Preek van de week Elke week een nieuwe preek
  
  23 november - vierendertigste zondag afdrukken  Word-document
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

Lezingen:

Ezechil 34,11-17
Mattes 25,31-46

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Een partijdige rechter
 

Sinds 1925 wordt in de katholieke kerk op de laatste zondag van het liturgisch jaar het feest van Christus koning gevierd. Het is een feest dat met vreugde achterom kijkt naar het 'koninkrijk van waarheid, heiligheid en liefde, van recht, gerechtigheid en vrede' dat we aan Christus te danken hebben. Maar op de drempel van een nieuw jaar kijken mensen vooral vooruit, naar de toekomst die ze elkaar toewensen, naar wat ze mogen hopen en moeten vrezen. Dat doet ook het evangelie dat we vandaag lezen. Het kijkt zeer ver vooruit, naar het einde van de geschiedenis, naar wat we mogen hopen en ook moeten vrezen als de verheerlijkte Christus zal 'terugkomen om te oordelen over de levenden en de doden', zoals in de geloofsbelijdenis wordt gebeden.

Christus zal niet komen als koning, maar als rechter. Een merkwaardige rechter. Hij komt op zijn glorierijke troon niet zitten met een wetboek in de hand om hen die een wet overtreden hebben te veroordelen en de anderen vrij te spreken. Hij kijkt naar dingen die in het dagelijkse leven gebeurd zijn. Naar mensen die honger hadden en dorst en geen kleren om aan te trekken, naar zieken, gevangenen en dakloze vreemdelingen. En nog merkwaardiger: hij is geen onpartijdige rechter. Hij identificeert zich met de mensen die onder armoede, ontbering en onrecht hebben geleden. 'Wat jullie gedaan hebben of niet gedaan voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, hebben jullie voor mij gedaan of niet gedaan.' En dat bepaalt zijn vonnis. Het trekt een scherpe scheidingslijn, zoals een herder de schapen van de bokken scheidt.

Het oordeel dat zal beslissen over de hele geschiedenis zit vol verrassingen. De rechter oordeelt niet over misdaden of heldendaden, ook niet over geloof of ongeloof. Hij onderzoekt niet wie God heeft liefgehad en wie godloochenaar was. Hij hanteert andere maatstaven om goed van kwaad te scheiden. Ze werpen een verrassend licht op een bekende uitspraak van Paulus. Alle geboden en voorschriften van de wet liggen samengevat in dit ene woord: heb je naaste lief als jezelf. Daarin vindt de wet zijn vervulling (Romeinenbrief 13,9-10). Naastenliefde is van jezelf wegkijken naar de mensen naast je en voor hen doen wat eigenlijk voor de hand ligt. Simpele dingen eigenlijk die niet veel bijzondere moeite kosten en binnen ieders bereik liggen. De 'werken van barmhartigheid', zo worden ze genoemd in de catechismus van de katholieke kerk.

Maar de grootste verrassing voor allen die voor de rechterstoel staan is wat de rechter zegt over zichzelf. Ze vernemen hoe ze, zonder het te weten of te beseffen, hm bejegend hebben in wat ze voor hun naasten gedaan hebben of niet gedaan. Ook de mensen die nooit van Christus hebben gehoord, die een andere god dan de ware God hebben vereerd, of geen enkele god. Je moet geen katholiek zijn om voor een mens die naast je staat of naar je toe komt iets te doen dat in de katholieke kerk een werk van barmhartigheid wordt genoemd.

Als we vooruitkijken naar het moment waarop de rechter het laatste en definitieve oordeel zal uitspreken, kunnen we niet anders dan vanuit dit gezichtspunt achterom kijken naar vandaag, aan het einde van dit liturgisch jaar, om de maatstaven van het oordeel op onszelf toe te passen.

We moeten dan kijken naar wat we gedaan hebben en niet gedaan in de wetenschap dat  Christus die we eren als koning, lijdt in de mensen naast ons die onder lijden gebukt gaan. De beslissende vraag is dan of en hoe Christus lijden te verduren krijgt door ons dagelijkse doen en laten. Wat hebben we gedaan voor mensen die honger hadden naar een bemoedigend woord toen ze in de put zaten? Die dorst hadden naar een beetje erkenning toen ze achteloos voorbij werden gelopen? Hoe hebben we gereageerd toen we zagen hoe mensen door kwaadsprekerij in hun hemd werden gezegd en verwachtten dat we hen zouden bekleden met de mantel van onze waardering? Wat hebben we gedaan voor mensen die gevangen zaten in hun alcoholprobleem, in hun werkloosheid zonder uitzicht, in hun ouderdom? Voor mensen met het stigma van 'vreemdeling' die nergens meetellen en worden uitgesloten?

Als aan alles een einde komt, zullen we op deze en soortgelijke vragen moeten antwoorden. We hebben nog tijd vr over die antwoorden het laatste oordeel wordt uitgesproken. Laten we werk maken van de werken van barmhartigheid vr het te laat is.

J. Van Oostveld

Bronnen van inspiratie:
Jos Lammers, Preken en voorbeden, 1990, p. 173 v.
Het hoge woord eruit, Heeswijk 2002, p. 109 v.

 
  Prekenlijst