| Preek van de week |
| Vredesweek 2008 |
|
|
Lezingen:
Filippenzen 4,4-8
U kunt
reageren |
||||||||
|
Goed nieuws, geen nieuws,
wordt vredesjournalist
Wat voor nieuws zal Paulus’ brief geweest zijn voor de
bewoners van Filippi? Filippi, de door en door Romeinse stad in Macedonië,
kan zich beroepen als door goden gewild. Ze is immers gegrondvest door
Keizer Augustus, de Verhevene. De burgers van Filippi zijn dan ook trots
op hun Romeins staatsburgerschap en de rechten die zij daar aan ontlenen.
Paulus had in Filippi vastgezeten. Nobele burgers zagen
hun bron van inkomsten verminderen toen Paulus een slavin van haar
waarzeggende gaven bevrijdde. Een slavin had geen burgerrechten. Het geld
dat zij met haar waarzeggerij verdiende, betekende inkomsten voor haar
meesters. Wettelijk gezien leden deze meesters-burgers economische schade
en Paulus werd daar verantwoordelijk voor geacht. Paulus kijkt echter met
andere ogen naar deze rechten en ziet dat er mensen niet mee profiteren
van de welvaart. Hij ziet hoe mensen zonder papieren financieel worden
uitgebuit.
De christelijke gemeente van Filippi leeft in contrast
met die maatschappij. Hier zijn vrouwen niet de eerste slachtoffers, hier
krijgen ze een naam, een gezicht en zijn ze van belang. En hoewel er ook
in de gemeente veel slaven en vrijgelaten zijn, is hier niemand iemands
slaaf. Slaven en vrijen, vrouwen en mannen hebben even veel rechten en
zijn door Jezus Messias allen burgers van Gods Koninkrijk. En dus doen ze
niet mee met de keizercultus. Deze kleine messiaanse gemeenschap heeft het
dan ook zwaar te verduren. Ze worden gezien als opstandelingen tegen het
regime. De nieuwsberichten zullen er in die tijd niet om heen draaien:
nieuwe sekte gevaar voor onze veiligheid.
Paulus moedigt deze gemeenschap van niet-joden dan ook
aan om eensgezind te blijven. Maar ook om zich te verbinden met de bredere
joodse gemeenschap die ook de weg van bevrijding gaat. Volhouden, zegt
Paulus: ook als de meningen over de weg naar vrede, de taal en cultuur
uiteenlopen. We hebben elkaar zo hard nodig,
Paulus is in zekere zin een vredesjournalist. Zijn
eigen gevangenschap laat hij niet aan zijn hart komen. Hij pleit niet voor
zijn eigen hachje. Hij blijft bij de zaak van vrede en gerechtigheid voor
alle mensen. Daarom stelt hij kritische vragen.
Dezelfde vragen mogen ook wij stellen als we kijken,
luisteren en lezen naar onze nieuwsberichten. Zeker in tijden van crisis.
Wie mogen er aan het woord komen, en wie niet? Wiens belangen worden
belicht, wiens belangen niet? Welke groepen worden als bedreiging in de
media gepresenteerd? Met wie voelen wij ons verbonden? Gaan we de weg van
vrede en gerechtigheid enkel met hen met wie we dezelfde taal, cultuur of
hetzelfde geloof delen? Of voelen we ons verbonden over de taal-, cultuur-
en geloofsgrenzen heen?
Kan je wel zo grenzeloos leven? Verlies je dan niet je
identiteit en zekerheid? Hoe weet je nog wat goed is? Paulus’ antwoord is
niet moralistisch maar richtinggevend: Hoe bepalend de keizer of het
banksysteem in je leven ook mag zijn, richt je op de God die trouw blijft.
Richt je op zijn gerechtigheid. Doe wat goed is in zijn ogen. Geef alleen
hem lof en eer. Blijven oefenen in de praktijk van elke dag! U zult er
vreugde aan beleven en de God van Vrede zal met u zijn. Daar mag u op
vertrouwen.
Eefje van der Linden |
| |