Preek van de week Elke week een nieuwe preek
    
  15 februari - zesde zondag afdrukken  Word-document
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

 

Lezingen:

Leviticus 13,1-2.45-46
Marcus 1,40-45

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 

Aanraken en aangeraakt
 

De samenstellers van de liturgische teksten hebben er blijkbaar geen rekening mee gehouden dat mensen in onze samenleving dit weekeinde Valentijn vieren. Feest van de geliefden. Alle soorten geliefden. Feest van de lichamelijke liefde. Lofzang op de lichamelijkheid. Wie die eerste lezing uit Leviticus beluisterde, zal haar in dit Valentijnweekeinde vooral ervaren als een tang op een varken. Of … zou het toeval de liturgisten een handje hebben toegestoken? Het gaat in die lezing namelijk nadrukkelijk over lichamelijkheid, en daarover gaat het ook in het evangelie. Over aanraking. Aangeraakt worden. En het belang daarvan. En het gaat ook over uitgesloten worden van lichamelijk contact. Over lichamen die te mijden zijn: verboden aan te raken. En over Jezus die een melaatse aanraakt. Een melaatse die zich begeeft in de kring van gezonde mensen, want hem/haar helemaal niet was toegestaan. Stuk voor stuk verboden handelingen.
Het gaat dus - toch wel - over lichamelijkheid en over aanraking. En daar hebben wij in onze cultuur ten overvloede weet van. Overal beelden van ideale lichamen op levensgrote affiches. En de illusies die ze in de hoofden van mensen prenten. Denk maar aan de anorexiapatiënten, de kandidaten voor plastische chirurgie, allerlei lichamelijke correcties die mensen laten uitvoeren, soms voor huizenhoge bedragen. Om er toch maar goed uit te zien. Om mee te tellen. Om gezien te worden.

Met de persoon in het evangelie is het echter nog wat erger gesteld. Hij/zij wil namelijk niet per se beantwoorden aan een of ander schoonheidsideaal. Deze persoon is gewoon ziek. Ziekte overkomt je nu eenmaal. Je kiest er niet voor. Toch hoort deze persoon niet thuis in de gemeenschap. Door ziekte is hij/zij ongeschikt om deel te nemen aan het sociale verkeer. Zo bepaalde het de joodse wet. De wet verzekert de openbare orde door het aanbrengen van duidelijke scheidingslijnen. Tussen rein en onrein, tussen zondaars en hen die de wet nauwgezet naleven, tussen Joden en Samaritanen, tussen Joden en heidenen.

Wie echter de wet centraal stelt, dreigt de mens uit het oog te verliezen.
En daartegen reageert Jezus.
Jezus wil terug de mens centraal plaatsen. De mens zien. Vooral de mens die op de een of andere manier slachtoffer geworden is. Hetzij door ziekte hetzij door de eisen die onze samenleving stelt. Hij wil terug naar het hart van de wet. Naar de woorden die het leven, het authentieke leven behoeden en beschermen. Wat hem voor ogen staat is de menselijke waardigheid die de wet bedoelde te bewaken. De waardigheid van hen die met de vinger gewezen worden, die gemeden worden. Daardoor verandert het perspectief. Wij vormen niet langer het centrum van waaruit we anderen bekijken, van waaruit we zieken of onreinen of beschuldigden beoordelen. Het middelpunt is gewisseld. Het slachtoffer, de onreine, de geestelijk minder valide, de aidspatiënt, is nu diegene van waaruit de wereld, de medemens en God bezien wordt. Dit is telkens weer het merkwaardige in het optreden van Jezus. Hij bewerkt een ommekeer in de situatie door de uitgestotene in het centrum te plaatsen.

Het slachtoffer in het midden verandert onze positie. Het gelaat van de ander die een appèl op me doet geeft de doorslag. Op die manier zet Jezus inderdaad de wereld op zijn kop. Hij maakt God op een andere manier concreet. En dat hebben zijn tegenstanders heel goed begrepen. Daarom ook willen ze hem uit de weg. Voorgoed.

In dit optreden hebben zijn vrienden en volgelingen echter de werkzaamheid van God herkend. Jezus als incarnatie van Gods liefde. In de heel materiële, lichamelijke betekenis van het woord.

Gods liefde is mens geworden in Jezus. In hem komt God mensen tastbaar nabij. In de uiterst lichamelijke boodschap van Jezus. Daarvan getuigen de vele genezingsverhalen. Het evangelie vertelt ons over zijn zorg voor de lichamen die vanuit hun nood tot hem kwamen: blinden, lammen, melaatsen, doven, zieken, bezetenen.

Dit zijn de mensen door wie Jezus zich laat aanraken en die hij ook zelf aanraakt. Niet alleen het woord is belangrijk. Genezen gebeurt ook doorheen het fysieke contact. Want het lichaam is de plek van de ontmoeting. In het contact van lichamen kunnen mensen gekwetst worden, maar ook genezen. En het lichaam vergeet niets, het slaat alles op wat is gebeurd. Weldaad en ontbering, tederheid en schending, warmte en kou, opwinding en onverschilligheid, vervoering en pijn, ze worden in dat ingenieuze wonderlijke lichaam allemaal opgenomen, ingeschreven, opgetekend, bijgehouden.

Daarom is die gedachte van incarnatie, van menswording, zo mooi: Gods liefde is mens geworden. En die menswording wil doorgaan: Gods liefde wil in elke mens gestalte krijgen. Gods heil wil alle mensen bereiken en christenen hebben dat evangelie beleefd en uitgedragen doorheen de concrete zorg voor de minsten. Voor de mensen die we niet kiezen, die onverwacht op onze weg komen. Het christendom kent een unieke aandacht voor het lijdende lichaam en dat komt prachtig tot uiting in armenzorg en ziekenzorg.

Helaas blijft deze godsdienst die de menswording als leidmotief heeft, zo ambivalent tegenover het lichaam. Zoveel zorg voor het kwetsbare en gekwetste lichaam, inderdaad. Maar ook zoveel argwaan, ja vijandigheid tegenover het genietende lichaam. Op deze Valentijndag is het gepast om daar de aandacht op te vestigen. Jezus’ omgang met mensen was niet onlichamelijk. Zijn omgang was juist een eerbetuiging aan het lichaam. Door zijn lichamelijke nabijheid werd elke aanraking geheiligd: elke aanraking die liefkoost, die tederheid en warmte schenkt. Er is nog heel wat te doen om de menswording ook te durven doordenken naar het genietende, krachtige en creatieve lichaam.

Een mooie Valentijn gewenst!

Ignace D'hert o.p.

 
  Prekenlijst