| Preek van de week |
| 6 april- derde paaszondag |
|
|
Lezingen:
Handelingen 2,14-22.28
U kunt
reageren |
||||||||
|
Mensen onderweg Hoe komt het dat de kerken leeglopen? Misschien omdat
veel kerkgangers lijken op de Emmaüsgangers die na de dood van Jezus
Jeruzalem verlieten. Ze keren de kerk de rug toe. Ze laten de deur achter
het verleden van hun kerkpraktijk en misschien ook hun geloof dichtvallen
en gaan de weg op naar hun Emmaüs. De twee die ontmoedigd uit Jeruzalem weg naar Emmaüs
gingen, waren in hun verwachtingen over Jezus zwaar teleurgesteld. Ze
konden niet geloven wat de vrouwen vertelden. Er kunnen verschillende redenen zijn waarom mensen de
deur van de kerk achter zich dichttrekken (sommigen dichtslaan).
Ontgoocheling, omdat ze in de kerk niet vinden wat ze verwachten, geen
antwoord op de vragen die hen bekommeren. Rancune, omdat ze dingen hebben
gehoord of zien gebeuren die hen gekwetst hebben. Teleurstelling, in de
andere kerkgangers. Onverschilligheid. Misschien zijn er die hun geloof
hebben verloren. Sommigen vallen onderweg in de handen van rovers:
militante, antiklerikale atheïsten die het gemunt hebben op het geloof en
het vertrouwen dat nog in hen leeft. Het is druk op de weg tussen Jeruzalem en Emmaüs. Niet
alleen in de richting van de uittocht uit Jeruzalem, ik bedoel dus de
kerk. Ook in de omgekeerde richting lopen er mensen, op terugtocht. Die
richting zijn de Emmaüsgangers ingeslagen, nadat de vreemde man die ze
tegenkwamen hun de ogen had geopend en zij hem hadden herkend toen hij op
het avondmaal het brood brak en met hen deelde. Ze zijn haastig
teruggekeerd om in Jeruzalem het blijde nieuws te melden. Misschien lopen
er nu kerkgangers terug die op de weg van hun uittocht een barmhartige
Samaritaan ontmoet hebben, iemand die hun kwetsuren heeft verzorgd en
geheeld. Er lopen mensen terug die in hun Emmaüs het gemis van
bevredigende antwoorden hebben gevoeld op de vragen naar de zin van hun
leven en die er gevonden hebben door de bijbel ter hand te nemen. Mensen
die weer geloof, vertrouwen en moed hebben gekregen dankzij iemand in wie
ze Gods liefde hebben herkend. Mensen die getroffen zijn door de ellende
van anderen, die er iets willen aan doen en de kracht daarvoor willen
putten in een herwonnen geloof... Als we dit alles bedenken en de beeldspraak volgen,
komen we vanzelf bij de vraag waar wij ergens lopen op de weg tussen
Jeruzalem en Emmaüs. Is het op de weg van de uittocht, omdat we kerkmoe
aan het worden zijn, omdat we te weinig herkennen van ons oude vertrouwde
geloof, of omgekeerd, te weinig van de vernieuwingen die we zouden wensen?
Nee toch! Het antwoord moet zijn: nee, we geven het niet op! We blijven
naar Jeruzalem komen, ik bedoel dus de kerk, en we steken er de handen uit
de mouwen, met moed en volharding en met verbeeldingskracht. We laten ons
leiden en helpen door het voorbeeld van anderen. We spreken en
discussiëren onderweg met vrienden en bekenden over de kerk en over Jezus
die ons blijft inspireren. We houden vast aan het geloof dat we de Heer
van het leven in ons midden kunnen herkennen waar mensen in zijn naam
samen het brood breken en met elkaar delen. Het verhaal van de Emmaüsgangers is een reisverhaal. We
kunnen het lezen als een verhaal van onze reis door het leven, een weg
waarop twijfel en teleurstelling soms de bovenhand krijgen op de
zekerheden van het geloof en we gaandeweg, geholpen door anderen, tot het
geloof kunnen komen dat de dood niet het einde is. Het geloof dat we tot
nieuw leven in Gods heerlijkheid zullen geboren worden. Laten we elkaar
toewensen en ervoor bidden dat dit geloof ons wordt geschonken. Inspiratie is gehaald bij Dries
Morel, Gods droom in
onze handen, 1984, p. 96-98 B.J. De Clercq o.p. |
| |