Preek van de week Elke week een nieuwe preek
    
  30 november - eerste adventszondag afdrukken  Word-document
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

 

Lezingen:

Jesaja 63,16-19.64,3-7
Marcus 13,33-37

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 

De gunstige tijd

Geen enkele bank zal het nog wagen haar diensten aan te prijzen met de belofte 'bij ons wordt u slapend rijk'. Klanten van een aantal banken zijn de jongste tijd plots wakker geschud door het nieuws dat ze veel armer waren geworden. Andere zijn wakker en waakzaam gebleven, ze hebben het cruciale ogenblik onderkend waarop ze voor hun spaarcenten of aandelen een beter onderkomen konden vinden. Waakzaam moet je niet alleen zijn op het moment waarop je geld op het spel staat. Er staan in het leven nog andere en belangrijker dingen op het spel.
Christenen zijn waakzame mensen bij uitstek, of zouden het moeten zijn. Dat lezen we op veel plaatsen in het evangelie, ook in het evangelie van deze zondag.

'Daar lig ik niet van wakker', zei iemand in mijn gespreksgroep toen we het hadden over geldzorgen. Iemand anders: 'Slik je misschien slaappillen? Anders kan ik je niet geloven.' Er ontspon zich een levendige discussie over de slaapproblemen van zeer veel mensen, over de vele soorten zorgen en angsten die hen wakker houden. Misschien zouden ze veel geruster slapen, zei men, als ze minder met zichzelf zouden inzitten. Maar we mogen ons ook niet in slaap laten wiegen. Welke zorgen moeten ons dan wel wakker houden?

De waarschuwing van het evangelie dat we waakzaam moeten zijn valt zeker vandaag niet in dovemansoren. Onze waakzaamheid wordt aangescherpt door angst voor verdachte vreemdelingen, voor inbrekers en dieven. We willen meer blauw op straat. Ouders laten zich leiden door een waakzame onrust dat hun kinderen iets overkomt. En jonge ouders spitsen hun oren op hun babyfoon.

Maar dat is natuurlijk niet een door de evangelische waarschuwing ingegeven waakzaamheid. Er zit wel een zekere dreiging in de parabel over de man die onverwacht van zijn reis kon terugkeren en van zijn knechten rekenschap over hun beheer van zijn huis en goed zou vragen. Pas op, jullie weten niet wanneer hij terugkeert. Zorg dat hij jullie bij zijn thuiskomt niet slapend aantreft, want dan geeft hij er jullie flink van langs. Die heer staat symbool voor Christus die ooit zal 'terugkeren om te oordelen de levenden en de doden'. Moeten we ons niet wakker houden door de vrees voor het 'laatste oordeel'? Maar Christus is al lang geleden gekomen, we herdenken het elk jaar opnieuw als we Kerstmis vieren. We bereiden er ons op voor in de advent die we een 'tijd van verwachting' noemen. Die verwachting is niet ingegeven door vrees, maar door hoop. Niet de hoop dat hij nog eens zal komen, maar een hoop die gespannen staat op de gunstige momenten om zelf het onze bij te dragen tot het rijk van vrede en gerechtigheid dat hij heeft ingesteld.

Daar moeten we in het evangelie de voornaamste klemtoon op leggen. 'Pas op, jullie weten niet wanneer het ogenblik komt, de kans, de gelegenheid voor beslissingen van levensbelang.' Wees waakzaam, laat het gunstig moment niet ongemerkt aan jullie voorbijgaan. Let op de tekenen van de gunstige tijd. Let op de vijgenboom: als zijn takken uitlopen en in blad schieten weet je dat de zomer in aantocht is (Marcus 13,28). Er zijn mensen die de tekenen niet willen herkennen. "De aanblik van de aarde en de hemel kunnen jullie duiden, hoe kan het dan dat jullie deze tijd niet kunnen duiden? (Lucas 12,56). Maar we moeten ook letten op de tekenen van dreiging en op het gunstig moment om ze af te weren. "Wees op uw hoede, want uw vijand, de duivel, zwerft rond als een brullende leeuw op zoek naar een prooi" (1 Petrus 5,8)*.

De hymne die de hele advent begeleidt is ge´nspireerd door het gebed van Jesaja dat we vandaag lezen: Rorate coeli. Het is een bekentenis van zonde en schuld. "Wij vallen neer als zieke zomerblaren. Ja, wij zijn verstrooid geraakt en door de winden opgejaagd. Gij moet ons redden, Heer, uit de verlorenheid..." (vertaling J. Yperman). En het titelvers dat telkens herhaald wordt. 'Scheur toch de hemel open, laat de regen van uw genade neervallen.'

De advent is een gunstige tijd. De tijd waarvan Paulus zegt dat we hem moeten herkennen als het moment om uit de slaap te ontwaken en ons te omgorden met de wapens van het licht. Heil en redding zijn ons nu meer nabij dan toen we tot het geloof kwamen (Romeinen 13,11-14; wordt gelezen op de 1ste adventszondag van het A-jaar). Het licht van de eerste adventskaars is al aan het branden.

Het kerkelijk nieuwjaar dat vandaag begint is als een ouverture die de toon voor het hele jaar aangeeft. 'Advent' kunnen we letterlijk verstaan: datgene wat naar ons toe komt. In die letterlijke zin van het woord is het hele jaar een tijd van advent. Een tijd om waakzaam te letten op de tekenen dat Gods koninkrijk onder ons nog altijd verder aan het komen is en op het gunstig moment om er zelf toe bij te dragen.
Het is niet zo makkelijk om in onze kerk vandaag hoopgevende signalen te bespeuren. Maar er zijn er wel degelijk. Als we ons niet moedeloos in slaap laten wiegen, als we onze wakkere aandacht erop spitsen, zullen we ze zien en erop inspelen.

* Deze waarschuwing wordt voorgelezen in de Completen, het monastieke avondgebed.

Inspiratie is gevonden in Tot zo ver deze lezing (B-jaar). Gooi & Sticht 1996, p. 19-22.

B.J. De Clercq o.p.

 
  Prekenlijst