| Preek van de week |
| 20 april - vijfde paaszondag |
|
|
Lezingen:
Handelingen 6,1-7
U kunt
reageren |
||||||||
|
Ruimte voor velen in Gods huis 'Wees niet ongerust, maar vertrouw op God en op mij. In
het huis van mijn Vader zijn veel kamers.' Dit zijn troostende woorden aan
het begin van de afscheidsrede van Jezus kort voor zijn dood.
Een ziekenhuispastor vertelde me hoe een stervende
vrouw hevig verontrust was. Ze had in haar volwassen leven eigenlijk nooit
aan God gedacht of tot hem gebeden. Nu dacht ze wel aan hem. ‘Maar hoe kan
ik nu tot hem bidden, als ik het mijn hele leven lang niet gedaan heb? Nu
zal hij ook niet naar mij luisteren,’ zei ze. Bij monde van Johannes, zegt
Jezus ook tot deze vrouw: ’Wees niet verontrust. Ik ben heengegaan om een
plaats voor jou te bereiden. Ik zal je opnemen bij mij opdat je zult zijn
waar ik ben. Er is ook ruimte voor jou in het huis van mijn Vader.’ Gods
Liefde is onvoorwaardelijk. Zonder voorwaarden. We moeten niet eerst veel
en lang gebeden hebben, opdat hij ons zou liefhebben. Zijn Liefde is
gratuit, belangeloos. Ze hangt niet af van wat wij doen of misdoen. De
naam van God in de Bijbel is: ’Ik zal er zijn voor jou.’ Omdat God, die
Liefde is, altijd bij ons is, moeten we niet verontrust zijn.
Regelmatig kom ik bij een zieke vrouw die bedlegerig is
en al vele jaren weduwe. Naast haar in bed, bij het hoofdkussen, ligt een
grote, ingekaderde foto van haar overleden man. ‘Zo heb ik hem altijd bij
mij,’ zegt ze. Voor haar is dat een tastbare troost en steun. We hoeven
die vrouw niet na te doen, maar het zegt wel iets over het feit dat wij,
mensen, nood hebben aan tastbare, zichtbare tekenen. Jezus zegt in het
evangelie: ‘Wie mij ziet, ziet de Vader.’ De ongeziene, verborgen God laat
zich zien in Jezus Christus. Hij is in de Vader en de Vader in hem. Maar
Jezus toont ons God, de Vader, niet zo als een foto op papier. Hij toont
God in levende lijve, door wat hij is en doet. Jezus lijkt sprekend op de
Vader door de woorden die hij over hem spreekt. Door de manier waarop hij
met mensen omgaat. Onaanzienlijke mensen, die buiten gezet worden, die
geen ruimte gegund wordt, geeft Hij een ereplaats. Jezus is solidair met
de kleinsten en zwakken. Hij is zelf op de slavenmarkt gaan staan (H.Oosterhuis).
De weg die hij gegaan is, was geen weg van glans en glorie, maar van
vernedering en machteloosheid.
Een mens leren we maar kennen door met hem of haar de
weg door het leven te gaan. Jezus, zichtbaar evenbeeld van God, de Vader,
leren we maar kennen door zijn evangelische weg te gaan. Dan zijn we op
het spoor van het waarachtige leven, dat naar Gods waarheid leidt. Daarom
schrijft de evangelist Johannes in dit evangelie die gevleugelde uitspraak
van Jezus:
’Ik ben de weg, de waarheid en het leven!’ Als we er
naar leven, worden we bevlogen christenen!
Rob Moens, dominicaan, Genk
|
| |