| Preek van de week |
| 27 april - zesde paaszondag |
|
|
Lezingen:
Handelingen 8,5-17
U kunt
reageren |
||||||||
|
Niet als wezen achtergelaten Vandaag wordt uit het Johannesevangelie een tweede stuk
van Jezus' afscheidrede op het Laatste Avondmaal gelezen. Het eerste kon u
vorige zondag horen. Op het afscheidsmaal met zijn leerlingen had Jezus met
hen te doen. Hij sprak hen troostend toe: Nee, ik laat jullie niet als
wezen achter. Ik zal mijn Vader vragen jullie een andere helper te sturen.
Hij zal altijd bij jullie blijven.
Niet dat die woorden op dat moment veel indruk maakten.
Hun betekenis zou pas later tot hen doordringen, als ze de impact ervan
aan den lijve ondervonden. Waar ze zich nú niet toe bekwaam achtten -
namelijk Jezus' boodschap zelfstandig uitdragen - konden ze tot hun
verrassing dán plots wel. En ze deden het ook. Met verve. En dat dankzij
'de Geest van de waarheid', de beloofde en met Pinksteren gezonden Helper.
In het Grieks wordt die Geest 'Paraklètos'
genoemd. Dat is een term uit de gerechtswereld en betekent zoiets als een
bemiddelaar, iemand die je bijstaat als je in een lastig parket zit, een
advocaat zeg maar. Die Geest is niet zomaar een 'hulpje', eerder een
stimulator, iemand ook die je oppept zodat je tot inzicht komt in wat je
te doen staat, die je attent houdt om te horen wat er gehoord moet worden,
je aanmaant te zeggen wat gezegd moet worden en doet doen wat er gedaan
moet worden. Zo brengt die Parakleitos, door jouw zeggen en doen, de
waarheid aan het licht. De Geest van waarheid dus. Want 'waarheid' is hier
geen verstandszaak, geen geloofsleer, niet het 'kennen van
'waarheden'; maar een waarheid die gedaan dient te worden. Het gaat om
inzicht dat al doende groeit.
Om welke waarheid gaat het? De waarheid omtrent de
persoon van Jezus. Hij is de Weg die naar God leidt. Die weg moesten de
leerlingen gaan zonder bang te zijn dat ze zouden struikelen. Hij is de
Waarheid; hem moeten ze vasthouden zonder bang te zijn dat hij hen zal
misleiden. Hij is het Leven; leven vanuit hem is een leven dat sterker is
dan de dood.
En de garantie voor dit alles: "Wie mij liefheeft, zal
ondervinden hoe de Vader hèm liefheeft".
"Wie Mij liefheeft"... Wie heeft Jezus lief? Antwoord
van onze lezing: "Wie zich aan mijn opdracht gebonden weet en haar ter
harte neemt" (v. 21). Wie hieruit meent te moeten concluderen dat Jezus
liefhebben een kwestie is van gehoorzaamheid aan opdrachten en geboden,
heeft het verkeerd voor. Want in de eerste zin van onze evangelietekst
draait Jezus de zaken om: liefhebben staat voorop en de rest volgt
vanzelf: "Als jullie mij liefhebben, zul je ter harte nemen wat ik jullie
opdraag" (v.15).
Waar het dus echt om gaat, dat is de prioriteit van de liefde - liefde
zoals Jezus die heeft voorgeleefd. Liefde die geboden en richtlijnen
respecteert maar ze niet verabsoluteert. Geen slaafse gehoorzaamheid aan
wetten en regels. Voor Jezus was het bijvoorbeeld evident dat hij op de
sabbat mensen mocht genezen. Niet omdat hij het gebod om de sabbatrust te
respecteren onzin vond, maar omdat hij van oordeel was dat het gebod van
de liefde voorrang heeft. Jezus keurde overspel niet goed, maar hij keek
de overspelige vrouw aan met ogen van liefde, en dus zei hij: "Ik
veroordeel u niet maar ga heen en zondig niet meer".
Via zijn manier van liefde doen, ontdekken wij wat
Jezus liefhebben ten diepste inhoudt: Doen wat in je mogelijkheden ligt
om, wie je levenspad kruist, te waarderen, te respecteren, te laten
openbloeien... Geen opdracht die met hoofdletters wordt geschreven, maar
een die begint in je alledaagse leven. De eigenheid van je partner
eerbiedigen in plaats van hem of haar naar je hand te willen zetten;
openstaan voor de specifieke talenten van je kinderen, ook als die een
andere richting uitgaan dan wat je voor hen gedroomd hebt; je ouders nemen
zoals ze zijn, ook met hun soms overdreven zorgzaamheid en beperktheden;
niet zagen of zeuren over buren, collega's, vrienden of kennissen; niet
kwaadspreken, niet roddelen, weg met alle vooroordelen... Maar wel bruggen
slaan over onze privé-ommuring heen..., over de muren die we optrokken om
ons eigen persoontje veilig te stellen, om mensen beneden onze stand weg
te houden, om de eigen cultuur te vrijwaren tegen vreemde inbreng - alsof
'vreemd' synoniem is van minderwaardig.
Daarover en over nog veel meer gaat het als Jezus aan
zijn apostelen en aan al wie in zijn spoor wil treden, de 'Geest van
waarheid' beloofde. Diens hulp heb je nodig om te kunnen uitstijgen boven
eigenbelang, boven je egowereldje, zodat je anderen met ogen van liefde
kunt aankijken. Elkaar liefhebben zoals Jezus ons liefheeft - inclusief
kleinmenselijkheid en bekrompenheid - zonder je te laten leiden door
voorkeur, sympathie of relaties; zonder mensen in hokjes te klasseren op
basis van godsdienst, ras, huidskleur of hoofddoek.
Daartegenover staat de kille wereld van
zelfgenoegzaamheid, van zakelijkheid, nuttigheids- en marktgericht denken
die geregeerd wordt door de wetten van geld en profijt. Daar - en onze
evangelietekst laat er geen twijfel over bestaan - daar kan de 'Geest van
waarheid' niet komen. Daar kent men hem niet, daar kan hij niet ontvangen
worden omdat men daar andere omgangsnormen hanteert, andere dan de
liefdesnorm waar Jezus voor stond.
Marc Christiaens o.p. |
| |