Preek van de week Elke week een nieuwe preek
  25 december - Kerstmis 2007 Preek in M-S Word-formaatRechtstreeks afdrukken
 

Lezing:

Johannes 1,1-18
 

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 

Woord ons gegeven
 

"In het begin was het woord, en het woord was bij God, en het woord was God." Zo opent Johannes zijn evangelie. Het klinkt heel plechtig. En abstract. Niet zo gevoelig als het verhaal van de hoogzwangere Maria en Jozef. Veel strakker dan het verhaal van de overvolle herbergen. En de voederbak met stro.
Het zal echter niemand ontgaan dat deze ouverture rijmt met dat andere begin, helemaal bij de aanvang van de bijbel. Het scheppingsverhaal. In het begin schiep God hemel en aarde. De aarde was woest en leeg. Daarin komt orde door het woord dat God laat klinken. In het begin was het woord. En het eerste woord dat hij spreekt luidt: er zij licht. En er is licht. Als God spreekt, komt er perspectief, uitzicht, toekomst.

Wij leven in een wereld die er vaak uitziet als een woestenij. Een onherbergzame wereld waar geweld en agressie de toon bepalen. Jongeren gaan elkaar te lijf, om schijnbaar futiele redenen, maar met een agressie die soms de dood tot gevolg heeft. Banditisme slaat dodelijk toe. Je hart krimpt inéén wanneer je denkt aan wat je eigen kind of kleinkind zou kunnen overkomen. Sommigen vragen zich luidop af of onze samenleving nog veilig is. Angstige woorden overheersen het publieke discours.
Gelukkig maakten we het ook mee, zowel in Nederland als in België, hoe de spontane reactie van medeleerlingen, collega’s en ouders er een is van beheersing en verzet tegen zinloos geweld. In alle sereniteit. De bloemenhuldes en de indrukwekkende stiltes vormen een veelzeggend protest tegen dergelijke ontsporingen. Het zijn tekenen die voortkomen uit een diepe, vaak onuitgesproken intuïtie. De intuïtie dat wij de wereld waarin geweld het voor het zeggen heeft, kunnen open spreken in de richting van verstandhouding en verdraagzaamheid. Woorden die vasthouden aan geloof in een nieuw begin.

Dergelijke woorden zijn onmisbaar. Dat geldt niet alleen in het openbare leven. Het is evenzeer waar voor ieder van ons persoonlijk. In onze relaties. Veel misverstanden en opgestapelde agressie komen voort uit onuitgesproken ergernis. Onderdrukte irritatie. Woorden die er niet uitkwamen. Waartoe we onszelf niet in staat achtten.

Het spreken van een woord is noodzakelijk om communicatie op gang te krijgen. Het kan, relationeel, inderdaad een hele opgave zijn. Het is soms als een geboorte, een bevalling. Het woord moet geboren worden. Het kost vaak pijn. Maar wie het lukt heeft een hele stap gezet. Waar mensen elkaar uitnodigen het woord te nemen, - 'zeg jij het maar, ik zal luisteren' - scheppen ze een kans tot nieuwe verstandhouding. Hier wordt doodse stilte doorbroken. Licht in de duisternis. Geboorte.

Jonge mensen die de liefde ontdekken, laten er zich nog steeds toe verleiden een belofte uit te spreken. Ze doen dat met woorden die in de bijbel gelden voor de naam van God: Ik zal er zijn. Op die manier maken ze iets goddelijks zichtbaar en tastbaar onder ons. En wanneer ze een kindje krijgen, spreken ze zich uit als vader en moeder. Een belofte die geldt voor de rest van hun leven. Hun hele hebben en houden wordt er voortaan door bepaald: 'ik wil voor jou een lieve moeder en een goede vader zijn.' Daar willen ze niet meer van af. Woorden die toekomst scheppen.

De aanwezigheid bij een ziekbed, de veelzeggende presentie zonder dat woorden nodig zijn. Die sprekende nabijheid: 'ik blijf bij je als het moeilijk wordt.' Even wordt lijden draaglijk. De lijfelijke aanwezigheid als een woord van genegenheid. Een beetje licht, wat opluchting.
De bemoediging voor de aarzelende jonge mensen die volop met zichzelf aan het worstelen zijn op zoek naar hun identiteit. Elke jongeling kent zijn aarzeling, elke jonge meid haar onzekerheid. Iedere ouder en grootouder weet hoe zenuwslopend dat gepuber kan zijn. Maar juist hier is elk woord van oprechte waardering onbetaalbaar, want dat geeft ze even dat vertrouwen in zichzelf: vertrouwen dat onontbeerlijk is.

Enkel mensen kunnen elkaar met hun woorden tot leven roepen, tot vrijheid en verantwoordelijkheid.

De evangelist Johannes brengt ons het verhaal over Jezus. Hij noemt hem het woord van God. Het woord dat licht brengt in de duisternis. Jezus spreekt mensen aan in hun mogelijkheden, in hun toekomst. Dat heeft Zacheüs de tollenaar meegemaakt, en de blinde bedelaar Bartimeus, en de boetvaardige zondares, en nog zoveel mensen die er stilletjes naar hunkerden gezien en aangesproken te worden. Voor hen geldt: in het begin was het woord. En dat woord was licht in hun duisternis.

Daarom is Jezus ervaren als iemand van een andere wereld. Niet vanuit een andere, voor ons onzichtbare wereld hierboven die even naar beneden komt. Het gaat om een andere wereld die helemaal niet ver weg is, maar die op ieder moment midden onder ons kan open bloeien. Waar onze ogen het licht zien dat in ieder mens schuilt. Want dat is de overtuiging waaruit Jezus leefde. Dat er licht is in ieder mens. Mogelijkheden. In ieder mens. Daarvoor is liefde nodig. En geloof. Liefde in ons hart en geloof in onze ogen. Zo worden woorden geboren die tot leven wekken. Misschien is kerstmis een gelegenheid om een beetje opnieuw geboren te worden met liefde in ons hart en geloof in onze ogen. Moge dat onze kerstwens zijn voor onszelf en voor elkaar.

Ignace D'hert o.p..

 
  Prekenlijst