| Preek van de week |
| 25 december - Kerstmis 2007 |
|
|
Lezing:
U kunt
reageren
|
||||
|
Woord ons gegeven "In het begin was het woord, en het woord was bij God,
en het woord was God." Zo opent Johannes zijn evangelie. Het klinkt heel
plechtig. En abstract. Niet zo gevoelig als het verhaal van de
hoogzwangere Maria en Jozef. Veel strakker dan het verhaal van de
overvolle herbergen. En de voederbak met stro. Wij leven in een wereld die er vaak uitziet als een
woestenij. Een onherbergzame wereld waar geweld en agressie de toon
bepalen. Jongeren gaan elkaar te lijf, om schijnbaar futiele redenen, maar
met een agressie die soms de dood tot gevolg heeft. Banditisme slaat
dodelijk toe. Je hart krimpt inéén wanneer je denkt aan wat je eigen kind
of kleinkind zou kunnen overkomen. Sommigen vragen zich luidop af of onze
samenleving nog veilig is. Angstige woorden overheersen het publieke discours.
Dergelijke woorden zijn onmisbaar. Dat geldt niet
alleen in het openbare leven. Het is evenzeer waar voor ieder van ons
persoonlijk. In onze relaties. Veel misverstanden en opgestapelde agressie
komen voort uit onuitgesproken ergernis. Onderdrukte irritatie. Woorden
die er niet uitkwamen. Waartoe we onszelf niet in staat achtten.
Het spreken van een woord is noodzakelijk om
communicatie op gang te krijgen. Het kan, relationeel, inderdaad een hele
opgave zijn. Het is soms als een geboorte, een bevalling. Het woord moet
geboren worden. Het kost vaak pijn. Maar wie het lukt heeft een hele stap
gezet. Waar mensen elkaar uitnodigen het woord te nemen, - 'zeg jij het
maar, ik zal luisteren' - scheppen ze een kans tot nieuwe verstandhouding.
Hier wordt doodse stilte doorbroken. Licht in de duisternis. Geboorte.
Jonge mensen die de liefde ontdekken, laten er zich nog
steeds toe verleiden een belofte uit te spreken. Ze doen dat met woorden
die in de bijbel gelden voor de naam van God: Ik zal er zijn. Op die
manier maken ze iets goddelijks zichtbaar en tastbaar onder ons. En
wanneer ze een kindje krijgen, spreken ze zich uit als vader en moeder.
Een belofte die geldt voor de rest van hun leven. Hun hele hebben en
houden wordt er voortaan door bepaald: 'ik wil voor jou een lieve moeder
en een goede vader zijn.' Daar willen ze niet meer van af. Woorden die
toekomst scheppen.
De aanwezigheid bij een ziekbed, de veelzeggende
presentie zonder dat woorden nodig zijn. Die sprekende nabijheid: 'ik
blijf bij je als het moeilijk wordt.' Even wordt lijden draaglijk. De
lijfelijke aanwezigheid als een woord van genegenheid. Een beetje licht,
wat opluchting. Enkel mensen kunnen elkaar met hun woorden tot leven
roepen, tot vrijheid en verantwoordelijkheid.
De evangelist Johannes brengt ons het verhaal over
Jezus. Hij noemt hem het woord van God. Het woord dat licht brengt in de
duisternis. Jezus spreekt mensen aan in hun mogelijkheden, in hun
toekomst. Dat heeft Zacheüs de tollenaar meegemaakt, en de blinde bedelaar
Bartimeus, en de boetvaardige zondares, en nog zoveel mensen die er
stilletjes naar hunkerden gezien en aangesproken te worden. Voor hen
geldt: in het begin was het woord. En dat woord was licht in hun
duisternis.
Daarom is Jezus ervaren als iemand van een andere
wereld. Niet vanuit een andere, voor ons onzichtbare wereld hierboven die
even naar beneden komt. Het gaat om een andere wereld die helemaal niet
ver weg is, maar die op ieder moment midden onder ons kan open bloeien.
Waar onze ogen het licht zien dat in ieder mens schuilt. Want dat is de
overtuiging waaruit Jezus leefde. Dat er licht is in ieder mens.
Mogelijkheden. In ieder mens. Daarvoor is liefde nodig. En geloof. Liefde
in ons hart en geloof in onze ogen. Zo worden woorden geboren die tot
leven wekken. Misschien is kerstmis een gelegenheid om een beetje opnieuw
geboren te worden met liefde in ons hart en geloof in onze ogen. Moge dat
onze kerstwens zijn voor onszelf en voor elkaar. Ignace D'hert o.p.. |
| |