Preek van de week Elke week een nieuwe preek
     
  26 juli - zeventiende zondag afdrukken  Word-document
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

 

Lezingen:

2 Koningen 4,42-44
Johannes 6,1-15

Wenst u de preken thuis in uw elektronische postbus te ontvangen?
U kunt intekenen op onze
verzendlijst
.

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 

Het teken van de brooduitdeling
 

Jezus trok het gebergte in en ging daar zitten met zijn leerlingen... Toen Hij zijn ogen opsloeg, zag hij dat een massa mensen naar Hem toestroomde."
Het lijkt wel dat Jezus zich met zijn leerlingen rustig wilde terugtrekken... en dan heel 'toevallig' merkte dat er nog 5.000 mensen achter hem aanliepen. Een wat rare formulering. Maar de evangelist is wel duidelijk waarom die 5.000 Jezus gevolgd zijn: "Omdat [en let op het woordgebruik] ze de tekenen gezien hadden die hij aan de zieken verrichtte." Na de broodvermenigvuldiging komt datzelfde woord terug: "Bij het zien van het teken dat Jezus verricht had, zeiden de mensen..." Zieken genezen, brood vermenigvuldigen zijn dus 'tekenen'. 'Teken' is het sleutelwoord in deze tekst. Johannes geeft ermee aan hoe je tegen de wonderdaden van Jezus moet aankijken.

Een teken is een aanwijzing. Een wegwijzer bv. is een teken dat aangeeft welke richting je moet inslaan om te komen bij de plaats die je zoekt. Dat teken is nodig omdat, wat aangewezen wordt, nog niet zichtbaar is. Een bordje met 'bushalte' langs de weg is ook zo'n teken: als je daar blijf wachten, dan komt daar de bus die je hebben moet. Op zich heeft dat bordje nauwelijks betekenis: hoe het eruit ziet, wanneer of door wie het geplaatst werd, is totaal onbelangrijk. Het enig belangrijke aan dat bordje is de link met de autobus. Dat bord, die wegwijzer is slechts relevant als teken, als verwijzing, als instrument van bemiddeling tussen wat nog verborgen is of nog niet zichtbaar, en de mens die ernaar op zoek is.

Als Jezus over zichzelf praat, dan klinkt dat vaak alsof ook hij een teken is: "Wie mij ziet, ziet de Vader"; wie mij met de juiste ogen aankijkt, wie kijkt in de richting die ik aanwijs, komt bij de Vader uit. Als Jezus een wonder doet - zegt Johannes - dan is ook dat een teken, een richtingwijzer hoe je naar de Vader op weg moet gaan. Andere overwegingen i.v.m. 'wonderen' zijn nauwelijks of niet ter zake.

Terug naar de broodvermenigvuldiging. Zo noemen wíj dit verhaal gemakshalve, maar in de tekst staat dat woord niet. Er staat nergens dat Jezus van vijf gerstebroden er vijfduizend heeft gemaakt. Er is wel sprake van 'delen' (v. 11). Dat is wat anders dan vermenigvuldigen!

De vier evangelisten vertellen in totaal zes keer dit verhaal. Geen van de zes vertelt duidelijk wat daar op die berg precies gebeurd is. Het begint telkens met enkele broden en wat vis; Jezus neemt ze aan, dankt de Vader ervoor, deelt ze uit of laat ze uitdelen. En telkens eindigt het met manden vol broodoverschot. Wat tussen dat begin en het einde is gebeurd, blijft onvermeld. Daarvan kunnen we ons dus vrij een eigen voorstelling maken. Het wat en het hoe van een wonder doet immers niet echt ter zake... Behalve op één punt: het wonder moet een teken zijn; er moet uit blijken dat Jezus de mensen van toen - en ook van nu - een aanwijzing geeft welke richting ze uitmoeten met onze wereld, de richting namelijk die zijn Vader gedroomd heeft toen Die de mens schiep naar zijn beeld en gelijkenis, en die mens aanstelde tot beheerder van de schepping. Op voorwaarde dat dit tekenkarakter gegarandeerd is, zijn we dus vrij om zelf in te vullen wat er met dat brood zoal kan gebeurd zijn.

