Preek van de week Elke week een nieuwe preek
    
  4 januari - Openbaring afdrukken  Word-document
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

 

Lezingen:

Jesaja 60,1-6
Matteüs 2,1-12

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 

Een ouverture
 

Alleen Matteüs en Lucas hebben in hun evangelie verhalen opgenomen over Jezus' geboorte en wat er onmiddellijk aan voorafging en erop volgde. Het zijn totaal verschillende verhalen. We mogen daaruit afleiden dat ze niet behoren tot de kern en de essentie van de eerste overleveringen betreffende Jezus. Maar het evangelie zonder Kerstmis en Driekoningen? Ondenkbaar. Niemand wil die verhalen missen. We kunnen ze lezen als een ouverture die aan de opera voorafgaat en waarin de tonaliteit, de sfeer en de teneur worden aangegeven van het hele gebeuren dat daarna wordt vertolkt.

Lucas schreef een evangelie van en voor herders, een evangelie van de arme en uitgestoten mensen, van de mislukkelingen en de zondaars, mensen die zo door duisternis omringd en getekend zijn dat zij opschrikken voor het licht, maar er ook onweerstaanbaar door worden aangetrokken. Zijn evangelie is het evangelie van Gods barmhartigheid.

Matteüs schreef een evangelie van en voor wijzen uit het Oosten, een evangelie van zonderlingen en alternatieven, van anderen dan die verwacht zijn: niet het eigen volk dat zijn nieuwe koning afwijst, maar de vreemdelingen wereldwijd die wèl oog hebben voor het licht van een ster en een mensengelaat. Zijn evangelie is het evangelie van de universaliteit van Gods koninkrijk.

Kerstmis betekent: je moet God aanvaarden in je leven als de kleinste en de minste der mensen, de heel Nabije, de Naaste-als-jezelf die je weg kruist. Epifanie betekent: je moet God aanvaarden in je leven als de heel Andere, de Heilige, de Koning, als de Eerste en de Laatste van de schepping.

Het verhaal van Matteüs gaat over mensen die hun dagelijkse leven achter zich laten om op zoek te gaan naar het enige waar het op aankomt, naar ergens boven hen een vast punt waarop ze hun leven kunnen oriënteren. Ze kijken naar boven, ze zijn naïef genoeg zijn om zich te laten leiden door een geheimzinnig licht, maar ook slim en realistisch genoeg om de juiste wegen en omwegen te vinden. Ze volgen het licht van een ster die verschijnt en verdwijnt en dan weer verschijnt. Zo gaat dat in elk leven, met soms dagen zonder zin, zonder doel en dan weer dagen die nieuw perspectief openen.

Matteüs laat de zoektocht van de wijzen eindigen bij hun ontdekking van een kind waarin ze de koning herkenden die ze eer wilden bewijzen. Het kind dat ze vonden, straalt licht uit naar alle landen van de wereld, zodat mensen van verschillende kleuren, landen en talen en culturen eenstemmig en eensgezind optrekken om het te vinden en eer te bewijzen. Want dit kind behoort niet toe aan één bepaalde kerk, aan één volk, het is bestemd voor het heil van allen. Het is een arm kind, van ouders zonder aanzien, en toch groter en aanzienlijker dan alle wijzen en koningen. De woorden die het als volwassen man zal uitspreken vormen een bedreiging voor alle machtigen die menen het voor het zeggen te hebben en hun volk met ijzeren vuist regeren.

De wijzen gaven het kind drie welsprekende geschenken. Goud staat in veel culturen en religies symbool voor koninklijke macht en waardigheid. Koningen worden met goud gekroond. Priesters branden en zwaaien met wierook bij het verrichten van de eredienst. Mirre symboliseert de menselijkheid met haar beperkingen en is een medicijn voor de pijn van de menselijkheid. Toen Jezus aan het kruis hing wilden de soldaten hem wijn vermengd met mirre laten drinken waardoor hij het bewustzijn zou verliezen, maar hij weigerde bewusteloos te sterven (Marcus 15,23).

Als we de ouverture beluisterd hebben, begint het eigenlijke verhaal. Ons eigen verhaal, getoonzet op dat van de wijzen. Aan ons nu om hun wijsheid in praktijk te brengen. Aan ons om het licht van de ster die verschijnt en weer verdwijnt en dan weer verschijnt niet uit het oog te verliezen. Ze toont de weg die we moeten volgen om bij hem uit te komen in wie we onze God herkennen en aan wie we eer willen bewijzen. God geve ons dat we wijs genoeg zijn om afstand te doen van onze zucht naar goud en eer, wijs genoeg om de mirre van onze beperkingen en onze sterfelijkheid te aanvaarden, wijs genoeg om in te zien dat we God eer bewijzen door de wierook van onze liefde brandend te houden om onze naasten als beeld van God te eren.

B.J. De Clercq o.p.

Geïnspireerd door Paul Schollaert, Zondagse woorden, Lannoo, 2008, p. 261-264 en Dries Morel, Zijn verhaal is ons verhaal, Tabor Brugge, 1993, p. 163-165

 
  Prekenlijst