Preek van de week Elke week een nieuwe preek
  23 december - vierde adventszondag Preek in M-S Word-formaatRechtstreeks afdrukken
 

Lezingen:

Jesaja 7,10-14
Matteüs 1,18-24

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 

Zijn naam waargemaakt
 

Geen enkel kind kiest zelf zijn naam. Dat doen zijn ouders. Vroeger waren ze beperkt in hun keuze. Het was een ongeschreven regel dat de eerstgeboren zoon de naam van zijn grootvader kreeg. Zijn naam lag al op voorhand vast. Nu wordt die regel nog maar zelden gevolgd. Ouders kiezen nu voor hun kinderen een naam om de meest diverse, soms nogal banale redenen. Er zijn er nog wel die in de naam die ze geven een uitdrukking zien van wat ze dromen over hun kind. Een naam die voor hen een belofte is en voor het kind een soort roeping inhoudt. 'Maak je naam waar, we zullen je helpen.'
In twee Schriftlezingen van deze zondag gaat het over zo'n naam, en wel een naam die een van de ouders moest kiezen omdat God zelf het wilde.

Koning Achaz zat in een benarde positie. Zijn land dreigde door een vreemde macht onder de voet gelopen te worden en hij wist zich geen raad over welke bondgenoot hij moest kiezen. Toch wilde hij aan de Heer geen teken vragen omdat hij vreesde dat het hem zou verplichten tot iets wat hij liever niet deed. Maar hij kreeg ongevraagd een teken. Een jonge vrouw zou een kind ter wereld brengen dat de naam 'Immanuël' zou krijgen, 'God-met-ons'. Niet wapengeweld en politieke berekening zijn een teken van Gods redding, maar een zwangere vrouw en het kind in haar schoot.

De naam 'Immanuël' keert terug in het evangelie. Ook Jozef zat in een benarde situatie. Zijn vrouw bleek een kind te verwachten nog vóór ze gingen samenwonen. Hij wilde haar niet in opspraak brengen en daarom in het geheim van haar te scheiden. Maar in een droom zag hij wat van hem werd gevraagd. Hij moest met Maria een echtelijk gezin vormen en het vaderschap van haar kind op zich nemen door het een naam te geven. Volgens de joodse wet was de naamgever de vader van een kind. De naam van zijn kind werd hem vóórgegeven: 'Jesjoea' in het Hebreeuws: 'God redt'.
Dat is in het verhaal van Matteüs de rolverdeling: 'zij zal baren, jij zult noemen, hij zal redden.'* Hij onderstreept dat Jezus' naam een roeping was. Hij zou zijn naam moeten waarmaken door het volk Gods redding te brengen. Niet door eigen machtsmiddelen uit de macht van de vreemde bezetter, maar door het bewerken van bekering uit de macht van kwaad en zonde. En dan noemt Matteüs een tweede naam van Jezus, een bijnaam zo men wil: 'Immanuël'. Aan het begin van zijn evangelie deelt hij mee dat Jezus naam heeft gemaakt als 'God-met-ons'. Zo beëindigt hij ook zijn evangelie. Toen Jezus' leerlingen hem na zijn dood voor hen zagen verschijnen, hoorden ze hem zeggen: "Ik ben alle dagen met jullie, tot aan het einde van de wereld" (Matteüs 28,20).

De kaartjes met kerstwensen die we dezer dagen versturen, zouden we kunnen opvatten als geboortekaartjes. Eigenlijk zijn ze dat ook. Volgens Lucas (2,11) hebben de herders in Bethlehem een geboortekaartje van Jezus ontvangen vanuit de hemel. "Vandaag is voor jullie een redder geboren." Een geboortekaartje is geen wenskaart, maar zoals de engelen kunnen we er een wens aan toevoegen. 'Ik wens je dat je zijn naam waar mag maken.'

We moeten bedachtzaam omgaan met Jezus' naam en bijnaam. De geschiedenis toont sterke voorbeelden van hun misbruik. Denk aan de oorlogsleuze van de nazi's, 'Gott mit uns': hij staat aan de kant van het Herrenvolk. Maar bedenkelijker is de geschiedenis van het christelijk triomfalisme. 'Wij zijn het die gered worden. God is door Jezus Christus bij ons gebracht.' Het spreekt vanzelf dat Kerstmis onmogelijk kan gevierd worden als een christelijk feest met een triomfalistische bijklank. Vrede werd door de engelen gewenst aan alle mensen in wie God welbehagen vindt. Gods naam, Jezus' bijnaam, is geen exclusief bezit van christenen.**

We mogen wel zeggen dat christenen in het bijzonder geroepen zijn om die naam waar te maken. Dat doen ze door hun geloof waar te maken dat Jezus de redding van God uit alle kwaad in de wereld aanwezig heeft gesteld. Door hun handel en wandel moeten ze aan mensen kunnen tonen dat het de wens van de voorganger in de liturgie en hun antwoord erop geen ijdele woorden zijn: 'De Heer zal bij u zijn, de Heer zal u bewaren.'

Iedereen die de naam van christen draagt, maakt hem waar door hem voor anderen te doen klinken als een belofte: God wil door mensen in deze wereld voor iedereen aanwezig zijn.

* Het hoge woord eruit, jaar A. Werkgroep voor Liturgie, Abdij van Berne, 2002, p. 12
** T. Kersten in Kerugma 1998-'99, 1, p. 35

J. Van Oostveld

 
  Prekenlijst