| Preek van de week | ||
| 14 december - derde adventszondag |
|
|
Lezingen:
Jesaja
61,1-2.10-11
U kunt
reageren |
|||||||||
|
Wegwijzers
Maar
verderop in het evangelie staat dat Jezus toch ook met water heeft
gedoopt. De leerlingen van de Doper waren er niet over te spreken.
'Iedereen loopt achter hem aan. Overlopers!' (Johannes 3,27). In de tijd
dat het evangelie werd geschreven bestond er blijkbaar ruzie en
concurrentie tussen de volgelingen van Jezus en die van Johannes. 'Wij
volgen de echte messias...' De evangelist doet er alles aan om alle ruzie
en misverstand weg te ruimen. Jezus zelf doopte helemaal niet, dat deden
alleen zijn leerlingen, schrijft hij verderop (Johannes 4,2). Hij
onderstreept de ondergeschikte en voorlopige rol van Johannes. Hij laat
hem zeggen dat hij kleiner moest worden en Jezus groter, dat hij niet de
bruidegom was maar alleen zijn vriend die stond te luisteren en blij was
dat hij zijn stem hoorde. En Jezus laat hij zeggen dat Johannes alleen de
lamp was en niet het licht (Johannes 5,35).
Dopen met
heilige Geest, wat is dat?* Een antwoord kunnen we vinden in de beeldende
taal van de profetie van Jesaja waaruit vandaag wordt gelezen. Dopen met
heilige Geest is aan armen een boodschap van hoop te brengen door het zaad
van de gerechtigheid te doen ontkiemen. Het is mensen met een gebroken
hart genezen, mensen die klem geraakt zijn en vastzitten vrij maken,
bedrukte mensen optillen uit wat hen bedrukt en doen stralen als bruid en
bruidegom op hun trouwdag. Zo heeft Jezus een begin gemaakt met de nieuwe
tijd die Jesaja 'genadejaar van de Heer' noemt. Aan ons, gedoopt met
heilige Geest als we zijn, om van het nieuwe kerkelijk jaar zo'n
genadejaar te helpen maken.
Niemand
kan op zijn levensweg wegwijzers missen. We ondervinden het al te goed
wanneer we op een kruispunt van wegen niet weten welke richting we moeten
inslaan en ons innerlijk kompas niet meer werkt. Het probleem is echter,
vandaag meer dan ooit, dat we voor veel wegwijzers staan die met een
zelfde opschrift elk een andere richting aanwijzen. Waar en bij wie halen
we zekerheid dat we op de goede weg zijn en in de juiste richting lopen?
Bij hen die zichzelf niet presenteren als de enige weg en zelf niet in het
licht willen staan maar zelfvergeten getuigen van het licht. Voor
christenen is hun kerk de wegwijzer. Ze mogen van haar verwachten dat ze
die taak voor gelovigen en voor zoekende mensen goed vervult. Dat ze dus
van zichzelf weg wijst, zichzelf over het hoofd ziet en zich over het
hoofd laat zien. Ze zal mensen waarschuwen dat ze op een verkeerde weg
zijn, maar ze mag niemand in de weg staan. En christenen mogen ook niet
denken dat het Kerstkind alleen in hun kerken komt. Ze kunnen zich niet
aanmatigen te bepalen voor wie het licht van de Heer wel of niet zal
verschijnen.
"Maak
recht de weg van de Heer", riep Johannes vanuit de woestijn.Er liggen
hindernissen op onze weg door het leven. Bergen van zelfzucht, wantrouwen
en vooroordeel die we moeten afgraven om toegang tot elkaar te krijgen en
vooruit te kunnen gaan. Er is veel dat moet rechtgetrokken worden om
elkaar de weg te kunnen wijzen. Als we ons daarop toeleggen, kan het
gebeuren dat we bij anderen, of anderen bij ons, een licht doen opgaan
waarin God ons rakelings nabij komt. Zijn Geest waarmee we gedoopt zijn is
altijd aan het werk. Laten we er ons voor hoeden, de vermaning van Paulus
aan de Tessalonicenzen indachtig, de Geest in elkaar te doven.
J. Andersen
* Deze
alinea is geïnspireerd door H.
Thijssen in Tijdschrift voor verkondiging, 2005, p. 384. |
| |