| Preek van de week |
| 3 februari - Vierde zondag |
|
|
Lezingen:
Kolossenzen 3,12-21
U kunt
reageren |
||||||||
|
Gelukwensen
Men zegt dat de blijde boodschap (het 'goede
nieuws') die Jezus is komen brengen in haar 'zuiverste' vorm verwoord is
in het evangelie dat we vandaag lezen: de aanhef van de Bergrede. De 'acht
zaligheden' worden ze genoemd. Maar die naam is niet meer te herkennen in
de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV). Het is even wennen: geen
'zaligsprekingen' meer, maar 'gelukwensen'. 'Armen van geest' heten nu
mensen die 'nederig van hart' zijn. Misschien hebben de nieuwe vertalers
het niet zo bedoeld, maar ze verscherpen de paradox van de boodschap.
Gelukkig prijs ik jullie omdat jullie ongelukkig zijn! Jezus zei dat niet alleen tegen zijn leerlingen. Hij
richtte zich vooral tot de grote menigte van mensen die vanuit Galilea,
Jeruzalem en heel Judea samengestroomd waren op de helling van een
bergweide. Mensen die in alle opzichten ongelukkig en beklagenswaardig
genoemd konden worden: kleine en geringe mensen, armen, mensen die onder
lijden gebukt gingen. In de ogen van de wereld zwak, niet gezien en
uitgeteld. Zij proefden de erkenning en de bemoediging die uit zijn
woorden klonk. Het waren woorden die getuigden van groot erbarmen en
mededogen. Woorden die als het ware uit de hemel neerdaalden als regen
over planten die dreigen om te komen van hitte en droogte. Woorden over de
gelukkige toekomst van Jezus' toehoorders. "Aan jullie behoort het
koninkrijk van de hemel, jullie zullen troost vinden en verzadigd worden."
We kunnen ons voorstellen dat ze verbaasd zullen opgekeken hebben.
Sommigen waarschijnlijk vol ongeloof. Anderen geloofden Jezus, en ze
hebben gejuicht en zich verheugd.
Hoe komen deze paradoxale gelukwensen bij ons over?
Raken ze ons nog wel? We hebben dit evangelie al zo dikwijls in de kerk
horen voorlezen. Waar erkennen of herkennen we onszelf als arm, treurig of
hongerig?
Het doet me denken aan de vrouw met huwelijksproblemen
die deskundig advies ging vragen. Haar man etaleerde zich als de
volmaaktheid in persoon. Perfect tot in de details. Zij daarentegen had
het niet aflatende gevoel in alle opzichten ondermaats te zijn. Ze heeft
nooit ook maar de minste wens geuit. Nooit het geringste verlangen laten
blijken. In een huwelijk van 20 jaar nooit een traan laten zien. Nu weende
ze oeverloos.
Jezus die vrouw zeker zalig geprezen hebben, vanwege
haar tranen. Haar tranen zijn immers 'menselijker' dan het troosteloze,
perfecte optreden en de koele uitstraling van volmaakte echtgenote die ze
tegenover haar man tentoonspreidde. Zegt Jezus niet op een andere plaats
in het evangelie: "U allen die vermoeid en belast bent, komt tot mij en ik
zal u troost en verkwikking schenken"? Geen mens hoeft voor hem dan ook
angst te hebben. Aan hem mag je je met een gerust gemoed toevertrouwen.
Wij zien onze eigen armoede en armzaligheid niet graag
onder ogen. We sluiten liever de ogen of gaan ervoor op de loop. Niet rijk
zijn, niets kennen, niets kunnen of 'niemand zijn' beschouwen we spontaan
als het ergste dat een mens kan overkomen. Van Jezus kunnen we een andere
visie leren, een andere levenshouding. Niet mensen die rijk zijn of
geleerd of die veel kunnen, zijn daarom mensen naar Gods hart. Van Jezus
kunnen we leren dat Gods liefde veeleer uitgaat naar wie behoeftig is en
'arm van geest', naar mensen die niet mee kunnen met het soms onmenselijke
ritme en de vaak te hoge eisen die vanuit onze op hen afkomen. Voor God
hoeven we ons niet stoer en sterk voor te doen. We mogen hem in alle
eerlijkheid en met een gerust gemoed ons broze, kwetsbare leven
voorleggen, samen met de verlangens die in ons leven.
Zalig de armoede, de pijn, de honger die uit deze
verlangens naar voren komen. De erkenning en de bemoediging, het erbarmen
en mededogen die we dan nodig hebben met alles wat aan ons ontbreekt -
gedragen en omvat door Gods genade - bevrijden en verlossen ons. Ze
schenken ons nieuw leven. Een 'herschapen' leven. Alleen zulke mensen zijn
bij machte 'goed' te zijn. Zonder twijfel zijn dat diegenen die in de
evangelische gelukwensen worden toegesproken: de barmhartige mensen, de
zachtmoedigen en diegenen die zuiver van hart zijn en vrede brengen, zij
die bereid zijn vervolging te lijden omwille van het koninkrijk van God.
De zaligsprekingen (gelukwensen) hebben niets te maken
met geboden of verboden. Ze spreken over de bevrijdende en de verlossende
kracht in het gehele leven dat zich voltrekt in een sfeer van vertrouwen
dat God alles vermag.
Die boodschap heeft voor het eerst tweeduizend jaar
geleden geklonken in Galilea. Ze wacht erop ook in onze tijd gehoord en
begrepen te worden. Wie er oor voor heeft, weet dat er voor hem of haar
geen tijd van wachten meer is.
Maria Wittevrongel, Dominicaanse familie Knokke. |
| |