Preek van de week Elke week een nieuwe preek
     
  17 mei - zesde paaszondag afdrukken  Word-document
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

 

Lezingen:

Handelingen 10,25-48
Johannes 15,9-17

Wenst u de preken thuis in uw elektronische postbus te ontvangen?
U kunt intekenen op onze
verzendlijst
.

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 

Volkomen vreugde
 

Waarom lezen we het evangelie? Waarom luisteren we ernaar? Bij monde van de evangelist Johannes zegt Jezus: ’opdat mijn vreugde in jullie moge zijn en jullie vreugde volkomen moge worden’. ‘Mijn vreugde’ staat er. Het evangelie dient om ons zo blij te maken als Jezus zelf . Blijheid en vreugde betekenen nog iets anders dan plezier en vrolijkheid. Ik heb altijd horen zeggen dat clowns melancholische mensen zijn. Ze lachen om hun zwaarmoedigheid en droefgeestigheid te verstoppen. Als het evangelie ons blij maakt is het niet om te schaterlachen of geestig te doen. Vreugde gaat veel dieper. Jezus geeft ons weer de bron aan: als we elkaar liefhebben, zoals hij ons heeft liefgehad. Liefde is de bron, het geheim van geluk en vreugde.

Liefde! Wat een woord! Door alle tijden heen werden en worden dichters beroerd door het duizendjarig woord dat liefde heet. Maar in hoeveel verschillende betekenissen wordt het woord niet gebruikt! Huwelijksliefde, moederliefde, kalverliefde, naastenliefde, eigenliefde, liefdoenerij, liefdadigheid, verliefdheid, enz, enz. Van de ene kant is het een versleten woord dat te pas en te onpas gebruikt en misbruikt wordt: verarmd en verengd door de glamour en glitter van de reclame of van smartlapliedjes. Commercieel verlaagd tot koopwaar in de prostitutie, of bedrieglijk aangepraat aan jongeren, tot louter seksueel genot.

Van de andere kant is het woord liefde een onverslijtbaar en onmisbaar woord ’Liefde is het hart van het heelal’ schreef een dichter. Liefde is waar iedereen hartsgrondig naar verlangt vanuit zijn/haar diepste wezen. Door de liefde ervaren mensen eeuwigheid in een verbondenheid over alle grenzen heen, zelfs die van de dood. Ze is stimulans van creativiteit en visioen van vrede, van de grootste verwezenlijkingen ten dienste van de mensheid en van de kleinste attenties ten dienste van elkaar.

De grootste liefde is ons leven geven voor elkaar, zegt dit evangelie. Er zijn geen grote woorden genoeg om de liefde op te hemelen. Auteurs en schrijvers spreken of schrijven met het grootste gemak over de meest fantastische idealen van liefde, vrede, broederschap. In het boek ‘De profeet’ van Kahlil Gibran staat een mooi verhaal waarin allerlei mensen iets zeggen over het wonder van de liefde. Een oude man zucht en stamelt: ‘De liefde is een zwakheid van de natuur.’ Een jongeman zegt: ’De liefde verbindt het heden met de toekomst.’ Een jong meisje heeft het over de liefde die als wijn is en in de ochtend geschonken wordt door de bruiden, om de zielen zo sterk te maken, dat ze opstijgen naar de sterren. Een sombere man, slordig gekleed, mompelt: ’Liefde is de blinde onwetendheid waarmee de jeugd begint en eindigt.’ ‘Neen’, zei een kind lachend; ‘mijn vader en mijn moeder zijn de liefde, behalve zij weten niemand wat liefde is!’

Liefde, wat een woord! Neen, zegt het kind, geen woord! Een werkwoord! Een doewoord! Zoals mijn vader en mijn moeder leven, dat is ware liefde!

Als christenen zeggen wij: ’Zoals Jezus heeft geleefd…dat is de echte liefde!’
Jezus leefde geheel en al vanuit zijn verbondenheid met God-Vader die niets anders dan Liefde is. En deze zelfde Liefde van de Vader heb ik voor jullie, zegt hij. En we blijven in zijn Liefde en die van de Vader als we de geboden onderhouden.

Nu springt de evangelietekst precies van de hak op de tak. Waar de wereld van de liefde begint, daar eindigt toch die van geboden en wetten? De liefde is warme innigheid, geboden en wetten zijn hard en koud. Hoe kan je nu de liefde tot een gebod maken? Je bemint toch niet op commando! Toch wel, zegt Jezus. Misschien moeten we bedenken dat, als het in de Bijbel gaat om geboden , het eigenlijk om ‘woorden’ gaat. In de Bijbel spreekt men niet van de tien geboden, maar van de tien Godswoorden. Dat zijn idealen, perspectieven, woorden die uitnodigen. Zoals: ’Bovenal bemin één God’. ‘Bovenal’ is een streefdoel. Gods ‘woorden’ zijn ook ‘grenzen’ die de liefde juist wil eerbiedigen. Zoals: ’Je zal niet doden’. Eigenlijk staat er: ‘Je zal niet moorden.’
Als er dus staat: ’Dit is mijn gebod, dat jullie elkaar liefhebbben’, bedoelt Jezus niet dat de liefde een nuchtere koude verplichting zou zijn. Liefde is geen kwestie van moeten, maar van mogen, een kwestie van hart en ziel. Maar dat is ook geen vrijblijvende liefdoenerij. Liefde is ook altijd inzet. Dat betekent dan ook weer niet zoveel mogelijk presteren voor elkaar. Het is het ‘gaarne doen’, gewoon om de ander gelukkig te maken en dat uitgaat van het ‘gaarne zien’. Een kaartje schrijven, een mailtje tikken, een bloempje kopen, een lief gebaar stellen, kletsen met elkaar, complimentjes geven en duizend-en-één attenties bewijzen …, dat alles is ook een ‘doen’, evengoed als opruimen, de afwas doen, of de bedden opmaken. Ja, kortweg, zoals we reeds aanhaalden: ‘zijn leven geven voor elkander.’

Tenslotte, als we liefhebben zoals Jezus het heeft voorgedaan, dan is onze liefde belangloos en onbaatzuchtig. We beminnen onze partner, onze ouders, onze vrienden of vriendinnen, omdat ze zo goed zijn voor ons. Bij Jezus ligt het in omgekeerde volgorde. Hij bemint eerst en daardoor wordt iemand goed. Hij bemint Zacheüs, een egoïstische uitzuiger, en daardoor geeft die man de helft van zijn bezit weg aan de armen. Hij bemint Petrus die hem tot driemaal toe verloochende en Petrus wordt een rots van geloof. Hij bemint een uitgestoten melaatse en die man hoort er daardoor weer bij. En zo kunnen we doorgaan. Jezus’ liefde maakt iemand goed. Hij geeft immers Gods Liefde door.

De apostel Johannes is volgens de traditie zeer oud geworden. Op het einde van zijn leven, als hij preekte, zei hij almaar: ‘Kindertjes, bemint elkander.’ Als ze hem vroegen eens iets anders te vertellen, zei hij: ’Daarmee is toch alles gezegd?!’ Inderdaad! En als we die woorden in praktijk brengen, is daarmee ook alles gedaan!

Rob Moens, dominicaan Genk.

Inspiratie:
Paul Schollaert, Zondagse woorden (Zesde paaszondag A en B)
M.-José Janssen en Gerard Zuidberg, Voor het luiden van de klok, p. 180

 
  Prekenlijst