| Preek van de week | ||
| 7 juni - Drievuldigheidszondag |
|
|
Lezingen:
Deuteronomium 4,32-40
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
|||||||||
|
God in drievoud zichtbaar maken
‘Ik doop jou, in de
naam van de Vader, Zoon en heilige Geest.’ Deze woorden zijn over ons
allen uitgesproken. Met deze woorden, in drieën gezegd, werden we kind van
God: Gods naam is op ons gelegd, voor altijd. In de lezing uit het boek Deuteronomium zegt Mozes tot
het volk ook iets dergelijks. ‘Ben je het misschien vergeten? Erken het en
prent het opnieuw in je hart: de Heer is je God!’ Blijkbaar is dit bewuste
besef van Gods aanwezigheid in ons toch niet vanzelfsprekend. Het moet in
herinnering worden geroepen: dat God met ons leven van doen heeft, dat God
van ons houdt zoals we zijn. Het is duidelijk dat het
niet alleen gaat om kennis in de strikte zin. Ik denk dat Jezus zijn
apostelen echt niet van buiten heeft laten leren, dat er één God is en
drie goddelijke personen. Nee, ze hebben aan den lijve kunnen ervaren dat
er een God de Vader was! Want Jezus raakte nooit uitgepraat over zijn
Vader. Als wij nu aan Jezus konden vragen: ‘Heer, wat
maakt dat nu uit dat er een God de Vader is?’ zou zou hij ons stomverbaasd
aankijken en zeggen: ‘wat dat uitmaakt? Maar lieve mens, als je niet in
mijn Vader gelooft, dan beteken ik ook niets voor jou! Je zingt over mij,
je vindt het fantastisch dat ik nooit iemand veroordeel, dat ik steeds
goedheid voorop zet. Maar dat is mijn liefde niet. Ik heb niets anders
gedaan - en ook niets anders willen doen - dan die geweldige liefde van
mijn Vader zichtbaar maken. Ik heb mijn Vader verheerlijkt. Daartoe heeft
hij me gezonden...’ Als ik u, nu, zou vragen welke
betekenis God op dit moment in uw leven heeft, dan zou u allemaal op uw
beurt uw eigen verhaal hebben. Een kind van bijna acht
zei: God is iemand die heel goed voor mij zorgt en altijd bij mij wil
zijn.’ Een man die na een alcoholverslaving zijn leven weer
opneemt: ‘In al mijn ellende stak ik toch iedere dag een lichtje bij het
Heilig-Hartbeeld aan. Ik weet zeker dat dat mij gered heeft.’
Een man die zijn partner verloren heeft: ‘Mijn vrouw is nu bij hem, ik
weet zeker dat ze bij God gelukkig is!’ Een moeder van
vier kleine kinderen: ‘Af en toe zie ik het echt niet zitten, als ze
allemaal ziek zijn en de strijk zich torenhoog heeft opgestapeld, maar dan
denk ik: mens, leef moment voor moment. Alles wat ik moment voor moment
met liefde doe, is een cadeautje voor boven.’ Een man
die zijn leven lang landbouwer is geweest: ‘Iedere keer als ik zag dat de
eerste groene sprietjes van het zaaigoed boven de aarde kwamen, zei ik bij
mezelf: ‘God laat me niet in de steek.’ In deze kleine
verhaaltjes wordt vijf keer een leven met God samengevat. Vijf keer leven
in zijn Geest, in de Geest die levend maakt. We zouden geen greintje
troost ondervinden bij ons verdriet, als die Geest er niet was. De Geest
van wie Jezus zei dat hij de trooster is. Alle
hulpvaardigheid die er in de wereld te vinden is, is uiteindelijk
afkomstig van hem, van wie Jezus zei, dat hij de helper zou zenden. Zonder
die Geest hadden we geen kerk, geen heilige Schrift, geen sacramenten. Die
Geest maakt ons van mensenkind, kind van God. Hij brengt ons met God in
relatie. Als wij die Geest willen ontvangen, telkens opnieuw, dan hebben
we een goede geest. Het gaat er niet om wat we van
buiten kennen dat er één God is en drie personen. Als Jezus aan zijn
leerlingen de opdracht geeft: ‘gaat en onderwijst alle volken’, moeten ze
zijn leermethode gebruiken. Ze moeten de mensen laten merken dat God er
is. Alle goede dingen gaan in drieën. Dat wij - in het
voetspoor van Jezus, de Zoon - de liefde van God de Vader zichtbaar maken
waarbij de Geest ons helpt die liefde tastbaar te maken: Dat wens ik ons
toe op het feest van de Heilige Drie-eenheid.
Paul Ghyssaert naar een preekvoorbeeld van Ellie Keller-Hoonhout
Bron: |
| |