Preek van de week Elke week een nieuwe preek
    
  14 december - derde adventszondag afdrukken  Word-document
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

 

Lezingen:

Jesaja 61,1-2.10-11
Johannes 1,6-8.19-28

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 

Wegwijzers
 
Wegwijzers staan altijd aan de kant van de weg en wijzen weg van zichzelf. Je hebt ook mensen die wegwijzers zijn, voor medemensen die in het slop zitten, zoekende mensen. 'Kijk niet naar mij', zeggen ze, 'volg de richting die ik aanwijs. U komt er wel uit, u vindt daar wel iemand bij wie u terechtkunt.'
Johannes de Doper was zo'n wegwijzer. In die gestalte verschijnt hij in het Johannesevangelie. Zo werd hij ook door Matthias Grünewald afgebeeld op het beroemde Isenheimer altaar: met een lange wijsvinger wijzend naar de gekruisigde Jezus.

In het Johannesevangelie vernemen we niets over een boeteprediker. Dit evangelie presenteert Johannes als iemand die kwam 'getuigen van het licht'. Hij wilde zelf niet voor het voetlicht staan maar de weg tonen naar het licht dat iedere mens verlicht, naar de mens die midden onder de mensen was maar die ze niet herkenden. Ook als doper wordt Johannes naar de achtergrond geschoven. Hij doopte alleen met water, ondergeschikt aan diegene van wie hij wist dat hij kwam 'dopen met heilige Geest'. Twee van zijn leerlingen heeft hij naar hem verwezen (Johannes 1,33).

Maar verderop in het evangelie staat dat Jezus toch ook met water heeft gedoopt. De leerlingen van de Doper waren er niet over te spreken. 'Iedereen loopt achter hem aan. Overlopers!' (Johannes 3,27). In de tijd dat het evangelie werd geschreven bestond er blijkbaar ruzie en concurrentie tussen de volgelingen van Jezus en die van Johannes. 'Wij volgen de echte messias...' De evangelist doet er alles aan om alle ruzie en misverstand weg te ruimen. Jezus zelf doopte helemaal niet, dat deden alleen zijn leerlingen, schrijft hij verderop (Johannes 4,2). Hij onderstreept de ondergeschikte en voorlopige rol van Johannes. Hij laat hem zeggen dat hij kleiner moest worden en Jezus groter, dat hij niet de bruidegom was maar alleen zijn vriend die stond te luisteren en blij was dat hij zijn stem hoorde. En Jezus laat hij zeggen dat Johannes alleen de lamp was en niet het licht (Johannes 5,35).

Dopen met heilige Geest, wat is dat?* Een antwoord kunnen we vinden in de beeldende taal van de profetie van Jesaja waaruit vandaag wordt gelezen. Dopen met heilige Geest is aan armen een boodschap van hoop te brengen door het zaad van de gerechtigheid te doen ontkiemen. Het is mensen met een gebroken hart genezen, mensen die klem geraakt zijn en vastzitten vrij maken, bedrukte mensen optillen uit wat hen bedrukt en doen stralen als bruid en bruidegom op hun trouwdag. Zo heeft Jezus een begin gemaakt met de nieuwe tijd die Jesaja 'genadejaar van de Heer' noemt. Aan ons, gedoopt met heilige Geest als we zijn, om van het nieuwe kerkelijk jaar zo'n genadejaar te helpen maken.

Niemand kan op zijn levensweg wegwijzers missen. We ondervinden het al te goed wanneer we op een kruispunt van wegen niet weten welke richting we moeten inslaan en ons innerlijk kompas niet meer werkt. Het probleem is echter, vandaag meer dan ooit, dat we voor veel wegwijzers staan die met een zelfde opschrift elk een andere richting aanwijzen. Waar en bij wie halen we zekerheid dat we op de goede weg zijn en in de juiste richting lopen? Bij hen die zichzelf niet presenteren als de enige weg en zelf niet in het licht willen staan maar zelfvergeten getuigen van het licht. Voor christenen is hun kerk de wegwijzer. Ze mogen van haar verwachten dat ze die taak voor gelovigen en voor zoekende mensen goed vervult. Dat ze dus van zichzelf weg wijst, zichzelf over het hoofd ziet en zich over het hoofd laat zien. Ze zal mensen waarschuwen dat ze op een verkeerde weg zijn, maar ze mag niemand in de weg staan. En christenen mogen ook niet denken dat het Kerstkind alleen in hun kerken komt. Ze kunnen zich niet aanmatigen te bepalen voor wie het licht van de Heer wel of niet zal verschijnen.

"Maak recht de weg van de Heer", riep Johannes vanuit de woestijn.Er liggen hindernissen op onze weg door het leven. Bergen van zelfzucht, wantrouwen en vooroordeel die we moeten afgraven om toegang tot elkaar te krijgen en vooruit te kunnen gaan. Er is veel dat moet rechtgetrokken worden om elkaar de weg te kunnen wijzen. Als we ons daarop toeleggen, kan het gebeuren dat we bij anderen, of anderen bij ons, een licht doen opgaan waarin God ons rakelings nabij komt. Zijn Geest waarmee we gedoopt zijn is altijd aan het werk. Laten we er ons voor hoeden, de vermaning van Paulus aan de Tessalonicenzen indachtig, de Geest in elkaar te doven.

J. Andersen

* Deze alinea is geïnspireerd door H. Thijssen in Tijdschrift voor verkondiging, 2005, p. 384.
Inspiratie is gevonden in J. Lammers, Mijn preek is klaar (B). Eigen uitgave, 2001, p. 11-12.

 
  Prekenlijst