| Preek van de week |
| 13 april - vierde paaszondag |
|
|
Lezingen:
Handelingen 2,14.36-41
U kunt
reageren |
||||||||
|
De deur voor de schapen Door wie worden we geregeerd? Door de regering
natuurlijk. Maar is het wel de regering die regeert? Achter de regering
zitten de partijen en in de partijen zijn het de kopstukken die de lakens
uitdelen. En dan zijn er nog de vakbonden en de banken en de
multinationale ondernemingen. Ze sluipen langs achterpoortjes binnen in de
cenakels van de macht. Achter de coulissen zitten ze te rekenen waar hun
grootste profijt ligt en hoe ze het laken naar zich toe kunnen trekken.
Dat hoor je dikwijls zeggen. Het zal wel overdreven zijn, maar misschien
toch niet altijd ver naast de waarheid. Het verklaart de argwaan en bij
nogal wat mensen de afkeer van alles wat met gezag en macht te maken
heeft. Jezus volgde het bijbels spraakgebruik dat de leiders
van het volk herders noemt. In het evangelie van deze zondag is hij niet
mals voor de valse herders. Hij spreekt van dieven en rovers die over de
omheining van de schaapskooi klimmen om te stelen, te slachten en te
vernietigen. De Farizeeën die dit hoorden, begrepen de gelijkenis niet.
Had hij het tegen hen? Dat kon toch niet. Maar ze hadden het kunnen weten.
Ze hoefden maar te denken aan de profetische aanklacht van Ezechiël
(34,1-7) die ze zeker kenden. "Wee, herders van Israël, want jullie hebben
alleen jezelf geweid. Jullie eten wel van de kaas van de schapen, jullie
gebruiken hun wol en jullie slachten de vette dieren. Maar de schapen
weiden, dat doen jullie niet." Slechte herders, de leiders van het volk.
Jezus was de goede herder. Hij heeft het meer dan eens
gezegd. Met dit beeld zijn we goed vertrouwd. Maar "ik ben de deur", wat
moeten we ons daarbij voorstellen? Dit bijbelse licht moeten we laten schijnen op de
zelfdefinitie van Jezus, 'ik ben de deur voor de schapen'. Door hem
binnenkomen wil zeggen zich door hem laten leiden naar de ruimte die het
kwaad buitenhoudt, de ruimte waarin God te vinden is, in de eenzame stilte
van de bezinning, of het samen met anderen bidden en vieren, waarin God
zich laat vinden. Jezus zei het met evenveel woorden toen hij zich de weg
noemde: "Niemand kan tot de Vader komen dan door mij" (Johannes 14,6,
evangelie voor de volgende zondag). Je moet zelf de deur openmaken en
bereid zijn om binnen te komen. Niemand wordt gedwongen. Als je dan naar
buiten gaat en je door de richtlijnen van Jezus - zijn woorden en zijn
voorbeeld - laat leiden, moet je geen wolven vrezen. Je laat je bevrijden
van de verlokkingen van het kwaad en volgt de weg naar de weidegrond van
het echte, volle leven. Door wie worden we geregeerd in de kerk? Door iedereen
voor wie we het beeld van de herder gebruiken, op alle niveaus, van hoog
tot laag, van de paus en de bisschoppen tot de pastorale werkers en
werksters. 'Regeren' wil zeggen dat ze met de macht en de middelen die hun
gegeven zijn het evangelie van de herder en de deur tot zijn recht doen
komen. We mogen hopen en verwachten dat ze goed regeren. We mogen erop
toezien dat we geregeerd worden zoals het hoort. Dat onze herders geen
kuddegeest eisen maar kritiek kunnen verdragen en openstaan voor ieders
eerlijke inbreng.
We mogen hopen, we moeten er ons eigen steentje toe
bijdragen, dat onze kerk een open deur mag zijn, een ruimte waar mensen
van allerlei slag welkom zijn, waar iedereen meetelt en voor zijn of haar
geloof een thuis vindt. We mogen hopen dat aan iedereen die door de deur
binnenkomt en naar buiten gaat, leven in al zijn volheid te beurt valt.
J. Andersen
Geïnspireerd door een preek van Manu Verhulst (2002) en
van Monic Jansen-Dercksen in Het hoge Woord eruit (Heeswijk 2002,
p. 44-45) |
| |