| Preek van de week | ||
| 15 februari - zesde zondag |
|
|
Lezingen:
Leviticus 13,1-2.45-46
U kunt
reageren |
|||||||||
|
Aanraken en aangeraakt
De samenstellers van de liturgische teksten hebben er
blijkbaar geen rekening mee gehouden dat mensen in onze samenleving dit
weekeinde Valentijn vieren. Feest van de geliefden. Alle soorten
geliefden. Feest van de lichamelijke liefde. Lofzang op de
lichamelijkheid. Wie die eerste lezing uit Leviticus beluisterde, zal haar
in dit Valentijnweekeinde vooral ervaren als een tang op een varken. Of …
zou het toeval de liturgisten een handje hebben toegestoken? Het gaat in
die lezing namelijk nadrukkelijk over lichamelijkheid, en daarover gaat
het ook in het evangelie. Over aanraking. Aangeraakt worden. En het belang
daarvan. En het gaat ook over uitgesloten worden van lichamelijk contact.
Over lichamen die te mijden zijn: verboden aan te raken. En over Jezus die
een melaatse aanraakt. Een melaatse die zich begeeft in de kring van
gezonde mensen, want hem/haar helemaal niet was toegestaan. Stuk voor stuk
verboden handelingen. Met de persoon in het evangelie is het echter nog wat
erger gesteld. Hij/zij wil namelijk niet per se beantwoorden aan een of
ander schoonheidsideaal. Deze persoon is gewoon ziek. Ziekte overkomt je
nu eenmaal. Je kiest er niet voor. Toch hoort deze persoon niet thuis in
de gemeenschap. Door ziekte is hij/zij ongeschikt om deel te nemen aan het
sociale verkeer. Zo bepaalde het de joodse wet. De wet verzekert de
openbare orde door het aanbrengen van duidelijke scheidingslijnen. Tussen
rein en onrein, tussen zondaars en hen die de wet nauwgezet naleven,
tussen Joden en Samaritanen, tussen Joden en heidenen.
Wie echter de wet centraal stelt, dreigt de mens uit
het oog te verliezen. Het slachtoffer in het midden verandert onze positie.
Het gelaat van de ander die een appèl op me doet geeft de doorslag. Op die
manier zet Jezus inderdaad de wereld op zijn kop. Hij maakt God op een
andere manier concreet. En dat hebben zijn tegenstanders heel goed
begrepen. Daarom ook willen ze hem uit de weg. Voorgoed.
In dit optreden hebben zijn vrienden en volgelingen
echter de werkzaamheid van God herkend. Jezus als incarnatie van Gods
liefde. In de heel materiële, lichamelijke betekenis van het woord.
Gods liefde is mens geworden in Jezus. In hem komt God
mensen tastbaar nabij. In de uiterst lichamelijke boodschap van Jezus.
Daarvan getuigen de vele genezingsverhalen. Het evangelie vertelt ons over
zijn zorg voor de lichamen die vanuit hun nood tot hem kwamen: blinden,
lammen, melaatsen, doven, zieken, bezetenen.
Dit zijn de mensen door wie Jezus zich laat aanraken en
die hij ook zelf aanraakt. Niet alleen het woord is belangrijk. Genezen
gebeurt ook doorheen het fysieke contact. Want het lichaam is de plek van
de ontmoeting. In het contact van lichamen kunnen mensen gekwetst worden,
maar ook genezen. En het lichaam vergeet niets, het slaat alles op wat is
gebeurd. Weldaad en ontbering, tederheid en schending, warmte en kou,
opwinding en onverschilligheid, vervoering en pijn, ze worden in dat
ingenieuze wonderlijke lichaam allemaal opgenomen, ingeschreven,
opgetekend, bijgehouden.
Daarom is die gedachte van incarnatie, van menswording,
zo mooi: Gods liefde is mens geworden. En die menswording wil doorgaan:
Gods liefde wil in elke mens gestalte krijgen. Gods heil wil alle mensen
bereiken en christenen hebben dat evangelie beleefd en uitgedragen
doorheen de concrete zorg voor de minsten. Voor de mensen die we niet
kiezen, die onverwacht op onze weg komen. Het christendom kent een unieke
aandacht voor het lijdende lichaam en dat komt prachtig tot uiting in
armenzorg en ziekenzorg.
Helaas blijft deze godsdienst die de menswording als
leidmotief heeft, zo ambivalent tegenover het lichaam. Zoveel zorg voor
het kwetsbare en gekwetste lichaam, inderdaad. Maar ook zoveel argwaan, ja
vijandigheid tegenover het genietende lichaam. Op deze Valentijndag is het
gepast om daar de aandacht op te vestigen. Jezus’ omgang met mensen was
niet onlichamelijk. Zijn omgang was juist een eerbetuiging aan het
lichaam. Door zijn lichamelijke nabijheid werd elke aanraking geheiligd:
elke aanraking die liefkoost, die tederheid en warmte schenkt. Er is nog
heel wat te doen om de menswording ook te durven doordenken naar het
genietende, krachtige en creatieve lichaam.
Een mooie Valentijn gewenst!
Ignace D'hert o.p. |
| |