| Preek van de week | ||
| 31 mei - Pinksteren |
|
|
Lezingen:
Handelingen 2,1-11
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
|||||||||
|
Na Jezus' dood kropen zijn leerlingen samen achter
gesloten deuren uit angst voor de Joden. Christenen lijken vandaag een
beetje op hen. De meesten schuilen het liefst achter de deuren van de
eigen parochie, binnen de kring van gelijkgezinden door wie ze zich
aanvaard en begrepen voelen. Hun kardinaal doet het wel bijzonder goed in
de publieke opinie, maar hij is bijna de enige. Zijn christenen treden
niet gaarne uitdrukkelijk als katholiek naar buiten omdat ze vrezen dat de
publieke opinie hun niet gunstig gezind is en dat ze wat meewarig, zelfs
spottend, vanuit de hoogte bekeken
zullen worden. In het pinksterverhaal van de Handelingen der apostelen
komt de kracht van de Geest het sterkst tot uiting in het talenwonder dat
hij bewerkte. Toen de leerlingen naar buiten werden gedreven, begonnen ze
in vreemde talen te spreken. En tot verwondering van iedereen die hen
hoorde verstond hij of zij hen in zijn of haar eigen moedertaal.
Toen ik zo'n twee jaar samen met enkele vrienden in een
Brussels museum een tentoonstelling van Vlaamse kunstwerken bezocht,
kwamen we voorbij het bekende schilderij van de Toren van Babel, van
Breugel, waar een lerares voor een groep scholieren uitleg stond te geven.
De toren van Babel, vroeg ze, ooit van gehoord? Luister dan goed. De
inwoners van Babel wilden een hoge toren bouwen, tot in de wolken. God zag
hen bezig, en hij zei bij zichzelf, oei, ze komen dichtbij, ik moet ze
tegenhouden. En hij hield ze tegen. Hij bracht hun taal in verwarring. Ze
verstonden elkaar niet meer. Ze konden niet meer voortwerken, en ook niet
meer samenleven. En ze scheidden van elkaar, elke taalgroep ging apart
wonen. Zo zie je, beste kinderen, zei de juffrouw, de gevolgen van die
taalramp. Ook vandaag nog. We zijn multicultureel en we slagen er niet in
elkaar te verstaan. Maar het is geen sprookje. Er gebeuren onder ons wel
degelijk taalwonderen. Ik denk dan niet aan geavanceerde spraaktechnologie
van tegenwoordig. Taal is meer dan woorden en zinnen. Eerst en vooral is
ze lichaamstaal. Je kunt iemand toespreken en je doen verstaan zonder één
woord te spreken, door de manier waarop je lichamelijk uitdrukt wat je hen
of haar wil zeggen. Je kunt, bijvoorbeeld, een anderstalige door je
lichaamstaal zonder één woord te zeggen doen verstaan hoe zeer hij of zij
bij jou welkom is.
We kunnen taalwonderen bewerken door de geestdrift
waarmee we tot anderen spreken over wat ons echt ter harte gaat. De geest
die ons drijft brengen we naar hen over, en ze verstaan in hun taal wat we
zeggen. Het was de geestdrift waarmee Jezus' leerlingen op de eerste
pinksterdag spraken over Gods grote daden die bewerkte dat iedereen die
naar hen luisterde hen in zijn of haar taal verstond. Waar deelhebbing in
dezelfde geest tot stand komt of tot stand wordt gebracht, kunnen we uit
kracht van die gemeenschappelijke geest spraakverwarring, misverstand uit
de weg ruimen.
Volgens het evangelie bestaat het wonder dat we tot
stand moeten brengen hierin, dat er dankzij ons werk vergiffenis wordt
gegeven en gekregen. Waar mensen uit kracht van de Geest vergiffenis en
verzoening aan elkaar doorgeven, scheppen ze een nieuwe wereld. Dan mogen
ze terecht het pinksterlied zingen: 'De geest des Heren heeft een nieuw
begin gemaakt'.
Christenen bidden tot de heilige Geest door hem te
aanroepen als 'taal waarin wij God verstaan'. Predikanten en alle
verkondigers van het geloof zijn goede predikheren (en -vrouwen) in de
mate dat ze erin slagen goede tolken te zijn van die taal waarin mensen
God kunnen verstaan. Dat lijkt me van het grootste belang in onze
multiculturele en multireligieuze omgeving. We moeten onze christelijke
geestdrift laten werken om met onze medemensen die van ons in taal,
cultuur en godsdienst verschillen op de golflengte te geraken waarop de
taal van de gemeenschappelijke geest kan verstaan worden die ons met
elkaar verbindt.
Van het eerste pinksterfeest zeggen we dat het de
geboorte dag was van de kerk. Vandaag heeft de kerk het zeer moeilijk om
zodanig over Gods grote daden te spreken dat iedereen dit in zijn eigen
taal verstaat. Daarom moeten we op dit pinksterfeest vooral ook bidden
voor de kerk. Dat de Geest haar vaardig zou maken om taal-
cultuurbarrières te overwinnen en de inspiratie zou vinden om Gods woord
overal goed verstaanbaar te doen klinken.
B.J. De Clercq o.p. |
| |