| Preek van de week | ||
| 22 februari - zevende zondag |
|
|
Lezingen:
Jesaja 43, 18-25
U kunt
reageren |
|||||||||
|
Dragen en gedragen worden
Mensen dragen mensen en worden gedragen. Al voor we geboren waren, werden
we gedragen in de warmte van de moederschoot, en nadien tot we als kind onze
eerste stappen konden zetten. Als we oud zullen zijn en te verlamd om nog op
eigen benen te kunnen lopen, zullen het weer mensenhanden zijn die ons van de
rolstoel naar ons bed zullen dragen of uit het bed helpen en in de stoel zetten.
Andere mensen zullen ons naar het graf dragen. 'Zoiets hebben we nog nooit gezien!' De mensen die bij
Jezus thuis naar hem zaten te luisteren waren stomverbaasd toen ze de
verlamde man zagen opstaan en met zijn draagberrie onder de arm naar
buiten lopen. Misschien hadden ze niet gehoord wat Jezus eerst tegen de
lamme had gezegd: dat zijn zonden hem vergeven werden. De schriftgeleerden
onder zijn gehoor hadden het wel gehoord. Zieken genezen en kwade geesten
uitdrijven, tot daar aan toe, maar iemand zijn zonden vergeven! Geen mens
kan zoiets zeggen zonder God te lasteren. Maar Jezus was geen mens als een
andere en dat weigerden ze te geloven.
Als geen ander doorzag Jezus de mysterieuze band tussen
de fysieke en de morele kwalen waaronder mensen lijden. Hij sprak de lamme
aan in naam van God. Waarschijnlijk kende hij hem niet, maar hij kon hem
'mijn zoon' noemen (zo staat het er letterlijk). Hij zag het sterke geloof
van de dragers, zo sterk dat het alle hinderpalen had overwonnen. Daarom
mocht hij in naam van God tot de man zeggen dat zijn zonden hem werden
vergeven. Het was een dubbele genezing. Door de bevrijding uit zijn
zondenlast werd ook zijn verlamming genezen en kon hij rechtop naar huis
gaan. We kunnen dit lezen als een vervulling van de belofte die God door
de profeet Jesaja heeft uitgesproken (eerste lezing). 'Blijf niet staan
bij wat vroeger was, laat het verleden achter je. Ik laat je door de
woestijn van leegte en verlamming heen een nieuwe weg gaan. Het begin is
er al, merk je het niet?'
Over de gewetenslast van de lamme komen we in het
evangelie niets te weten, en ook niet of hij zelf wel of niet geloofde. De
nadruk ligt op het geloof van zijn dragers. Omdat ze geloofden droegen ze
hem tot bij Jezus en dankzij hun geloof werd hij genezen.
Mensen dragen mensen niet alleen met hun handen maar
vooral met hun hart. Als je een hulpeloos iemand niet in je hart draagt,
zal je geen inspanningen doen om hem of haar fysiek te dragen naar de
plaats of de mensen waar hij of zij thuis kan komen. En als je niet
gelooft dat je die persoon kunt helpen, begin je er niet aan.
Predikanten vertellen bij dit evangelie vaak een door
hen aangepaste versie van een bekend verhaal over een jongetje dat zijn
gehandicapt broertje op de rug mijlenver naar school droeg. Voorbijgangers
zeiden: maar jongen, die last is veel te zwaar voor je tengere rug. Maar
de jongen antwoordde: helemaal niet, het is mijn broertje.
Paulus schreef aan de Galaten (6,2.5) dat ieder mens
zijn eigen last moet dragen. Maar alleen kunnen we het niet. De liefde
vraagt dat we elkaar helpen. "Draag elkaars lasten, zo leeft u de wet van
Christus na." Geen mens kan echt leven als hij zich niet gedragen voelt
door de liefde van medemensen. Het is vooral de last van veel soorten
angst die mensen verlamt. Ze durven aan niets meer beginnen omdat ze
bevangen blijven door een bittere ontgoocheling die ze hebben opgelopen.
Ze gaan gebukt onder de last van een bezwaard geweten waardoor ze verlamd
worden. Ze lijden onder verlammend minderwaardigheidsgevoelens die hen
doen vrezen dat al wat ze ondernemen toch weer zal mislukken. Ze zitten
vast in hun scrupuleuze opvatting van wetten en geboden en de angst dat
altijd in gebreke zullen blijven.
Ik kan het ook zeggen met het beeld in de titel van een
prachtig lied van Nana Mouskouri. We staan verlamd voor de brug over de
troebele wateren in ons leven. We hebben de hulp van dragers nodig om over
de brug heen te geraken.
Nana Mouskouri zingt: 'Als je uitgeteld neerligt, als
je in het duister zit en overal pijn hebt, kom ik naast je staan en leg me
als een brug over troebele wateren.' Als onze liefde sterk genoeg is,
maakt ze ons sterk genoeg om verlamde mensen over de brug te dragen. We
kunnen ze op de schouders van ons geloof dragen naar de barmhartige God
toe.
Als we zelf in nood verkeren, moeten we durven hopen
dat we goede mensen zullen vinden die ons willen dragen als een brug over
troebel water. Ons geloof moet dan sterk genoeg zijn om samen met hen te
bidden tot de verrezen Christus die aanwezig komt als we eucharistie
vieren: 'Lam Gods dat draagt de zondenlast van deze wereld, ontferm u over
ons.'
R. De Brandt |
| |