| Preek van de week |
|
|
||
| 16 augustus - twintigste zondag |
|
|
Lezingen:
Spreuken 9,1-6
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
|||||||||
|
Hij is het helemaal! Kijk hoe de liefde het leven vult met symboliek. Hoe
alles verandert onder de ogen van de liefde. Gewoon papier wordt een
liefdesbrief. De verre geliefde komt nabij, helemaal aanwezig. Met heel
zijn wezen. Hij raakt het hart van zijn vrouw. Hij vervult ook haar hele
wezen. Er wordt 'verslonden', gejuicht, gelachen, gekust. De
brief wordt bewaard als een kostbaar geschenk. Hij betekent zo
veel, hij is symbool van de liefde van deze twee mensen, van hun
concrete liefdesgeschiedenis.
Christelijke gehuwden leven door deze
symboolactiviteit sacramenteel, ze zijn voor elkaar sacrament: heilig
teken.
Ook de eucharistie is een sacrament, ze ligt in de
lijn van deze menselijke symboolactiviteit, van deze sacramentaliteit.
Maar nu gaat het om Jezus, de verrezen messias. Hij, de onzichtbare
Jezus, is 'helemaal' en reëel aanwezig in de eucharistie. Maar ook
altijd sacramenteel. Brood en wijn veranderen in zijn lichaam en
bloed, althans voor wie met hem verbonden leeft in gelovige liefde. Voor
wie niet gelooft, heeft de eucharistie geen betekenis .
Zo komen we los van bepaalde vertekeningen en
ridicule opvattingen die wel met hocus-pocus en magie, maar niets met
eucharistie te maken hebben. Zo vroeg men zich destijds af wat er
gebeurde met het eucharistisch brood indien muizen binnendrongen in het
tabernakel in een of andere kapel in het oerwoud. Of wat er
gebeurde indien een priester de consecratie woorden zou uitspreken
staande voor het raam van een bakkerswinkel. Er was de film Le
Défroqué, waarin een uitgetreden priester een pasgewijde een loer
wou draaien, en tijdens een receptie een emmer wijn zogenaamd 'consacreerde'.
Daarover discussiëren priesters gelukkig niet meer. De eucharistie is
een zinvol sacramenteel gebeuren dat teruggaat op het laatste avondmaal
van Jezus Christus, en geen abracadabra.
Brood uit de hemel
De evangelist Johannes verkondigt dat de messias is
verschenen in Jezus. Men verwachtte dat de messias het nieuwe manna zou
brengen. Hij zou het laten neerdalen bij het Paschafeest. Johannes zegt:
Jezus is het nieuwe manna. Hij zelf. Gods lieveling en vertrouweling. De
belichaming van Gods woord. 'Het woord is vlees geworden.'
Het eerste manna was vergankelijk. Het nieuwe manna
geeft eeuwig leven. Want Jezus is de verrezen messias. Wie met hem
verbonden leeft, heeft deel aan het eeuwig leven. Jezus is het brood uit
de hemel. Hemel is anti-woestijn. Daar waar geen woestenij is, maar
volheid van leven. De echte levensbron! Van daaruit komt alles wat we
nodig hebben om onze levenswoestijn door te komen. Wij, woestijngangers,
hebben Jezus broodnodig.
Brood is iets heiligs, zoals het leven zelf. Vroeger
tekenden onze moeders met het mes een zegenend kruis over het nieuwe aan
te snijden brood. Brood is gave van God. Gave om te leven. Alleen door
brood kunnen we voedzaam leven. Ouders geven hun kinderen dit brood. Ze
geven hun leven voor hun kinderen. En kinderen eten het leven van hun
ouders. Dat uit zich in samen eten en drinken. In het restaurant wordt
gekookt met gas of elektriciteit. In het gezin wordt gekookt met liefde.
De spijzen die op tafel komen, zijn daarom offerspijzen. Er zit zoveel
opoffering achter. Het samen eten in tafelgemeenschap is niet alleen
maagvulling, maar evenzeer vervulling van het hart. Ouders en kinderen
voeden zich aan elkaars liefde.
Voor Johannes en de christenen van zijn gemeente is
Jezus op onovertroffen wijze het levensbrood. Jezus is het brood, het
voedsel dat het echte eeuwige leven van verbondenheid met God voedt.
