| Preek van de week | ||
| 21 december - vierde adventszondag |
|
|
Lezingen:
2
Samuel 7,1-16
U kunt
reageren |
|||||||||
|
Geboren uit een maagd De engel Gabriël werd van Godswege gezonden naar
Nazaret, tot een maagd die verloofd was met een man die Jozef heette. De
naam van de maagd was Mirjam in het Nederlands: Maria. Waar mensen zich geroepen weten,
waar ze geloven dat God hen aanspreekt om iets bijzonders te doen, komt er
in de Bijbel een engel of meerdere engelen aan te pas. Denk aan de
geboorte van Jezus waar eerst een engel aan de herders het blijde nieuws
kenbaar maakt en dan een hele schare engelen ‘glorie aan God in den hoge’
zingt. Dat is de zin van die mysterieuze woorden, dat het kind
van Maria, zal verwekt worden uit kracht van de heilige Geest en uit
overschaduw van de Allerhoogste. De maagdelijkheid van Maria heeft niets
te maken met seksualiteit of biologie of gynaecologie. Alsof de Bijbel
daarin geïnteresseerd zou zijn of daar zelfs maar iets van zou weten. De
Bijbel is een geloofsboek en geen boek over menselijke anatomie. Het antwoord van Maria op wat de engel Gabriël haar
namens God gezegd had, is haar ‘fiat.’: ’Laat er met mij gebeuren wat u
gezegd hebt.’ Als God er is voor mij, dan ben ik er voor hem. Gabriël
geeft Maria nog een garantie. Haar nicht Elisabeth is zwanger ofschoon zij
oud en onvruchtbaar is. Want, zo zegt de engel: ’Bij God is niets
onmogelijk’, althans wat betreft het eigenlijk en uiteindelijk geluk van
mensen. God is bedacht op het heil van mensen, ook al is de situatie
schijnbaar hopeloos en is er geen uitzicht op toekomst. Daar, in dat
kleine, door de Romeinen verdrukte Palestina, in dat boerengat Nazaret,
draagt een eenvoudig jong meisje een nieuw begin. Haar kind brengt een
nieuwe toekomst. Het zijn niet de oppermachtige mannelijke potentaten
zoals keizer Augustus, Pontius Pilatus, koning Herodes, de hogepriesters
en Sadduceeën die bevrijding zullen brengen. Net als andere verhalen uit
de Bijbel, is de boodschap aan Maria, een verhaal over een God die
bevrijding wil uit onderdrukking, die gerechtigheid wil. Meer nog: die God
wil dat niet alleen, hij doet het ook via Maria en via allen die, zoals
zij, geloven in de kracht van de heilige Geest van God.
God roept en schreeuwt in mensen die het onrecht niet
pikken, die doorgaan en doorgaan, alsmaar doorgaan met protesteren, te
hoop lopen, betogen, gevangenis en foltering trotseren, brieven schrijven,
handtekeningen verzamelen. Mensen die niet zeggen: het is vechten tegen de
bierkaai, onbegonnen werk. De geschiedenis leert dat het schijnbaar
onbereikbare soms toch mogelijk wordt. De Sovjet-Unie valt uiteen. De
Berlijnse muur valt. Het Oostblok bestaat niet meer. De apartheid is
afgeschaft. Dictators delven het onderspit: Stalin en Hitler, Marcos,
Pinochet, Mobutu, Idi Amin. En op vandaag moeten wij, die geloven in Gods
kracht, het opnemen tegen de duistere, hogere machten die driekwart van de
wereldbevolking arm en onmondig houden, die door ongenaakbare structuren
uitbuiten, bewapenen en vervuilen. We moeten koppig en weerbarstig
volhouden dat er niets onmogelijk is vanuit Gods Geestkracht, vanuit een
geloof dat bergen verzet: de bergen van geld, macht, wapens en corruptie.
Vandaag wordt ons dat geloof voorgehouden in één van
ons: een meisje, Mirjam uit Nazaret die aanvaardt dat de Geest Gods haar
overschaduwt en dat uit haar het kind zal geboren worden dat Jezus genoemd
wordt, wat betekent: ‘God redt’. Maria werd geroepen om die verwachting te
dragen, dat andere leven, die nieuwe toekomst: jouw verwachting, mijn
verwachting, ons aller verwachting. Daarom is Maria de begenadigde, de
‘gezegende onder alle vrouwen’.
Rob Moens, dominicaan, Genk |
| |