| Preek van de week | ||
| 1 februari - vierde zondag |
|
|
Lezingen:
Deuteronomium 18,15-20
U kunt
reageren |
|||||||||
|
Kwade machten overwinnen
Een vriend zei me dat je echt niet in de duivel moet
geloven om duivels aan het werk te zien. Onlangs heb ik het nog meegemaakt
op een familiefeest, vertelde hij, hoe mensen de sfeer kunnen bederven
door elkaar de duivel aan te doen en er een duivels genoegen in scheppen
elkaar te kleineren en in de grond te boren. 'Diaboliseren' noem ik dat.
Het zou een zegen zijn als we in staat waren duivels uit te drijven, met
of zonder wijwater. Marcus vertelt aan het begin van zijn evangelie hoe
Jezus al bij zijn eerste publiek optreden een duivel heeft uitgedreven, in
een synagoge nog wel. Wij zouden zeggen: in een kerk, en bij een
kerkganger. Jezus had de gelovigen in de synagoge zo overtuigend
toegesproken dat ze er geestdriftig van werden. Een nieuwe leer, anders
dan die van de schriftgeleerden, en met welk een gezag! Maar één
toehoorder kwam in verzet met luid protest. Die man was zichzelf niet.
Zijn protest was de reactie van de boze geest die in hem huisde. Hij
probeerde Jezus af te schrikken. Jezus had onmiddellijk door met wie hij
te maken had. Hij bevrijdde de man van de duivel zonder enige poespas,
simpelweg met het gezag van zijn woord.
In dit ene verhaal resumeert de evangelist als in een
notendop het levenswerk van Jezus. Zijn woorden en handelingen straalden
een gezag uit zonder voorgaande. Wat hij zei werd waargemaakt door wat hij
deed en wat hij deed kreeg zijn betekenis door wat hij zei. Zijn hele
leven was een strijd tegen de boze machten waardoor mensen bezeten waren
en waardoor ze werden gedreven. Hij heeft ze overwonnen. Hij heeft mensen
uit hun greep verlost. Hij maakte waar wat hij had aangekondigd: Gods
koninkrijk is aan het komen. Waar God komt heersen maakt het kwaad geen
kans meer.
De kerk deelt in de macht van de verrezen Christus. Dat
staat ook in de catechismus van de katholieke kerk onder het trefwoord
'exorcisme' (§ 1673). "Het exorcisme is bedoeld om duivels uit te drijven
of om iemand te bevrijden van demonische overheersing, uit kracht van het
geestelijk gezag dat Jezus aan zijn kerk heeft toevertrouwd." Alleen een
priester mag dit doen, en alleen met verlof van de bisschop. Het zou
oneerbiedig zijn en ook oneerlijk dit af te doen als gewijde poespas waar
geen mens nog geloof aan hecht. Meer mensen dan men zou denken, zelfs meer
dan pakweg 20 jaar geleden, zoeken een bevoegde priester-exorcist op met
de vraag hen uit hun nood te helpen.
Bijgeloof van psychisch gestoorde mensen, zijn we
geneigd te zeggen. De exorcist zou ze in elk geval ook naar een psychiater
moeten sturen. Maar je moet niet in de duivel geloven om aan den lijve te
ondervinden dat er kwade machten in je binnenste wakker kunnen worden waar
je niet tegen opgewassen bent. Wie verliest soms niet het gevecht tegen de
geldduivel die hem overvalt? En wie voelt niet de klauwen van kwelduivels
die hem kunnen overmeesteren: van redeloze angsten, van de een of andere
obsessie, van dreigende drankverslaving? Wie van ons heeft nooit ervaren
dat hij gedreven werd door een macht die sterker was dan hemzelf en hem
tiranniseerde? Niemand van ons ontsnapt aan de macht van kwade geesten en
moet er soms de duimen voor leggen. Het overkomt ons allemaal dat we
erdoor onteigend worden en onszelf niet meer zijn. Niet voor niets bidden
we in elke viering tot God onze Vader dat hij ons zou verlossen van het
kwaad.
Het is niet onredelijk dat we deskundige hulp inroepen
van dokters, psychiaters en therapeuten of misschien een exorcist voor
mensen die niet meer de baas zijn in hun eigen huis, van hun lichaam of
hun geest. Maar laten we vooral niet vergeten dat we zelf uit ons geloof
een genezende kracht kunnen halen. We kunnen alvast beginnen met mensen te
helpen om zicht te krijgen op de demonen die hen in hun greep hebben en
van zichzelf vervreemden. En laten we dan eerst kijken waar we zelf door
kwade geesten worden onteigend. Het komt er dan verder op aan ons geloof
en dat van anderen in de macht van 'goede geesten' te versterken. Sterk
genoeg om ons en anderen te ontworstelen aan de kwade machten die ons
beduvelen. 'Goede geesten' zijn de krachten die aan het werk zijn waar
mensen met hun medemensen omgaan in het spoor van Jezus, onder de stuwing
van Gods heilige Geest.
Jezus heeft het gezegd toen hij begon te preken. Het
koninkrijk van God komt nabij. Geloof in het goede nieuws en bekeer u
(Marcus 1,15). Waar we God laten heersen door zijn wil te doen, worden
alle kwade machten gebroken.
J. Andersen |
| |