest werkt, daar is vrijheid. Daar zijn mensen bij machte om zich te verzetten tegen de machten van de zelfzucht. Maar dat gaat niet zonder moeite en inspanning. Paulus zegt het goed. In iedere mens speelt zich een voortdurende strijd af tussen de begeerten van de zelfzucht en de werking van de geest. Ze liggen met elkaar overhoop. Als mensen niet meewerken met de geest, doen ze niet wat ze eigenlijk willen. Ze blijven onder de maat van hun roeping tot vrijheid.

"Wanneer u door de geest geleid wordt, bent u niet onderworpen aan de wet." Dat is straffe taal. Paulus bedoelde de voorschriften van de joodse wet, waarvan christenen bevrijd waren. Hun vrijheid was natuurlijk geen bandeloosheid en willekeur. Dat is onze vrijheid evenmin. Ze is gebonden door de liefde, die in de Kolossenzenbrief (3,14) de band van de volmaaktheid wordt genoemd. In het voorschrift van de naastenliefde is de hele wet vervuld.

In onze roeping tot vrijheid moeten we ons laten leiden door de geest. Het is onze roeping om, inderdaad, vrij te zijn in onze meningsuiting, maar met de grote ernst van de liefde en de even grote ernst van de verantwoordelijkheid. Het is onze roeping om tegenover iedereen op te komen voor het goed recht van onszelf, maar evenzeer voor dat van alle anderen. Ook voor de belangen van diegenen die nooit op straat durven komen omdat ze bang moeten zijn voor de machten buiten en boven hen. Het is onze roeping om in vrijheid ons geweten te volgen en onze godsdienst te beleven, maar met liefde en zorg voor de vrijheid van geweten en godsdienst van allen die anders of niet geloven.

Als we leven in vrijheid door de geest in ons machtig te maken, zullen we ons knellend keurslijf kunnen afgooien, we zullen niet langer overhoop liggen met onszelf en gehoorzamen aan wat ons innerlijk verknecht en niet meer de vijand  zijn van ons eigen geluk en van het geluk van de anderen.

* De NBV gebruikt verschillende woorden om de vele dimensies van het 'vlees' aan te geven.

Inspiratie is o.m. geput uit: Dichtbij is Uw woord, commentaar bij de brief aan de Galaten. Leuven, KBS, z.j., p. 85-109.

J. Andersen

 
  Prekenlijst