| Preek van de week |
| 14 september - Kruisverheffing |
|
|
Lezingen:
Numeri 21,4-9
U kunt
reageren |
||||||||
|
Opkijken naar het kruis
Misschien moeten we het nodige begrip opbrengen voor het conservatisme van
de liturgisten die uit eerbied voor de traditie het feest van de kruisverheffing
op de liturgische kalender laten staan. Maar we hebben ook redenen om dit jammer
te vinden, des te meer als het feest op een zondag valt en de gewone
zondagsliturgie ervoor moet wijken. Misschien mogen we de legenden waarop het
gebaseerd is, samen met de dubieuze praktijken die er verband mee hielden, in
het archief van de geschiedenis opbergen, om dit feest te vieren door het
evangelie te laten spreken. Het feest gaat terug op een oude legende die vertelt
dat Helena, de moeder van keizer Constantijn, bij opgravingen die ze in
Jeruzalem liet uitvoeren, Jezus' kruis heeft gevonden. Ze mocht daar zeker
van zijn, want een zwaar zieke vrouw die het aanraakte werd onmiddellijk
genezen. Dit kruis gaf ze zijn verheven plaats in de basiliek van het
Heilig Graf, ingewijd in 335. Dit werd het beginjaar van het liturgisch
feest van de kruisverheffing. Volgens een andere legende zag keizer
Constantijn in een droom een kruis aan de hemel, met de boodschap: 'In dit
teken zul je overwinnen.' Hij heeft dan het kruisbeeld verheven op de
schilden, vlaggen en banieren van het leger waarmee hij veldtochten
ondernam en veldslagen heeft gewonnen. Uit de geschiedenis kunnen we leren dat we omzichtig
met het kruisbeeld moeten omgaan.
Op Goede Vrijdag kijken we op naar het kruisbeeld,
opgeheven als het foltertuig "waaraan de Redder van de wereld heeft
gehangen" (lied van Oosterhuis). Geen militair zegeteken, maar het teken
dat de dood werd overwonnen.
"De Mensenzoon moet hoog verheven worden, zoals Mozes
in de woestijn de slang omhooggeheven heeft, opdat iedereen die gelooft,
in hem eeuwig leven heeft." Het verhaal in het boek Numeri over de slang
heeft een sterke magische inslag. God strafte de Israëlieten in de
woestijn omdat wilden terugkeren naar de vleespotten van Egypte, terug hun
slavenbestaan. Ze werden getroffen door de dodelijke beten van vergiftige
slangen. Toen ze tot inkeer kwamen, konden ze opijken naar een koperen
slang die op een staak werd geheven en werden ze gered van de dood. Hun
kwaal werd genezen door een symbool van de kwaal zelf. Die opgerichte
slang van Mozes herkennen we in de sticker met de rode slang die zich rond
een paal kronkelt, die dokters op de voorruit van hun wagen plakken.
In het evangelie is Jezus aan het kruis het symbool van
de reddende slang. Wie er gelovig naar opkijkt, verwerft eeuwig leven.
Eigenlijk moeten we ons op de borst kloppen, misschien
niet letterlijk maar toch figuurlijk, als we opkijken naar het kruis. We
lijken op de Israëlieten in de woestijn die erkenden dat ze in de fout
waren gegaan en vergiffenis vroegen. En moeten ook wij niet door onze
woestijn van angsten en twijfels om de weg naar het ware leven te vinden?
Opkijken naar het kruis is geconfronteerd worden met wat er verkeerd loopt
in je leven. Niet om je schuldbesef aan te wakkeren, maar om Gods
erbarming te ervaren. In de gekruisigde Christus mogen we de koperen slang
zien die de beten van het vergif in je leven geneest. * Jan Leyers, De weg naar Mekka, Leuven, 2007,
p. 13 J. Andersen |
| |