| Preek van de week |
| 25 mei - achtste zondag |
|
|
Lezingen:
Jesaja 49,14-15
U kunt
reageren |
||||||||
|
Eerst Gods koninkrijk 'Mammon' is een woord dat we maar enkele keren in de
evangelies tegenkomen, maar het staat wel in de Nederlandse
taalwoordenboeken. 'Geldgod', aldus de vertaling in Van Dale's
woordenboek. Het is ontleend aan de bekende spreuk die we lezen aan het
begin van het evangelie van deze zondag. Niemand kan twee heren dienen,
God en de mammon. Het is één van de twee: God óf de mammon. God of geld.
Je moet kiezen. Wie het geld als zijn heer kiest, maakt er zijn god van.
Hij dient een afgod. Van de lucht alleen kan niemand leven. Iedereen moet
zich kunnen voeden en kleden en een dak boven het hoofd hebben om zich in
leven te houden. Daarvoor is geld onmisbaar. Het is een onmisbaar
ruilmiddel, het is een noodzakelijk levensmiddel, het belichaamt onze
koopkracht.
Het slijk der aarde, zo noemen we het geld. Niet waar,
zegt de Britse dichter Oscar Wilde. Niet geld maar gebrek aan geld is het
slijk der aarde. Wie vindt nu niet dat hij gebrek heeft aan geld? Wie
armoede lijdt, probeert rijk te worden en wie rijk is, wil rijker worden.
Veel mensen worden verteerd door geldhonger. Vandaar de jacht op geld,
overal. Vandaar ook de radicale taal van het evangelie. We
moeten het lezen als een ontmaskering van het geld dat de wereld regeert
en van de mensen afgodendienaars maakt. Je moet blind zijn om die
afgoderij niet aan het werk te zien. Voor geld is alles te koop wat mensen
ook maar verlangen. Van alles wordt handelswaar gemaakt, ook van mensen.
De waarde van mensen wordt uitgedrukt in hun geldwaarde. In de wereld van
de markt hebben we niet meer betekenis dan we aan geld in onze
portefeuille en op onze bankrekening hebben. Het geld bepaalt ons
levensritme, want tijd is geld en tijdsbesteding 'zaken doen'. Kerken
bouwen we niet meer. De indrukwekkende bouwwerken die nu worden
opgetrokken, zijn tempels van het geld. Kijk maar even rond, waar u ook
woont of komt. Overal staan ze te pronken, de miljardentempels van het
geld.
In het licht van de radicale evangelische taal kunnen
we zien hoezeer de verafgoding van het geld een illusie is waardoor mensen
zich laten verleiden. "Wie kan door zich zorgen te maken ook maar één el
aan zijn levensweg toevoegen?" - "Maak je geen zorgen over wat je zult
eten of drinken en wat u zult aantrekken. Is het leven niet meer dan
voedsel en het lichaam niet meer dan kleding?" Op een dieper niveau maken
we ons zorgen om het gelukvan de kinderen of kleinkinderen, onze
huwelijkspartner. Maar geluk is niet te koop en geld maakt niet gelukkig.
- " Kijk naar de lelies, hoe ze groeien in het veld. Let op de vogels in
de lucht, hun hemelse Vader voedt ze. Zijn jullie niet meer waard dan
zij?"
Tweeduizend jaar na Christus lijkt het wel alsof we in
onze omgang met geld en bezit nog helemaal aan het begin staan. Het begin
is de oproep van het evangelie: "Zoek eerst het Koninkrijk van God en zijn
gerechtigheid." Dat koninkrijk is geen ver land dat we eens hopen te
bereiken. Hier moeten we het zoeken. Waar is het te vinden? Waar Gods
liefde zichtbaar wordt in mensen die elkaar liefhebben. Zijn gerechtigheid
geschiedt waar mensen tot hun recht worden gebracht. Daar moet onze zorg
naar uitgaan: naar de actieve aanwezigheid van Gods Geest in ons. Ons er
alleen zorgen om maken dat God in ons leeft. We zijn oneindig groot en
ieders individuele leven is oneindig kostbaar voor de liefde die we God
noemen. Kijk naar de lelies in het veld, prachtiger dan de koninklijke
praal van Salomo. En let op de vogels in de lucht, ze leren wat leven is.
Leven vanuit God in ons. God die, in een sfeer van vaderlijke en
moederlijke zorg voor elkaar, ons draagt en ons voedt, die de weg opent
naar heelheid en bevrijding.
En dat is voor geen geld ter wereld te koop!
Maria Wittevrongel
|
| |