| Preek van de week |
| 20 maart - Witte Donderdag |
|
|
Lezingen:
Exodus 12,1-8.11-14
U kunt
reageren |
||||||||
|
Zijn testament Afscheid nemen is een wezenlijk element, inherent aan
elk menselijk bestaan. Een onontkoombare realiteit waarmee elke mens vroeg
of laat geconfronteerd wordt. De levenscyclus zelf impliceert tal van
momenten van afscheid nemen. En om het spoor en de richting van onze
levensweg niet kwijt te raken moeten we met die realiteit in het reine
komen. "Op de avond voor zijn sterven nam Jezus brood...":
we zijn vertrouwd met deze woorden. Omdat er een leven in het geding is,
zijn het woorden vol geladenheid. Want ze werden uitgesproken op een avond
van leven en dood.
Jezus was zo vol van de zaak van God - bevrijding en
gerechtigheid van en voor de mensen - dat het net zich nu rond hem ging
sluiten. In uiterst geladen omstandigheden vindt het laatste avondmaal
plaats.
Dit samenzijn krijgt op een drievoudige manier een
bijzondere betekenis.
Allereerst is er het gegeven dat zij samen het Pascha
vieren in herinnering aan de nacht v Ten tweede is er bij dit afscheid het bijzonder en voor
Jezus’ leerlingen onthutsende gebaar van de voetwassing. Het drukte - in
het zicht van zijn dood - uit wie Jezus werkelijk was en waar het hem bij
wijze van testament om te doen was. Maar het afscheidsgebaar van de
voetwassing sprak niet zo maar voor zich, gezien het hevig protest van
Petrus. " Begrijpen jullie wat Ik gedaan heb?" Die vraag wordt op deze
avond eveneens aan ons gericht: beseffen we voldoende de consequenties van
het testament dat Jezus heeft nagelaten?
Ten derde zijn er bij Jezus’ nalatenschap de tekenen
van brood en wijn. Brood en beker waren Jezus’ veelbetekenende
afscheidsgeschenk dat voor wie zijn testament gedenkt 'geladen' is met de
opdracht zelf ook te breken en te delen.
Die avond werden alledaagse dingen, een stuk brood en
een beker wijn, tot tekenen van zich wegschenkende dienstbaarheid.
In de tekenen waarin zijn hele leven wordt samengevat,
brood en wijn, zegt Jezus ons wie de God is waar hij zo vol van was, maar
tegelijk vorderen ze ons op te worden wie wij als Jezus’ volgelingen
willen zijn. Het is onze bestemming mensen te zijn die doorheen vreugde en
verdriet brekend en delend in het leven staan. Door Jezus’ testament op
deze avond te gedenken vieren we hoe God ons bedoelt: als ontvangers en
gevers van liefde.
Daarom zingt men sinds oude tijden op Witte Donderdag :
"Ubi caritas et amor, Deus ibi est."
Herman Van Tulder o.p., Knokke |
| |