| Preek van de week |
| 16 maart - Palmzondag |
|
|
Lezingen:
Kolossenzen 3,12-21
U kunt
reageren |
||||||||
|
De koning op een ezel
Welke tv-ploeg was van dienst op Palmzondag van het
jaar 30? Wat heeft ze ’s avonds in de nieuwsuitzendingen vermeld? Wellicht
heeft ze niets gebracht over die gebeurtenissen bij de tempel. Een
opstootje aldaar was geen uitzondering. Nu en dan dacht wel iemand de
Messias te zijn. De Romeinse bezetter was rond feestdagen alert, maar
maakte zich weinig zorgen over die stoet Galileërs. Van een man op een
ezel kan niet veel gevaar uitgaan. Te paard zou hij meer argwaan gewekt
hebben. Toch was er die dag enige commotie in de stad. De
bewoners van Jeruzalem hadden vragen over die man. Wie is hij? De scepsis
overheerste. De hogepriesters waren er niet zo gerust in. Jezus
veroorzaakte vooral opschudding in de voorhof van de tempel, waar hij in
aanvaring kwam met geldwisselaars en duivenhandelaars. Tv of geen tv, de vrienden van Jezus vergaten die dag
niet. Hij had mensen bijeen gebracht. Dit doet hij nog vandaag. Mensen
komen naar de kerk voor een palmtakje. Ze gaan mee in de palmprocessie.
Jongerenpastoraal organiseert de dag vóór Palmzondag een ontmoeting in
Koekelberg als aanloop naar de WJD in Sydney en de Europese
jongerenontmoeting van Taizé in Brussel. Vanaf Palmzondag speelde het leven van Jezus zich af in
en rond Jeruzalem. Volgens Matteüs kwam Jezus op die dag voor het eerst in
de hoofdstad. Dertig jaar voordien had zijn geboorte daar al voor enige
onrust gezorgd. Magiërs kwamen toen informeren naar een pas geboren koning
van de Joden. Voor de evangelist en zijn gemeente bestaat er geen
twijfel dat Jezus een man is met koninklijke allures. Hem is alle macht
gegeven op hemel en aarde. Het verwondert hun helemaal niet dat hij een
ezelin met haar veulen opeist. Het was die dag alweer klaar dat Jezus vervulde wat
profeten in het oude testament over hem hadden voorspeld. Hij was een
zachtmoedige koning. Een ezel mag dan een koppig dier zijn. Wie met zulk
dier in de stad komt is alleszins een nederig mens. Matteüs heeft vaak
onderstreept dat Jezus zachtmoedig was. Jezus bleef een hele dag in Jeruzalem. Een aantal
juichte hem toe. Aan hen danken wij de lofzang die we in elk eucharistisch
hooggebed zingen: Hosanna. Jezus komt naar de mensen toe en de hemel zingt
mee. Jezus trok de tempel binnen. Daar toonde hij zich
gedreven voor de zuiverheid van de tempel. Wat hebben die handelaars en
geldwisselaars misdaan? Als je offers wilt brengen moet je die toch ergens
kunnen kopen. Als je de passende muntstukken niet bezit, moet je
omwisselen. Was Jezus geërgerd door de misbruiken daarbij? De prijs werd
omhoog gedreven, zodat arme mensen met moeite duiven konden kopen om te
offeren. Jezus hekelde allen die de tempel voor eigen profijt opeisten.
Hij kwam op voor de zuiverheid van de eredienst. Zijn Vader vraagt een
zuiver en deemoedig hart. Hij wil geen offers van dieren. Die discussie
liet de mensen van de tempel niet onberoerd. In de tempel te Jeruzalem deed Jezus wat hij zo vaak
voordien had gedaan: zieken genezen. Blinden en lammen hadden bij hem
gehoor. Daar hadden die hogepriesters en schriftgeleerden meer moeite mee.
Ontzegden ze aan gehandicapten de toegang tot de tempel? Door deze te
genezen verklaarde Jezus dat elke vrome de tempel binnen mocht. De
tegenstanders van Jezus waren verder gestoord omdat kinderen hem lof
toebrachten. Maar juist de kleinen kregen zijn voorkeur. De eerste volle dag van Jezus te Jeruzalem werd een
bewogen dag. Conflicten, en de week was nog maar pas begonnen. Jezus
verliet Jeruzalem en ging naar Betanië overnachten. Wat heeft hij daar ‘s
avonds met zijn leerlingen besproken? Wat denken wij na zulke dag? Waar
stonden wij? Hoe groot was ons enthousiasme en onze durf om mee te gaan?
Stonden wij langs de kant te kijken? Met welke gevoelens en gedachten? Matteüs brengt dit verhaal opdat wij zelf met Jezus mee
zouden gaan. Wij mogen ons niet schamen over die nederige man. Jezus kwam
als een arme Jeruzalem binnen. Hij zat op een ezel, die hij ontleend had.
"Jezus rijdt vandaag niet op een ezel. Hij bezit nog minder en is nog
armer. Hij komt tot ons met zijn woord" (Maarten Luther). Zijn wij
bereid naar hem te luisteren en onze deur voor hem te openen? Protestanten
horen in dit verhaal Adventsklanken. Het verhaal leent zich tot veel
verwerkingsvormen. De enen zien in Palmzondag de overwinning van Pasen;
anderen zien meer het kruis en de armoede van de genadige Christus. U. Luz
is als protestant onder de indruk van de kracht die besloten ligt in de
katholieke processie op Palmzondag. Dit is een narratief omgaan met de
tekst om hem te begrijpen en te beleven. Naar de palmwijding toe neemt hij
echter afstand. Gewijde palmtakjes mogen geen magie zijn. Schilderen,
uitbeelden, zingen en musiceren, dit alles draagt bij om deze tekst beter
te verstaan. "Laat ons als weleer de kinderen der Joden een zegeweg
bereiden voor de Heer en met palmen in de hand hem tegemoet gaan" (ZJ
366).
Antoine Rubbens |
| |