Preek van de week Elke week een nieuwe preek
  20 april - vijfde paaszondag Preek in M-S Word-formaatRechtstreeks afdrukken
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

Lezingen:

Handelingen 6,1-7
Johannes 14,1-12

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 

Ruimte voor velen in Gods huis
 

'Wees niet ongerust, maar vertrouw op God en op mij. In het huis van mijn Vader zijn veel kamers.' Dit zijn troostende woorden aan het begin van de afscheidsrede van Jezus kort voor zijn dood.
Hoe dikwijls is ons hart niet verontrust? Vanwege moeilijkheden met de meest geliefde medemens, onze man of onze vrouw. Onrust om kinderen of kleinkinderen. Wegens ruzies in de familie of onze wijk. En nog het meest vanwege de dood. Dat zwarte gat. Die koude leegte. Neen, zegt Jezus. Achter de dood ligt het Vaderhuis en daar is ruimte voor velen. Maak je dus niet ongerust!

Een ziekenhuispastor vertelde me hoe een stervende vrouw hevig verontrust was. Ze had in haar volwassen leven eigenlijk nooit aan God gedacht of tot hem gebeden. Nu dacht ze wel aan hem. ‘Maar hoe kan ik nu tot hem bidden, als ik het mijn hele leven lang niet gedaan heb? Nu zal hij ook niet naar mij luisteren,’ zei ze. Bij monde van Johannes, zegt Jezus ook tot deze vrouw: ’Wees niet verontrust. Ik ben heengegaan om een plaats voor jou te bereiden. Ik zal je opnemen bij mij opdat je zult zijn waar ik ben. Er is ook ruimte voor jou in het huis van mijn Vader.’ Gods Liefde is onvoorwaardelijk. Zonder voorwaarden. We moeten niet eerst veel en lang gebeden hebben, opdat hij ons zou liefhebben. Zijn Liefde is gratuit, belangeloos. Ze hangt niet af van wat wij doen of misdoen. De naam van God in de Bijbel is: ’Ik zal er zijn voor jou.’ Omdat God, die Liefde is, altijd bij ons is, moeten we niet verontrust zijn.

Regelmatig kom ik bij een zieke vrouw die bedlegerig is en al vele jaren weduwe. Naast haar in bed, bij het hoofdkussen, ligt een grote, ingekaderde foto van haar overleden man. ‘Zo heb ik hem altijd bij mij,’ zegt ze. Voor haar is dat een tastbare troost en steun. We hoeven die vrouw niet na te doen, maar het zegt wel iets over het feit dat wij, mensen, nood hebben aan tastbare, zichtbare tekenen. Jezus zegt in het evangelie: ‘Wie mij ziet, ziet de Vader.’ De ongeziene, verborgen God laat zich zien in Jezus Christus. Hij is in de Vader en de Vader in hem. Maar Jezus toont ons God, de Vader, niet zo als een foto op papier. Hij toont God in levende lijve, door wat hij is en doet. Jezus lijkt sprekend op de Vader door de woorden die hij over hem spreekt. Door de manier waarop hij met mensen omgaat. Onaanzienlijke mensen, die buiten gezet worden, die geen ruimte gegund wordt, geeft Hij een ereplaats. Jezus is solidair met de kleinsten en zwakken. Hij is zelf op de slavenmarkt gaan staan (H.Oosterhuis). De weg die hij gegaan is, was geen weg van glans en glorie, maar van vernedering en machteloosheid.

Een mens leren we maar kennen door met hem of haar de weg door het leven te gaan. Jezus, zichtbaar evenbeeld van God, de Vader, leren we maar kennen door zijn evangelische weg te gaan. Dan zijn we op het spoor van het waarachtige leven, dat naar Gods waarheid leidt. Daarom schrijft de evangelist Johannes in dit evangelie die gevleugelde uitspraak van Jezus:

’Ik ben de weg, de waarheid en het leven!’ Als we er naar leven, worden we bevlogen christenen!

Rob Moens, dominicaan, Genk

 
  Prekenlijst