Preek van de week Elke week een nieuwe preek
  24 februari - derde vastenzondag Preek in M-S Word-formaatRechtstreeks afdrukken
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

 

Lezingen:

Exodus 17,3-7
Johannes 4,5-42

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 

Bron van levend water
 

Het verhaal over de Samaritaanse vrouw doet denken aan een passage in het boek Genesis: "Bij de bron gebeuren tedere dingen." Ook dit verhaal heeft iets van een idylle bij de bron. Een ketterse, zondige vrouw zal daar bij de bron die wondere man Jezus beter leren kennen.
Dat het gesprek zich afspeelt bij een waterput, bij een bron, is veelbetekenend. In een woestijn is de bron altijd teken van leven. Maar het verhaal geeft tevens een antwoord op de kernvraag van de eerste leerlingen: wie is hij?

Het antwoord daagt in de loop van het verhaal op in een spel van vraag en antwoord. Langs de weg van begrip en misverstand klaart geleidelijk de nevel op en zo worden de Samaritaanse vrouw, maar ook wij die het verhaal lezen, binnengevoerd in het Christusmysterie.
Het verkennende gesprek begint met een dorstige, vermoeide man die te drinken vraagt. Water zal het dragende woord zijn waarrond de Samaritaanse en Jezus elkaar ontmoeten en elkaar zullen doorzien.

Jezus neemt het initiatief voor dit gesprek. Veelzeggend is dat hij hierbij twee taboes doorbreekt: het was voor een Joodse rabbi met zelfrespect ongebruikelijk dat hij met een vrouw alléén een gesprek aanknoopte, en daarenboven met een Samaritaanse. Als Jood wist Jezus hij dat Samaritanen beschouwd werden onreine, ketterse personen. Men begrijpt dat de vrouw zich verwonderde over Jezus’ manier van doen.

Door te beginnen met een vraag stelde Jezus zich kwetsbaar op. Jezus benaderde mensen nooit opdringerig noch hooghartig. Op haar verbazing antwoordde hij met een vrij mysterieus openbaringswoord. Hij, de dorstige vragende persoon, stelde zich voor als iemand die haar een goddelijke gave kon geven: levend water, met een herscheppende, verkwikkende kracht. Hiermee bedoelde hij de 'gave van de Geest', de Geest die hij kan laten opborrelen in het hart van mensen.die er zich voor open stellen.

Dat levende water is het symbool van de Geest, bron van echt en duurzaam, goddelijk, eeuwig leven. Dat water impliceert een afsterven aan de ik-zucht. Zich laven aan dat water doet een verkwikkende kracht opborrelen in het hart van de vrouw, en in het hart van ieder van ons. En inderdaad, wie zich laaft aan die bron krijgt in eeuwigheid geen dorst meer.

Ook al begreep de vrouw die woorden niet , het feit dat Jezus haar blijkbaar heel goed kende en toch met haar in gesprek trad, niettegenstaande haar wispelturig leven, schiep een vertrouwensrelatie. Ze ging Jezus zien als een profeet!

In het bronwater van de Jacobsput werd het gebeuren weerspiegeld van iemand die ervaarde dat ze door Jezus graag werd gezien. Die vertrouwensrelatie werkte voor de vrouw bevrijdend. Door hem gekend én aanvaard te worden, ook in haar schaduwkanten, was voor haar een heerlijke ervaring. En ook al ontgaat het de vrouw eerst dat ze oog in oog stond met de Messias, er was een hele weg afgelegd tussen het begin en het einde van het verhaal. Een weg van het groeiende geloof, een weg van de ontmoeting met Jezus die zich steeds beter liet kennen aan de mens die dorst had naar waarheid en geluk.
Jezus heeft in haar hart op een subtiele wijze de bron van levend water aangeboord, en wie – zoals de vrouw - steeds maar graaft, zal tenslotte ook Levend Water vinden.

Aan het einde van deze ontmoetingsweg zei de vrouw: "Heer, nu begrijp ik dat u een profeet bent.en ik weet dat als de Messias komt, hij ons alles zal verkondigen." En Jezus: "Dat ben ik die hier met u spreek." Met die typische ik-benuitspraak, die we ook verderop in het Johannesevangelie tegenkomen, gaf hij zijn goddelijke openbaringswaarde te kennen. Het is bevrijdend en geruststellend – voor de vrouw én ook voor alle gelovige mensen- dat Jezus in het verhaal zijn zelfopenbaring zo duidelijk uitsprak.

Door haar geloof in Jezus als de Messias, werd de vrouw ‘bron-vrouw‘: zelf een overtuigde bron van geloof. Water scheppen was voor haar onbelangrijk geworden, de bron borrelde op in haar hart. Ze liet haar kruik achter en liep naar de stad om het de mensen te gaan vertellen. "komt en ziet!" Zo riep ze anderen op om zich aan de Bron te komen laven. Ze moest niet langer uit de bron scheppen, ze was zelf geroepen om medemensen bij Jezus te brengen. Overtuigd door die vrouw, boden vele Samaritanen – vreemden in hun land - Jezus gastvriendschap aan. 'Werkelijk de redder van de wereld', klonk het in koor. De Messias, Gods gezalfde, die zijn wil doet en zijn werk volbrengt: de wereld redden van duisternis en dood.

Mochten ook wij op onze levensweg dit orgelpunt plaatsen: met een gelovig hart ons bemind en aanvaard weten door Jezus, zodat we mensen van hoop blijven en die hoop mogen delen met medemensen.

Ik wil eindigen met een fragment uit het dagboek van Etty Hillesum in het concentratiekamp. "Binnen in me zit een heel diepe put. En daarin zit God. Soms kan ik erbij. Maar vaker liggen er stenen en gruis voor die put. Dan is God begraven. Als ik dan mijn hoofd in mijn handen verberg, dan ervaar ik dat God binnen in me is. En dan zeg ik: ruim het puin uit je leven en dan komt die God weer te voorschijn."

Die opdracht is me dunkt ook voor ons bedoeld. Laten we er samen werk van maken.

Georges Devinck

 
  Prekenlijst