| Preek van de week |
|
|
||
| 2 augustus - achttiende zondag |
|
|
Lezingen:
Exodus 16,2-15
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
|||||||||
|
Voedsel voor het eeuwig leven Deze uitspraak van Jezus is een van de moeilijkste passages uit de vier evangeliën – wellicht omdat ze de kern uitdrukt van de boodschap van Jezus en van het christelijk geloof. Als je deze tekst begrijpt en kunt onderschrijven; als je hem met heel je wezen kunt aannemen en aanvaarden – niet enkel met je verstand, maar ook met je gevoelens, je intuïtie, je gevoelsleven en je geweten; als je bereid bent hem te integreren in je manier van leven; als je hem aanvaardt als een leidraad voor je leven en bereid bent er je leven op te bouwen; als je je erdoor wilt laten inspireren in je omgang met je medemensen; kortom: als je Jezus beschouwt als het brood voor het leven, ... dan mag je jezelf een van zijn volgelingen noemen: een gelovige, een christen. Maar dat is wel geen gemakkelijke opdracht, zo blijkt uit
het gesprek dat Jezus voert met de mensen die hij te eten had gegeven. " Als ik jullie te eten gaf, dan wilde ik daarmee een teken
stellen – met name: dat er naast het gewone voedsel zoiets bestaat als 'geestelijk
voedsel': voedsel 'ten eeuwigen leven'. "Jamaar, wélke werken moeten wij dan verrichten? Wát
precies moeten wij dan doen?"
"Jullie moeten geloven in mij, want ik ben degene, die
God gezonden heeft".
"Maar aan welke tekenen kunnen wij zien dat wij in U
moeten geloven? Wat doét U eigenlijk? Onze voorouders kregen van Mozes
tenminste nog écht voedsel toen God het manna liet regenen in de woestijn!
Maar U, wat geeft U ons te eten?"
"Maar mensen toch! Wat kunnen jullie toch dom zijn! Wat
Mozes jullie voorouders gaf, dat was geen hemels brood. Het léék alleen maar
uit de hemel te komen. Dat manna diende enkel en alleen maar om jullie buik
te vullen en jullie honger te stillen. Het échte brood wordt door God (mijn
Vader!) gegeven. Het brengt de wereld tot leven en houdt hem in leven".
"Als dat zo zit, beste Jezus, geef ons dan altíjd maar
van dat hemels brood!"
"Maar... maar..., lieve mensen, hebben jullie dan zelfs
nú nog niet door dat ik in beelden spreek? Ik ben niet gekomen om jullie
lichamelijke honger te stillen. Ik ben toch geen bakker en ook niet de
directeur van de voedselbank!
Ik noem me trots en met recht en reden het brood des
levens omdat ik jullie de diepste grond van het leven wil laten ontdekken en
ervaren: het fundament waarop jullie bestaan gegrondvest is. Als jullie mijn
boodschap willen beluisteren en als jullie bereid zijn je visie op de wereld
en op het leven te laten kleuren door mijn boodschap, dan zullen jullie
ontdekken dat ook jullie leven zin kan krijgen: door in mijn voetspoor te
treden, door te leven, mij achterna, door te geloven in mijn visie op de
wereld, in mijn manier van leven, kortom: in mij. En ook al mag die
uitnodiging om in mij te geloven jullie nogal verwaand in de oren klinken,
toch mag (ja, moét) ik ze in mijn b Wie op die uitnodiging van mij ingaat, wie die sprong
waagt, wie het risico wil aangaan als gelovige mens te leven, die zal
ontdekken dat alles (de volledige schepping, de hele geschiedenis, mijn
eigen leven en ook dat van jullie en je medemensen) een gave, een geschenk
is van God. Hij zal bovendien een antwoord krijgen op zijn vraag naar de zin
van het leven. Gaandeweg zal hij ontdekken en almaar duidelijker en intenser
ervaren dat het leven van een mens zinvol is als het zich inschakelt in Gods
geschiedenis van trouw en bevrijding en als het zich inspireert op de manier
waarop ook ik mijn leven probeer uit te bouwen: opkomen voor de minsten,
houden van de mensen (zelfs van je vijanden), je leven breken en delen als
brood en uiteindelijk, mocht het ooit zover komen, zelfs op het kruis tot de
laatste snik blijven geloven dat het leven sterker is dan de dood.
Als ik dus zeg dat al wie tot mij komt geen honger meer
zal hebben en dat al wie in mij gelooft nooit meer dorst zal krijgen, dan
denk ik dat jullie er in het diepste van jullie hart nu wel van overtuigd
zijn en dus 'geloven' dat ik daarmee éigenlijk wil zeggen: wie in mij
gelooft, die zal gelukkig zijn. Hij mag zichzelf immers in de ogen zien
omdat hij eerlijk probeert te leven, omdat hij een naaste wil zijn voor zijn
medemens en omdat hij inziet welke weg hij moet bewandelen om te komen tot
een leven dat, samen met het mijne, uiteindelijk zijn voltooiing zal vinden
bij God zelf".
Jos Smeets, o.p. |
| |