| Preek van de week | ||
| 23 november - vierendertigste zondag |
|
|
Lezingen:
Ezechiël 34,11-17
U kunt
reageren |
||||||||
|
Sinds 1925 wordt in de katholieke kerk op de laatste
zondag van het liturgisch jaar het feest van Christus koning gevierd. Het
is een feest dat met vreugde achterom kijkt naar het 'koninkrijk van
waarheid, heiligheid en liefde, van recht, gerechtigheid en vrede' dat we
aan Christus te danken hebben. Maar op de drempel van een nieuw jaar
kijken mensen vooral vooruit, naar de toekomst die ze elkaar toewensen,
naar wat ze mogen hopen en moeten vrezen. Dat doet ook het evangelie dat
we vandaag lezen. Het kijkt zeer ver vooruit, naar het einde van de
geschiedenis, naar wat we mogen hopen en ook moeten vrezen als de
verheerlijkte Christus zal 'terugkomen om te oordelen over de levenden en
de doden', zoals in de geloofsbelijdenis wordt gebeden. Christus zal niet komen als koning, maar als rechter.
Een merkwaardige rechter. Hij komt op zijn glorierijke troon niet zitten
met een wetboek in de hand om hen die een wet overtreden hebben te
veroordelen en de anderen vrij te spreken. Hij kijkt naar dingen die in
het dagelijkse leven gebeurd zijn. Naar mensen die honger hadden en dorst
en geen kleren om aan te trekken, naar zieken, gevangenen en dakloze
vreemdelingen. En nog merkwaardiger: hij is geen onpartijdige rechter. Hij
identificeert zich met de mensen die onder armoede, ontbering en onrecht
hebben geleden. 'Wat jullie gedaan hebben of niet gedaan voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, hebben jullie voor mij
gedaan of niet gedaan.' En dat bepaalt zijn vonnis. Het trekt een scherpe
scheidingslijn, zoals een herder de schapen van de bokken scheidt.
Het oordeel dat zal beslissen over de hele geschiedenis
zit vol verrassingen. De rechter oordeelt niet over misdaden of
heldendaden, ook niet over geloof of ongeloof. Hij onderzoekt niet wie God
heeft liefgehad en wie godloochenaar was. Hij hanteert andere maatstaven
om goed van kwaad te scheiden. Ze werpen een verrassend licht op een
bekende uitspraak van Paulus. Alle geboden en voorschriften van de wet
liggen samengevat in dit ene woord: heb je naaste lief als jezelf. Daarin
vindt de wet zijn vervulling (Romeinenbrief 13,9-10). Naastenliefde is van
jezelf wegkijken naar de mensen naast je en voor hen doen wat eigenlijk
voor de hand ligt. Simpele dingen eigenlijk die niet veel bijzondere
moeite kosten en binnen ieders bereik liggen. De 'werken van
barmhartigheid', zo worden ze genoemd in de catechismus van de katholieke
kerk.
Maar de grootste verrassing voor allen die voor de
rechterstoel staan is wat de rechter zegt over zichzelf. Ze vernemen hoe
ze, zonder het te weten of te beseffen, hèm bejegend hebben in wat ze voor
hun naasten gedaan hebben of niet gedaan. Ook de mensen die nooit van
Christus hebben gehoord, die een andere god dan de ware God hebben
vereerd, of geen enkele god. Je moet geen katholiek zijn om voor een mens
die naast je staat of naar je toe komt iets te doen dat in de katholieke
kerk een werk van barmhartigheid wordt genoemd.
Als we vooruitkijken naar het moment waarop de rechter
het laatste en definitieve oordeel zal uitspreken, kunnen we niet anders
dan vanuit dit gezichtspunt achterom kijken naar vandaag, aan het einde
van dit liturgisch jaar, om de maatstaven van het oordeel op onszelf toe
te passen.
We moeten dan kijken naar wat we gedaan hebben en niet
gedaan in de wetenschap dat Christus die we eren als koning, lijdt in de mensen naast
ons die onder lijden gebukt gaan. De beslissende vraag is dan of en hoe
Christus lijden te verduren krijgt door ons dagelijkse doen en laten. Wat
hebben we gedaan voor mensen die honger hadden naar een bemoedigend woord
toen ze in de put zaten? Die dorst hadden naar een beetje erkenning toen
ze achteloos voorbij werden gelopen? Hoe hebben we gereageerd toen we
zagen hoe mensen door kwaadsprekerij in hun hemd werden gezegd en
verwachtten dat we hen zouden bekleden met de mantel van onze waardering?
Wat hebben we gedaan voor mensen die gevangen zaten in hun
alcoholprobleem, in hun werkloosheid zonder uitzicht, in hun ouderdom?
Voor mensen met het stigma van 'vreemdeling' die nergens meetellen en
worden uitgesloten?
Als aan alles een einde komt, zullen we op deze en
soortgelijke vragen moeten antwoorden. We hebben nog tijd vóór over die
antwoorden het laatste oordeel wordt uitgesproken. Laten we werk maken van de werken
van barmhartigheid vóór het te laat is.
J. Van Oostveld
Bronnen van inspiratie: |
| |