| Preek van de week |
|
| 1 november - Allerheiligen |
|
|
Lezingen:
Openbaring 7,2-4.9-14
U kunt
reageren |
||||||||
|
Allerheiligen en Allerzielen vormen een duo, de voorkant en de achterkant
van hetzelfde verhaal over leven en dood, dit jaar de twee dagen van het
weekeinde. Allerzielen is wat wij weten: geliefde mensen die van ons afscheid
hebben genomen. Allerheiligen is wat wij hopen: God die alle mensen naar zich
toetrekt. Vandaag, zaterdag, wordt onze hoop in de schaduw gedrukt van ons
weten. Veel kerkgangers zullen waarschijnlijk deze zaterdag overslaan. Er zullen
meer mensen naar het kerkhof gaan dan naar de kerk komen. "Een grote menigte die niemand tellen kon", zo staat
het in het Boek der Openbaringen. 144.000 is meer een idee dan een getal.
Het betekent restloos allen. Want twaalf en veelvouden van twaalf willen
in de Bijbel zeggen: voltallig, volledig, compleet. De blijde boodschap
over onze toekomst na de dood kent geen beperkende predestinatie, geen
calvinistische voorbeschikking, geen goddelijke voorbestemming zoals de
getuigen van Jehova voorhouden. We kunnen niet universeel genoeg kijken
als het om de uiteindelijke bestemming gaat die God voor ons heeft bereid.
Als het om troosten gaat, kijkt God eveneens over de grenzen van onze
rassenwaan en godsdienstverschillen heen.
Wie het meest heeft geleden zal Hij het meest gelukkig
maken. Kijk maar naar de bergrede. Onder degenen die door Jezus zalig
werden geprezen vinden we niet velen die geluk hebben gekend in het leven.
Zalig die nederig van hart zijn, die verdriet hebben, die met heel hun
wezen verlangen naar gerechtigheid, die vervolgd worden. Hén zal God
troosten, verzadigen, belonen. Want God lijdt mee met de mens; ja, in
de mens. Zoals ouders lijden in hun zieke kind, of zoals mensen kunnen
lijden aan de handicap van hun geliefden. Netzomin als wij wil God het
lijden of de dood van degenen aan wie Hij het leven heeft gegeven. ‘Zalig’
werden ze geprezen. ‘Gelukkig’, zegt de nieuwste bijbelvertaling, maar dat
betekent hetzelfde. Als ze sterven zal hun leven zijn voltooiing vinden in
Gods heerlijkheid.
Het christendom heeft altijd een ondubbelzinnige
voorliefde voor personen en gebeurtenissen in plaats van voor ideeën en
theorieën. Niet de wetten zijn onze wegwijzers, wel levende mensen. Niet
een leer maar een persoon staat in het centrum: Jezus Christus. Zij die de
innerlijke bewogenheid met Jezus delen en van daaruit leven, zulke mensen
groeien uit boven alle kleinmenselijkheid en zijn lichtende voorbeelden.
Zij laten iets van hun onkreukbaarheid zien in hun gehechtheid aan God, in
hun verzet tegen onrecht en in hun inzet voor de mens in nood. Die mensen
laten zien wat 'heilig' is in het leven, wat de moeite waard is en kost
wat kost gered moet worden, wat alle toewijding verdient. En die mensen
worden heiligen genoemd.
Daar zijn mensen bij uit het verre verleden, maar ook
mensen van dichtbij, mensen die wij gekend hebben en die ons hebben leren
geloven en beminnen. Zij waren vader, moeder, broer, zus, buur of vriend.
We hebben hen ervaren als mensen die licht brachten in ons bestaan en die
ook licht en uitzicht bieden over de dood heen.
In een wereld van godsverduistering hoor je bijna niets
anders meer dan dat de hemel leeg staat. Voorbij is voorbij. Gedaan, zand
erover.
Het feest van vandaag gaat daar tegenin. Het is een
protestfeest. Het nodigt ons uit om vanop een afstand te kijken naar de
eigenlijke waarde van alles. Niet enkel met de ogen van wat je
constateert, dat doet de wetenschap, en terecht, maar met de ogen van
geloof en hoop. Het zijn creatieve krachtbronnen. Ze doen ons vertrouwen
dat op het moment van afscheid, als alles anders wordt, dat een grote
liefde ons zal opwachten. Gods liefde kent geen grenzen. Wij zijn eindig
en beperkt, maar Zijn liefde duurt eeuwig.
Gerard Braet o.p., Knokke |
| |