Jezus preekte geen dreigende taal over het oordeel van
God. Hij riep niet op tot boete. Hij preekte over God als over een
barmhartige, lieve vader vol vergeving. Hij ging aan tafel met tollenaars
en zondaars. Hij ging bij voorkeur naar armen, zieken, blinden, doven en
melaatsen. Naar die mensen die door God gestraft waren, zoals men toen
meende. Naar hen die niet leefden volgens de Joodse wet. Naar vrouwen in
de prostitutie of zelfs naar een vijandige, Romeinse officier. Johannes
werd door twijfel overvallen. Er was niet alleen duisternis in zijn
gevangeniscel, maar ook in zijn hart. Hij stuurt leerlingen naar Jezus om
zekerheid te krijgen of hij wel echt degene was die moest komen: de ware
messias. Jezus antwoordde niet direct: ‘Ja,ik ben het!’ Zijn antwoord was:
‘Ga maar zeggen wat je hoort en ziet.,’ En Hij voegde er aan toe: ’Zalig
die aan Mij geen aanstoot nemen.’
We hoeven niet in een gevangenis te zitten om te weten
dat het soms donker kan zijn in ons leven. We kunnen in een diepe put
zitten, vanwege een of andere gebeurtenis in ons persoonlijk leven.
Hoeveel mensen zijn niet depressief! Als gelovigen kunnen we twijfelen. We
kunnen er aanstoot aan nemen dat God zo heel anders is dan we verwachten.
Als we op tv de slachtoffers zien van de overstromingen in Bangladesh,
mensen die al in krotten wonen en nu nog eens dakloos zijn en op hun
verwoeste velden kijken. Of na de een of andere aardbeving zien hoe het
voor duizenden mensen uitzichtloos is. Of als we de schrijnende beelden
zien over de gruwel in de Gaza-strook of Darfur, dan stellen velen de
vraag: ‘Waarom laat God dat allemaal toe? Kan hij daar echt niets aan
doen?’ Het probleem is dat wr niet alleen geloven in God, maar in een
goede God. Een God die Jezus ‘lieve vader’ heeft genoemd. Hoe kan je die
goede, lieve vader rijmen met al die ontzaglijke ellende in onze wereld?
Het blijven pijnlijke vragen.
‘God schrijft recht op kromme lijnen,’ zeggen dan sommigen. Wat wij
afschuwelijk vinden, is blijkbaar anders in de ogen van God. Wat wij krom
en scheef vinden, is het niet voor God. ’Gods wegen zijn niet onze wegen’
klinkt het dan. Vroeger zei men zelfs dat God juist zijn beste vrienden op
de proef stelt. Men repliceerde dan met de uitlating, dat men dan liever
niet behoorde tot de ‘beste vrienden’! Het staat er dan, in het evangelie
van vandaag, als een soort vermaning: ‘Gelukkig is Hij die aan mij geen
aanstoot neemt.’ Ik denk dat God het ons niet kwalijk neemt als we soms
toch aanstoot nemen en geërgerd zijn.
Blijkbaar zit de relatie van God met ons mensen en met
onze wereld, anders in elkaar dan we denken. Uiteindelijk blijft het een
groot mysterie. En wie zijn we wel om God ter verantwoording te roepen
omdat hij de wereld en ons, mensen, zo heeft geschapen? Johannes was ook
verbaasd dat Jezus, de messias, zo anders deed en sprak dan hij verwacht
had. Misschien had hij zelfs heimelijk gehoopt dat Jezus hem uit de
gevangenis zou komen halen? Zoals wij redding verwachten, als we tot Jezus
of tot God bidden? Maar de redding komt niet. Geliefden blijven ziek en
sterven. Onschuldige mensen blijven creperen. Onrecht, corruptie en geweld
blijven heersen De toekomst voor ons en onze kinderen en kleinkinderen
ziet er zeer somber uit. En waar blijft God?
Gelovig zeggen wij: Hij blijft bij ons. Precies, omdat hij liefde is,
omdat hij zo sterk en zo zwak is als de liefde, tegelijk zo weerloos en zo
krachtig. Hij wil geen God zijn van macht en majesteit. Hij wil geen
oppermachtige albeheerser zijn, die de touwtjes zelf in handen neemt. Hij
geeft ze aan ons. Hij geeft ons ruimte, vrijheid, verantwoordelijkheid.
Hij wil ons als zijn medewerkers, als medescheppers. Wij nemen deel aan de
schepping en het goddelijk bestaan door onze goede daden. God is altijd
een geassocieerde God. Hij wil dat wij samen met hem, vanuit zijn
geesteskracht, deze wereld omvormen tot Gods Rijk van vrede, liefde,
vreugde en gerechtigheid. Zijn goddelijke liefde wordt vermenselijkt in
Jezus messias en wil ook in ons mens worden.
Je kan inderdaad van God niet zeggen dat hij Liefde is,
als hij tegelijk zoveel afschuwelijk lijden in de wereld laat gebeuren.
Een God die boven de natuurwetten staat en boven de wetmatigheden van ons
menselijk leven en tegelijk zou kunnen ingrijpen en het niet doet,
verdient geen lof of waardering. Integendeel! Hij is dan een onbetrouwbare
God, die naar eigen willekeur en goeddunken de hele werkelijkheid kan
veranderen. Zo is God niet. Hij maakte zich kenbaar aan Mozes als:‘ Ik ben
er voor jullie.’ Hij is een meegaande God. Een solidaire God. Een
liefdevolle tochtgenoot. Een meelijdende God, die, vermenselijkt in Jezus,
het kruis niet uit de weg is gegaan. God is de geheel Andere, anders en
zoveel groter dan wij mensen, maar ook geen vreemde buitenstaander. Hij
is, zoals Augustinus zei: ‘dichter bij ons dan ons eigen zelf.’ Hij is
goddelijke scheppingskracht en geestelijke bewogenheid in ons. God gebeurt
in ons. Hij is de gedrevenheid tot goedheid en liefde in ons. Hij wil dat
wij één worden met hem. Zo heeft hij, volgens de evangelist Johannes,
gebeden voor zijn dood: ‘Opdat allen één zouden zijn, zoals Gij Vader in
mij en ik in U.’
Zalig zijn wij als we geen aanstoot nemen aan Jezus en
de God van Jezus en van ons. Als we geloven dat, ondanks alle lijden en
kwaad, pijn en dood, God betrouwbaar is en zijn onbegrijpelijke liefde het
laatste woord heeft!
Rob Moens, dominicaan, Genk