Zonder Jezus kunnen we niet echt leven. Hij zelf kon ook niet leven
zonder de spijs van 'de wil van de Vader' (Johannes 4,34). Jezus wil ons
opnemen in de eeuwige onverwoestbare intimiteit van zijn eigen leven met
de Vader.
Dan zijn wij, mensen, zoveel meer dan anonieme
schakeltjes in een biologische reeks getekend door noodlot en dood. De
eucharistie maakt ons zichtbaar en tastbaar tot 'kinderen van de Vader'.
Want het is de Vader die ons Jezus geeft als levensbrood.
Tafelgemeenschap
Een maaltijd is vanouds teken van eenheid en verbond.
Ook het eerste verbond van God met zijn mensen werd met een maaltijd
besloten. Mozes en Aäron en zeventig oudsten van Israël stijgen op naar
de berg, aanschouwen God, en eten en drinken (Exodus 24,11). God en zijn
mensen samen aan tafel.
Nu is er het nieuwe verbond door het bruiloftsmaal
met Jezus. De maaltijdverha1en uit de evangeliën wijzen al op dit nieuwe
verbond. Alle gangbare conventies worden op hun kop gezet. Jezus 'eet en
drinkt' met zondaars en tollenaars. Hij zit aan tafel uit solidariteit
met allen die buitengesloten zijn. In Jezus verzoent God zich met
zondaars. Het laatste avondmaal was geen galgenmaal, maar een
liefdesmaal. En de eucharistische maaltijd is bij uitstek een teken van
liefdevolle verzoening.
‘Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt…’ Het klinkt
hard en cru. (De Nieuwe Bijbelvertaling vervangt ‘vlees’ door ‘lichaam’,
maar dat is een verraad aan de oorspronkelijke tekst.) Ik herinner me
nog dat rabiate atheïstische antiklerikalen spottend schreven dat wij,
katholieken, kannibalen zijn. We horen het in het evangelie ook de Joden
zeggen: 'Dat kan toch niet dat hij ons zijn vlees te eten zal geven!'
Het woord 'vlees' ( en ‘lichaam’) zet ons op het verkeerde spoor. Want
dan denken we aan vlees van de slager. Maar ‘vlees’ moeten we in de
Hebreeuwse zin van het woord verstaan: de hele mens in
zijn doen en laten. De hele levensgeschiedenis van een mens. Als er
staat: 'Het brood dat ik zal geven is mijn vlees ten dienste van het
leven van de wereld' betekent dit: Ik, Jezus, het nieuwe manna, stel
mijn gehele menselijke bestaan ten dienste van het leven van de mensheid'.
Mijn gehele leven geef ik prijs uit liefde voor de mensheid.
Wanneer de priester bij de consecratie het gebroken brood in de hoogte
steekt, kunnen we zeggen: 'Hij is het helemaal!', gebroken, gegeven,
geofferd voor ons.
De kruisdood verteren
En dan moeten wij hem ook helemaal volgen. Dat
was het punt voor de Joden. Ze namen aanstoot aan de kruisdood. Een
messias die zichzelf wegschenkt tot in de kruisdood, dat kan toch niet!
'Vlees eten en bloed drinken' verwijst naar de kruisdood als offerdood,
als martelaarsdood. Dat juist konden de joden niet verteren. Johannes
ziet Jezus als het geslachte paaslam. Vlees en bloed verwijzen ook
naar de offerceremonies waarbij het vlees gegeten wordt en het bloed
vergoten. Die gruwelijke offerdood is niet te harden.- Dat is inderdaad
moeilijk te verteren. Jezus' vlees eten en zijn bloed drinken is bereid
zijn in dat nieuwe verbond te treden. Bereid zijn tot participatie.
Eucharistie vieren is communio met een geëxcommuniceerde aan het
kruis. Deelname aan de eucharistie is een riskante keuze. Denk maar aan
bisschop Oscar Romero, die aan het altaar vermoord werd omdat hij, zoals
Jezus, zijn leven gaf voor arme verdrukten, tegen de doodseskaders in.
Wie aan de eucharistie deelneemt, is bereid zijn leven als brood te
breken en te delen, en het te geven tot bloedens toe.
Toon Hermans dichtte het eenvoudig:
U bent geven
U bent leven
Rob Moens o.p.
Een eerdere versie van deze preek is verschen in het tijdschrift
Kerugma 1999-2000, p. 107-111.
|
| |