Wat mij betreft, stel ik mij de gang van zaken als volgt voor.

Vijfduizend mensen zijn Jezus achterna gelopen. Een aantal zonder proviand; anderen hadden wel hun knapzak bij, voor zichzelf of voor hun gezin; maar niet berekend op de lege magen van andere meelopers.

En dan is er die indrukwekkende Jezusfiguur. Hij spreekt over de komst van het Rijk Gods onder de mensen.

Een van de toehoorders heeft zin om iets te eten. Omkijkend ziet hij een man onderdrukt geeuwen - die heeft blijkbaar ook honger. Hij besefte plots dat het brood in zijn knapzak eigenlijk voor hen beiden bestemd is. Een wat ongemakkelijke gedachte: moet hij die man een boterham aanbieden of niet? Zover komt het niet; integendeel, ook voor zichzelf durft hij niet iets uit zijn knapzak halen.

Toen er gevraagd werd wie er eten bij zich had, gaf hij zijn brood door tot bij Jezus. Die nam het aan en sprak een dankgebed uit. Toen Hij het brood brak, begon iedereen het brood dat hij bij zich had te breken en te delen met wie geen had. En dan kan het best dat op het eind, toen iedereen voldaan was en er opgeruimd werd, elke apostel met een volle mand overschot kwam aanzetten.

De moraal van het verhaal wordt dan: In Jezus' tegenwoordigheid kan een groep individuen omgevormd worden tot een gemeenschap. In zijn tegenwoordigheid kunnen wij omgevormd worden tot, wat genoemd wordt, 'volk van God'. Het brood, dat wij 'als kinderen van dezelfde Vader' breken, kan onder onze handen vermeerderen: het weinige dat vanuit een goed hart gedeeld wordt, kan velen redden van de honger. Als dat geen wonder is.

Misschien vindt u dat ik het bovennatuurlijke van de brooduitdeling teveel heb weggeredeneerd. Geen probleem. 'Wat er precies zou kunnen gebeurd zijn' mag u rustig naar eigen goeddunken invullen. Alleen mag u niet vergeten dat, wat wij een 'wonder' noemen, niets met toverij te maken heeft, dat onze evangelist het woord 'wonder' zelfs niet in de mond neemt, en dat hij het enkel heeft over 'tekenen' die Jezus deed.

Zich fixeren op het onverklaarbare of het buitengewone van het gebeuren, houdt overigens het risico van misverstaan in. Dat overkwam die massa die het destijds aan de lijve had meegemaakt. Van wat ze gezien hadden, waren ze zeer onder de indruk. Zo iemand laat je niet zomaar gaan. Die zal ook andere problemen in een handomdraai kunnen oplossen. Die zal ook op andere terreinen menselijke verhoudingen ten goede kunnen keren. Zo'n man wilden ze als koning, een koning die voor hen Gods hemel op aarde zou realiseren.

Ze hadden het teken niet begrepen. Ze hadden niet begrepen dat "uw Rijk kome, uw wil geschiede op aarde als in de hemel" geen koningszaak is maar een zaak van allen: samen Gods goedheid vermenigvuldigen door voor elkaar delende mensen te zijn.

En toen de menigte zich van hem wilde meester maken om hem tot koning uit te roepen, besefte Jezus dat tegen hun fanatiek enthousiasme geen kruid gewassen was. Hij trok zich dus terug, geheel alleen, dieper het gebergte in. Morgen, zo dacht hij, als een en ander bekoeld is, zal ik het teken van de brooduitdeling nog eens uitvoerig uitleggen. Misschien lukt het me alsnog om hun dat misverstand over dat koningschap uit het hoofd te praten.

En hoe het Jezus 's anderendaags verging, dat verneemt u in de evangelielezing van volgende week.

Marc Christiaens o.p. (Schilde)

Inspiratiebron: Jörg Zink, Er is nog hoop. Hilversum, Gooi en Sticht, 1981², blz. 49-67 

 
  Prekenlijst