| Preek van de week | ||
| 1 maart - eerste vastenzondag |
|
|
Lezingen:
Genesis 9,8-15
U kunt
reageren
|
|||||||||
|
Herschepping
'Nooit meer oorlog' staat er in grote letters in vier
talen op elke zijde van de IJzertoren in Diksmuide. Een plechtige
intentieverklaring, maar er is nog niet veel van in huis gekomen. In vroeger tijden hadden de mensen geen natuurlijke
verklaring voor het verschijnsel van de regenboog. Ze zagen er iets
goddelijks in. In de Noorse mythologie van de Edda is hij de brug waarover
de goden naar de aarde afdalen. Voor de Indianen van Centraal-Amerika was
hij de weg van de doden naar de eeuwige jachtvelden. In Hindoe-mythen is
hij de boog van oorlogsgoden. Alleen in de Bijbel verschijnt de regenboog
als verbond tussen hemel en aarde. In een visioen van Ezechiël (1,26-28)
en van het Boek der Openbaringen (4,3) verschijnt een lichtende gloed als
een regenboog rond de troon van Gods heerlijkheid.
Volgens het Genesisverhaal is God begonnen met zichzelf
een belofte te doen. Als ik wil dat het leven op aarde nooit meer gedood
wordt, dacht hij bij zichzelf, kan ik niet rekenen op de mensen. Alles wat
ze van jongs af uitdenken is nu eenmaal slecht. Ik zal er zelf voor moeten
zorgen. En hij beloofde: "Zolang de aarde bestaat, zal er een tijd zijn om
te zaaien en een tijd om te oogsten, zal er koude zijn en hitte, zomer en
winter, dag en nacht - nooit komt daar een einde aan" (Genesis 8,22).
Vóór hij het verbond met Noach sloot, herhaalde God de
zegen die hij bij de schepping had uitgesproken (Genesis 1,28). 'Wees
vruchtbaar en wordt talrijk, bevolk de aarde.' Het verbond was een
herschepping. Haar voortbestaan zal niet afhangen van het beheren en
bewaren van de mensen. God zelf staat voor het voortbestaan in. De
regenboog is er het teken en de waarborg van. Het zijn niet de mensen die
aan Gods belofte moeten denken als ze hem zien. God zei: "Als ik de boog
in de hemel zie verschijnen, zal ik denken aan het eeuwigdurende
verbond", niet alleen met de mensen maar met "al wat op aarde leeft"
(Genesis 9,16).
Er bestaat een mooie fabel die vertelt hoe de kleuren
van de wereld met elkaar een verhitte discussie kregen over wie de
belangrijkste was. Opeens was er een lichtende felle flits en rolde de
donder. Boven het geluid van de donder klonk de stem van de regen helder
en luid. Domme kleuren, houdt toch op met elkaar te bevechten. Weten
jullie dan niet dat jullie er zijn voor een speciaal en uniek doel? Geef
elkaar de hand en kom naar mij toe. De kleuren maakten een halve kring met
elkaar. Toen zei de regen: als het regent en de zon speelt erop in, zal
ieder van jullie van nu af aan door de lucht gaan en samen zullen jullie
één grote boog van kleuren vormen, als herinnering. Zo kunnen jullie
allemaal in vrede leven. Want de regenboog is een teken van vergeving en
hoop voor de toekomst.
Zedenles van de fabel: iedere keer als een fikse
regenbui de wereld weer gewassen heeft en de regenboog weer verschijnt,
moeten we ons herinneren dat we kunnen leren de ander te aanvaarden, te
waarderen en respecteren.*
Nu nog kort een verbinding met het evangelie. "Hij werd
door de satan op de proef gesteld", schrijft de evangelist over Jezus in
de woestijn. En "hij leefde er te midden van de wilde dieren, en engelen
zorgden voor hem". Korter kan het niet. De evangelist prikkelt de
verbeelding van zijn lezers.
Stonden de wilde dieren aan de kant van de satan, om de
beproeving kracht bij te zetten? We kunnen ons ook inbeelden dat de
woestijn waarin Jezus verbleef de herschapen wereld was waarin de mensen
in harmonie met de dieren leven en door engelen worden gediend. En welke
proef moest Jezus doorstaan? We kunnen ons inbeelden dat de satan zei:
vergeet de idealen van je jeugd, vergeet je roeping. Je zult eraan ten
onder gaan. De mensen luisteren niet of verstaan je opzettelijk verkeerd.
Zorg dat het je zelf goed gaat, dat is het enige wat telt. Misschien heeft
die verleiding Jezus' hele leven geduurd. Maar hij heeft er nooit aan
toegegeven. Door de trouw aan zijn Vader heeft hij de wereld uit het kwaad
gered. De soldaat die Jezus zag sterven, heeft het gezien: "Werkelijk,
deze mens was Gods Zoon" (Marcus 15,39).
'Je bent een engel', zeggen we tegen iemand die ons
geholpen heeft en van dienst is geweest. Een engel is een boodschapper van
God. Hij of zij laat ons door zijn of haar dienst vanwege God weten dat
hij met ons begaan is. Veertig dagen lang gaan we de woestijn van de
vasten in, op weg naar Pasen. Toen Jezus uit de woestijn kwam zei hij: "De
tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij." We moeten ons wel
bekeren om in dit goede nieuws te kunnen geloven en het wat ons betreft
waar te kunnen maken. Het nieuws van een herschapen wereld als God komt
heersen.
* J. Andersen |
| |