Als wij daar als rationeel denkende mensen over
spreken, gebruiken wij woorden die, eerder dan een ervaring uit te
drukken, verwijzen naar iets dat buiten ons bestaat en waarbij dan het
gevaar bestaat dat we vastlopen in de voorstellingen die wij er ons van
maken.
Een recent voorbeeld is wat zich de laatste maanden in
Engeland afspeelt rond het al of niet bestaan van God. Er rijden bussen
rond met de slogan: ‘God bestaat niet.' En dan, als reactie daarop, bussen
met de tegenovergestelde bewering! In zo’n discussie zou je dan evengoed
kunnen zeggen: we leven in een democratische samenleving, laten we stemmen
of God nu al dan niet bestaat. En als de meerderheid, 50 +1, beslist ‘God
bestaat niet’, dan is God weggestemd en bestaat hij niet. Dat heeft toch
geen zin. Je kunt over God niet spreken als een object of een wezen dat je
buiten jezelf plaatst, zoals de bank of de stoel die hier tegenover mij
staan. In die betekenis bestaat God niet. God is aanwezig of afwezig
naargelang je hem binnenlaat of uitsluit. Het heeft alles te maken met een
gelovig besef dat wijzelf niet aan de oorsprong staan van ons bestaan,
maar uiteindelijk gedragen worden binnen een groot geheim dat liefde is.
Op een geboortekaartje schreven ouders: ’Stel geen
vragen. Eens zal je weten dat aan de oorsprong van je leven liefde stond’.*
God heeft ons het eerst liefgehad, zegt Sint-Jan.
Als er iemand geweest is die als geen ander dit heel
bewust ervaren en beleefd heeft, is het Jezus geweest. Hij voelde zich zo
één met de Vader, dat hij Gods Zoon wordt genoemd. In zijn bevrijdend en
genezend optreden laat hij ons het gelaat zien van een God die liefde is.
En toch, juist vanwege die bewuste keuze voor de Vader en voor het welzijn
van de mens, werd hij geliquideerd en aan het kruis genageld. In een
zekere zin zou je kunnen zeggen dat liefhebben en lijden van elkaar niet
te scheiden zijn.
De mensen die je het nauwst aan het hart liggen en in
wie je het meest geïnvesteerd hebt, je kinderen of je partner, vriend of
vriendin, worden het zwaarste kruis om dragen als je moet vaststellen dat
de opvoeding of de relatie mislukt. Het doet pijn geliefde mensen te zien
wegkwijnen door tegenslag of ziekte. Niet alles lukt in het leven. Het
leven bestaat uit lukken en mislukken. En mislukkingen zijn jammer genoeg
dikwijls onze eigen schuld.
Misschien hebt u al eens de bedenking gemaakt: waarom
moet het kruisbeeld nu toch zo centraal staan in het christendom? Niet
omdat wij, christenen, het lijden verheerlijken, zeker niet. Maar omdat
wij het kruisbeeld zien als het symbool van een liefde tot het einde toe,
tot in de dood. Het kruis is het teken van de zelfgave van Jezus tot het
uiterste. Daarom kijken we op naar het kruis.
Dokter Jan Vermeire, de stichter van Poverello,
was van de kerk vervreemd tot op het moment dat hij dan toch eens de kerk
binnenliep om de pastoor een plezier te doen. De pastoor kondigde aan dat
hij ging preken over het lijden. En Jan Vermeire dacht bij zichzelf: wat
kan die man mij daarover vertellen? Ik, die als dokter zoveel mensen in
hun stervensproces heb bijgestaan? De pastoor nam een kruisbeeld en zei:
ik ga maar alleen dit zeggen: maak het enkele minuten stil en denk dat die
man uit liefde voor ons gekruisigd werd. En als in een flits voelde Jan
Vermeire zich van binnenuit gegrepen. Kort daarop trok hij naar de
Marollenwijk in Brussel en stichtte er Poverello, een tehuis waar
daklozen en arme mensen eten en onderkomen vinden.
De kracht die van het kruis uitgaat als teken van een
onvoorwaardelijke liefde is tot op vandaag een inspiratiebron waaruit
mensen troost en moed putten en tegelijk ook op een bewonderenswaardige
manier noodlijdende medemensen nabij willen zijn. Zuster Jeanne Devos die
in India werkt voor rechtszekerheid voor huisslavinnen is zo iemand. Een
moedige vrouw die opkomt voor mensen zonder stand of aanzien. Het is voor
die mensen dat Broederlijk Delen dit jaar onze steun vraagt.
Broederlijk Delen gaat dit jaar onder de slogan: ‘Tilak heeft ook
talent’, en Tilak staat voor al die mensen die uitgebuit worden en
slachtoffers zijn van onrechtvaardige structuren in de Indische
maatschappij.
*